januari 9, 2010

Iedereen in de ‘lerende’ mode

Het is makkelijk te geloven dat elke tien euro die is uitgegeven aan verandering in de laatste tien jaar, maar een opbrengst van 50 cent kan hebben gehad. We kunnen terugkijken op miljarden euro’s die zijn uitgegeven in de naam van verandering.

Er kan maar een vorm zijn van ‘duurzame’ verandering. En dat is wanneer mensen veranderen – op relevante en significante manieren – dus hun manieren van denken, zijn en doen. Zo’n vorm van verandering vindt echter alleen maar plaats wanneer mensen iets leren dat het noodzakelijk maakt om hun eigen denken te re-moduleren, om te veranderen wie ze zijn, en om te veranderen hoe ze de dingen hebben gedaan. Echt leren is de bron van echt veranderen en echt leren is alleen mogelijk voor die mensen die in de ‘lerende mode’ zijn. Mensen worden niet dag na dag meer competent omdat ze dat verteld wordt. Mensen rusten zichzelf niet uit om excellent te presteren omdat ze dat verteld wordt. Mensen worden ook niet slimmer als ze dag na dag meer bulken informatie of zelfs kennis consumeren. Ze moeten lange termijn doelen hebben die ze willen behalen. Als ze moeten veranderen om die doelen te behalen zal dat ook gebeuren, een persoonlijk leerplan waarin elke tekortkoming genadeloos wordt aangepakt om de gestelde doelen te behalen is dan ook noodzakelijk. Koppel dit plan aan objectief meetbare prestatie en je zal een organisatie hebben die iedereen eruit concurreert. Het is eigenlijk simpel: prestaties in je baan kan je eindeloos verbeteren en bijna elke dag. Leren staat voor een ‘open mind’, weten voor een gesloten ‘mind’. Leren veronderstelt een vraag, statements leiden tot weten, daar hoef je dus niet over na te denken. Daarnaast is de meeste weerstand (bijna) altijd in de top van de organisatie, dat komt omdat hoe hoger iemands positie is, hoe groter de kans is dat hij/zij in de ‘weet’ mode is.  Mensen in de top willen verandering, maar zijzelf niet. Ongelimiteerd leren gekoppeld aan competentie is een veel betere bron voor verandering dan management ‘geblaat’. De les voor een leider van een organisatie is dan ook om te laten zien wat het betekent om in de ‘lerende mode’ te zijn en dan ook niets anders van anderen verwachten.

december 21, 2009

Identiteit

Sociologen en psychologen relateren niet vaak de concepten die ze vermarkten terug naar communicatie – de infrastructuur van alles dat menselijk is. Een van die concepten is identiteit, de 800 pond gorilla in communicatie. Het is complex en potent en speelt altijd een rol in communicatie. Soms is die rol klein, soms de sterspeler. In ieder geval is het zinnig om in het alledaagse leven hiervan bewust te zijn.

Om deel te nemen aan het sociale leven moet je herkend worden als ‘iemand’. Anderen kennen je niet als je niemand bent. Wie je bent is gecreëerd in communicatie, wie anderen zijn is iets waarvoor je aandachtig moet observeren. Als je een notie hebt van wie je bent, verwacht je dat anderen je op die manier adresseren. Tegelijkertijd, zal je handelen naar hoe anderen je zien. En het concept van wie je bent kan ontstaan of belemmerd worden in communicatie. Het maakt het mogelijk omdat je een idee moet hebben van wie jezelf bent en wie anderen zijn om te weten wat je kan en niet kan zeggen. Tevens maakt het het mogelijk om te anticiperen hoe zij met jouw moeten communiceren. Het belemmerd, omdat je niet weet wat je moet zeggen tenzij je weet met wie je aan het praten bent en andersom natuurlijk. “iemand zijn” is een voorwaarde voor elke communicatie. Hoe je jezelf en anderen ziet kleurt alle communicatie waarin je betrokken bent. Iemand zijn betekent dat je in het leven wederzijds geïnterpreteerde rollen hebt, die jij en anderen als basis gebruiken voor communicatie. Je moet natuurlijk wel auditie doen voor die rollen die je in je leven speelt. Doe je het succesvol dan krijg je bepaalde rollen. Tevens heb je bepaalde rollen ook niet voor het leven, het blijft een levenslange auditie.

Andere mensen, gebeurtenissen of plaatsen zijn relevant voor ons omdat ze iets voor ons betekenen. Dingen behoren tot ons omdat ze dat voor ons betekenen, en wij behoren tot de dingen omdat ze dat voor ons betekenen, ‘behoren tot’ is eigenlijk tweerichtingsverkeer. Relevantie is het centrale motief voor alle menselijke gedachte en actie en is een functie van ‘behoren tot’. En ‘behoren tot’ is een functie van wat die persoon of dat ding voor ons betekent. Onze relevantie tot anderen wordt gemeten door hoe betekenisvol of onvervangbaar zij geloven dat wij zijn.  Ik zal elke poging negeren waarin je wat mij toehoort probeert te breken. Hoe jij en ik tot elkaar behoren bepalen of belemmeren de externe condities van onze communicatie.  De interne condities (gewoonten van perceptie, geloof etc) blijven altijd spelen. Je mag dan wel mijn baas zijn, maar dat betekent niet dat je mijn prestaties mag bekritiseren wanneer ik heb geconcludeerd dat het waardevol is. Ik hoor je wel , maar ik geloof je gewoon niet. Je mag wel mijn vader of moeder zijn, maar dat betekent niet dat je mijn leven kan controleren als ik denk dat ik het zelf moet controleren. En in alle gevallen vind je altijd wel iemand die het met je eens is.

Op zich logisch dat de meeste campagnes mislukken…alleen toch wel een beetje zonde van het geld.

december 21, 2009

Besluiten/Keuzen/Problemen en Communicatie

Je kan absoluut geen probleem hebben zonder jouw medeplichtigheid. Je kan geen probleem hebben dat anderen niet valideren of aan jouw toewijzen. Problemen en hun oplossingen komen en gaan net zo als andere ‘modes’. Elke keuze leidt tot de keuzen die je in de toekomst tegenkomt. Als je een oplossing kan verbeelden, zal je het probleem aantrekken dat erbij past. Elke oplossing creëert toekomstige problemen.

Voor ontelbare redenen, komt iedereen in zijn of haar leven terecht op kruispunten. Voor ontelbare redenen kiezen we een pad in plaats van de andere. We maken keuzen en beslissingen, of we laten toe dat ze voor ons worden gemaakt. De meeste mensen leven stochastisch ( een ding zorgt voor het andere). Als je een keuze maakt krijg je daarbij een reeks van andere keuzen die je niet had hoeven te maken wanneer je een ander pad zou bewandelen. Elke beslissing zorgt voor een ander set van problemen, sommige lossen we op en dan worden we geconfronteerd met de nieuwe problemen die door onze oplossingen in het leven zijn geroepen. Op deze manier moeten we allemaal wel min of meer stochastisch leven. Problemen hebben ongeveer de volgende parameters:

- Problemen ontstaan wanneer iemand een discrepantie ziet tussen ‘hoe het is’ en ‘hoe het zou moeten zijn’.

- Elke variatie, anders dan wat we verwachten, wordt gezien als een probleem.

- We nemen aan dat hoe we het probleem benoemen, de realiteit constitueert.

- Meestal, identificeren we de problemen aan de hand van de oplossingen die we hebben. Dus in een perverse manier, bepalen onze oplossingen onze problemen.

- Het probleem dat we benoemen is het probleem dat we oplossen, dit hoeft dus niet het echte probleem te zijn.

- Meestal, bestrijden we de symptomen, niet het onderliggende probleem (Kijk naar ons huidige economische situatie en financiële instellingen) (Thayer, 2008)

De algemene oriëntatie in onze cultuur is dat mensen van hun problemen af willen zijn, dit is niet het geval. Hoe meer de oplossing je tegenstaat, hoe meer je je vasthoudt aan het probleem – soms je hele leven. Als het probleem van je vereist dat je op een significante manier moet veranderen, zal je waarschijnlijk het probleem tolereren in plaats van te doen wat je moet doen. Vaak moet je dan je lang geconditioneerde mentale modellen of gewoonten veranderen. Als je ego of identiteit op het spel staat, zul je twee dingen doen: de schuld ergens anders neerleggen, of het slachtoffer spelen. Organisaties en relaties zijn zo. Het maakt niet uit hoe duidelijk de oplossing is, het probleem blijft bestaan. Het zijn altijd de andere mensen die irrationeel zijn.

Maar wat heeft communicatie hier nu mee te maken? “Bijna alles”. Hoewel je er zelf niet van bewust bent, scan je continu je eigen omgeving, op zoek naar aanwijzingen om te snappen wat er aan de hand is. Dit is een communicatieactiviteit die je bewustzijn erbij betrekt. Wanner je een anomalie (iets dat afwijkt) waarneemt, ga je de identificatie mode in. Dit is ook een communicatieactiviteit. Je navigeert door de wereld op basis van hoe je deze waarneemt, niet zoals die “is”. De onderliggende mechanismen zijn niet de “realiteit”. Je triggert door een naam te geven een bijbehorend concept die een mentaal model oproept. Dit is allemaal de communicatie business. Nu ga je denken over wat je moet doen tegenover wat er aan de hand is. Dit is een vorm van interne communicatie. Je denkt niet met de ‘tools’ van de realiteit, maar met de mentale bronnen die je kan oproepen. Het neigt naar een ‘overkill’, maar het is essentieel om te zien dat al deze stilzwijgende activiteiten, communicatieacitviteiten zijn. Ze kunnen dus niet beter zijn dan wie jij bent als een communicator.

Problemen staan dus niet los van onszelf, het probleem kan in de echte wereld zijn. Maar om erover te praten, veranderen we het in ‘wat het was’ naar hoe we erover praten, we praten dus niet over het probleem maar over onze interpretaties van het probleem. Wat veroorzaakt gevoelens? Dit hangt ervan af van wat mensen zeggen dat gevoelens doen ontstaan en wat deze gevoelens toelaat.

Om af te sluiten laat ik Jung aan het woord:

“The great decisions of human life have as a rule far more to do with the instincts and other mysterious unconscious factors than with conscious will and well-meaning reasonableness.”

december 20, 2009

De essentie

Bewustzijn handelt niet in “feiten”, maar alleen in betekenissen, zo te spreken menselijke interpretaties. Het is een grote fout om de betekenis te plaatsen in het geobserveerde object. Betekenissen worden toegewezen, niet ontdekt of gelokaliseerd. Betekenissen kennen hun oorsprong in de mentale capaciteiten van de persoon die iets waarneemt. Als ik praat, wijs ik een mening toe aan wat ik zeg. Als je mij waarneemt, moet je uitvogelen wat ik bedoelde met wat ik zei met je eigen bewustzijn. Je kan het me ook vragen natuurlijk. Maar dan moet ik nog steeds uitvogelen wat jij vroeg en wat het betekende voor jou en jij moet mijn antwoord vervolgens weer ontwarren in betekenisvolle taal voor jezelf, maar misschien is dat wel niet wat ik bedoelde.

Het zijn de mensen die betrokken zijn die bepalen wat je bedoelt, daar kan je niet aan ontsnappen. Omdat ikzelf niet de betekenis kan controleren die jij toewijst aan wat ik zeg en omgekeerd, worden jij en ik geconfronteerd met de onvermijdbare problematiek van communicatie. De betekenissen zijn in het denken van de betrokken personen, de betekenis is niet in de boodschap. Ze worden geproduceerd door de mensen die een rol spelen in een bepaalde ontmoeting.

Je kan denken dat ik van een klein punt een groot issue maak. Maar als je start op het verkeerde pad, raak je al snel mijlenver verwijderd van hoe je communicatie moet begrijpen, met andere woorden hoe het feitelijk werkt. De reden om juist wel een issue hiervan te maken is omdat het het fundament is voor de rest van je begrip over communicatie. Als je betekenis verkeerd toewijst, zal je elke dag honderden “communicatie problemen” hebben, die eigenlijk niet nodig waren.

Van uit dit startpunt kan je je afvragen of je de juiste betekenissen voor jezelf hebt werken, of werk je tegen de verkeerde betekenissen? Andere richtingen vanaf hier:

- Wat bedoel ik nu echt met wat ik zeg?

- Wat beteken ik voor anderen? Wat zou ik voor anderen moeten betekenen? Welke anderen?

- Wat beteken ik voor mezelf? Gaat dat me brengen naar waar ik heen wil gaan?

- Waarom ken ik de dingen zoals ik ze ken? Zal ik een van deze moeten veranderen om mijn lange termijn doel te behalen?

- Ben ik een betekenis-maker of betekenis-volger?

- Ik moet mijn leven managen door het organiseren van betekenissen en betekenissen van anderen? Hoe doe ik dit?

- Weet ik hoe ik de rollen die ik speel betekenisvol moet maken?

- Ben ik het soort van persoon die betekenis toevoegt aan  het leven van andere mensen? Moet ik dat zijn?

En zo kan je natuurlijk nog wel even doorgaan. Het doel in het leven is leven en dit kan je niet optimaliseren door alleen een betekenis generator te zijn. Als je zeker weet wat jij betekent kunnen anderen beter ‘gokken’ wie jij bent.

december 18, 2009

Goedgelovigheid & Geloofwaardigheid

Het is niet wat we weten wat ons in problemen brengt. Het is wat we weten, wat gewoon niet zo is (Mark Twain). Hoe meer een persoon zeker is dat hij/zij alles weet, des te makkelijker het is voor “jagers” om hem te gebruiken. Je bent altijd geloofwaardig voor de persoon die in jou gelooft. Als jij die gelover zelf bent, zal je constant in “gevaar” zijn.

Onze mentale modellen, of gewoontepatronen van denken en voelen – maken ons goedgelovig. We zijn weinig kritisch voor alles dat resoneert met wat we al geloven. We zijn zelfs helemaal niet kritisch voor alles dat we al begrijpen. Daarnaast is het zo dat alles wat met onze eigen interesses en ego’s in lijn ligt helemaal niet meer voor verandering vatbaar is. Sommige zaken komen ongefilterd door, dit zijn de dingen die onze manier van denken bevestigen. Echter dit zijn wel de dingen die op het moment voor ons het meest belangrijk zijn, ‘op het moment’ omdat onze ‘mindstates’ voortdurend veranderen.

Hoe ons bewustzijn iets interpreteert hangt af van in wat voor mentale staat we zijn, en dus ook van timing. We kunnen een persoon de eerste keer niet mogen, maar de tweede keer kunnen we anders over dezelfde persoon denken. Het zijn onze mentale modellen en gewoonten van perceptie die ons goedgelovig maken. Dus zijn we tot op zekere hoogte allemaal goedgelovig. De persoon die denkt alles te weten is degene die het meest goedgelovig is. Het is wat hij zeker weet dat hem het meest kwetsbaar maakt. Goedgelovigheid is een interessant woord, het betekent zoiets als misbruik maken van. Om dat te kunnen doen moet je iemands mentale modellen bespelen, zonder bewijs dat je het doet. Denk aan casino’s die met goedgelovigheid spelen, de spelers verliezen meestal, maar ze houden vast aan het mentale model dat ze kunnen winnen. Patiënten zijn goedgelovig omdat ze geloven dat wat de dokter zegt “de waarheid” is. De dokter is goedgelovig omdat hij daar is om mensen beter te maken en niet altijd in de gaten heeft dat er een mogelijkheid bestaat dat er niets mis is met de patiënt. We zijn dus goedgelovig omdat we onze hypothesen verwarren met de realiteit. We zijn dus allemaal in staat om bedrogen te worden door anderen die op ons richten in een kwetsbare staat. We leven in de wereld van communicatie, waarin degene die we niet kunnen beïnvloeden ons zullen beïnvloeden.

Geloofwaardigheid aan de andere kant is iets dat verdiend moet worden. Het is iets dat ons gegeven wordt door andere mensen. Je wordt geloofwaardig door de tijd heen, simpel gezegd omdat mensen kunnen bouwen op wat je zegt. Er is echter vaak meer reputatie of imago dan feitelijk contact. Dus de mensen die je geloofwaardig vinden zijn dus een prooi voor goedgelovigheid voor zichzelf. Aan de andere kant, als je werkt aan geloofwaardigheid, maakt jou dit goedgelovig naar allen die jij probeerd te misleiden. Dit is de reden om deze twee concepten bij elkaar te zien. Als jezelf geloofwaardigheid toewijst aan iemand, ben jezelf slachtoffer van goedgelovigheid naar die persoon. Politieke en religieuze ideeën lijden hieraan.

Tegelijkertijd, als jij die persoon bent waaraan mensen geloofwaardigheid toekennen, word je goedgelovig in de mate waarin je het nodig hebt. Het lijkt een beetje op liefde: Hoe meer je het nodig hebt, des te meer je het spel gaat verliezen. Dat komt omdat mensen snel je kwetsbaarheden doorhebben, en gaan dan hun eigen spel spelen voor hun eigen voordelen. Ego gehechtheden maken je kwetsbaar. Hoe meer gehecht je bent aan je eigen behoeften, status, de kwetsbaarder je zal zijn. Dat is paradoxaal, maar de meest kritische gebeurtenissen in het leven zijn zo.

Het gaat dus om vertrouwen, maar om over vertrouwen te praten zonder vertrouwen verder te specificeren, lijkt op een fantasie waar alleen maar meer fantasie uit ontstaat. Ja, het is fijn om iedereen te vertrouwen, maar sommige mensen zijn niet vertrouwenswaardig. En ja, het zou de dood van de maatschappij betekenen wanneer niemand elkaar vertrouwd. Wie kan je dus vertrouwen? en hoe bepaal je dit? De novelist E.M. Forster in Howard’s end (1910) zei het volgende: “To trust people is a luxury in which only the wealthy can indulge; the poor cannot afford it.” Het dilemma is dat communicatie altijd gepaard gaat met vertouwen. Het maakt niet uit welke theorie je gebruikt om dat te vermijden, het zal altijd zo blijven. Maar er is een oplossing die nauwelijks wordt voorgesteld. Victor L. Cahn in zijn satirische “The disrespectful Dictionary” (1974) definieerde vertrouwen als volgt; “Vertrouwen, jezelf te openen voor bedrog.” Of de columnist Evan Esar: “The most disappointing period of a man’s life is when his wife begins to trust him.” Het lijkt allemaal zo te zijn maar alle eeuwen van advies en wijsheid van allerlei soorten mensen, vertellen je niet het belangrijkste aspect. Wanneer je advies aanneemt, ben je niet ontslagen van de verantwoordelijkheid voor je eigen leven. De ontvanger van advies is namelijk verantwoordelijk voor zijn eigen interpretatie.

december 15, 2009

Openbare Communicatie

In de huidige mediacratie, netwerksamenleving of informatiemaatschappij (hangt ervan af welke naam je het beestje wil geven) is het zenderperspectief denken en de daarmee samenhangende concepten (doelgroepen, effecten) niet erg succesvol. Daarentegen wil ik hieronder een andere visie presenteren, namelijk die van openbare communicatie. Daarnaast zal wanneer dit perspectief en de daarmee samenhangende concepten daadwerkelijk geïmplementeerd worden, de communicatieafdeling duurzamer opereren.

Het perspectief van ‘openbare communicatie’ (Stappers, 1988) wil zeggen dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen interne en externe communicatie. Want iets dat niet openbaar mag worden, kan toch een openbare werking krijgen, niemand wordt in eerste instantie van ontvangst van de boodschap uitgesloten. Denk aan geruchten die tot nieuws promoveren of een weblog van een gefrustreerde werknemer. Voorlichting, promotie, journalistiek en pr zullen allen geïntegreerd bestudeerd worden in het kader van openbaar maken en raken van boodschappen. Ook wat via reclamecampagnes openbaar wordt gemaakt ‘raakt’ niet alleen de doelgroep maar ook heel veel andere individuen. Daarom wordt er een onderscheid gemaakt tussen beoogde, bereikbare, waarschijnlijke en feitelijke ontvangers (Cesaria, 2000). Gewenste effecten worden misschien (gedeeltelijk) bereikt maar er kunnen ook onbedoelde gevolgen zijn. Deze onbedoelde gevolgen kunnen via via doorverteld worden en hoeven niet gunstig te zijn voor het algemene beeld van de organisatie in de maatschappij.

Volgens van Bosch en Zweekhorst (2002) verzamelen mensen zich om thema’s. Publieken worden hierom vastgesteld op basis van geïdentificeerde thema’s. Om te achterhalen welk middel voor welk publiek geschikt is zal er gekeken worden naar twee aspecten namelijk, kanaal en code (Nillesen, 2000). Wie kunnen zich koppelen aan het kanaal en beheersen zij de code (inhoud) op een dusdanige manier dat hieruit een gewenst informatieproces tot stand kan komen. De analyse zal vanuit drie verschillende soorten perspectieven worden geanalyseerd namelijk, het zenderperspectief, wat wil de zender voor gewenste effecten bewerkstelligen? Het boodschapperspectief, hoe verankerd de zender de boodschap qua inhoud en vorm? Het ontvangerperspectief, wat kunnen onbedoelde effecten zijn van de verankering vanuit de beoogde- en feitelijke ontvangers in het kader van nieuw geformuleerde ambities. Om te bepalen of de communicatieadviseur met zijn boodschap het gewenste effect bewerkstelligd, moeten de intenties van beide partijen geëxpliciteerd worden.

Vanuit het zenderperspectief zal gekeken worden naar het doel van het middel en aan wie het is gericht (doelgroep). Toch is ‘doelgroep’ een misleidende term omdat het in sociaal psychologische zin geen groep is en het doel is beredeneerd vanuit de zender.  De zender wil een relatie met bepaald soort mensen maar willen deze mensen dat ook? Bij het boodschapperspectief komt de zogenaamde agendasetting (McCombs&Shaw, 1972) functie om de hoek kijken. Hierbij gaat het erom om te kijken of de selectie van onderwerpen de agenda van de organisatie in casu effect heeft op de onderwerpen die op de publieksagenda voorkomen. Dit hoeft echter in een ongewenste situatie niet het geval te zijn. Gekeken zal worden naar welke thema’s aanbod komen en hoe deze thema’s ‘geframed’ worden. Het ‘frame’ zorgt voor een bepaalde inkadering van het onderwerp en de aspecten die benadrukt worden.

december 14, 2009

Openhartigheid

We creëren een hoop problemen voor onszelf doordat we niet open en eerlijk zijn met anderen in onze expressies. Dat is het perverse pad dat onze cultuur nam, het lijkt erop alsof we geen keus hebben dan om gewoon door te gaan met liegen, bedrog en hypocrisie. Dat we leren om onze echte gevoelens te verbergen om er voordeel uit te halen maakt openhartigheid een soort van sociale zelfmoord. Om open te praten over wat we denken en voelen van en over anderen is niet ‘het spel spelen’. De persoon die zijn of haar gedachten uitspreekt, ongeacht de consequenties, is altijd de lul omdat de spelletjes die we spelen gebaseerd zijn op het omgekeerde.

We leven in een wereld van verschijningen, we willen onszelf beter voordoen dan we zijn. Om dit te bereiken zijn we bereid om alles te zeggen of te doen. Eerlijkheid in onze wereld wordt gezien als naïef. Een persoon die zegt wat ze denkt wordt gezien als een dwaas, of is minimaal uit balans.

Al het voorgaande suggereert dat elkaar wederzijds voor de gek houden onvermijdelijk is. Dit is meestal zo, zij het publiekelijk. Maar in je eigen leven, en je eigen relaties bestaat er de mogelijkheid om openhartigheid in je eigen leven terug te brengen. Het is verfrissend, gezond en het geeft je de basis om je leven op te bouwen. Je kan in je eigen leven je eigen regels maken, tot op de hoogte dat ze geaccepteerd worden door je directe sociale leven. Openhartigheid brengt je leven naar het niveau waar het moet zijn. Mensen hebben geen reden om ruzie te maken omdat niemand ‘de waarheid’ bezit. Eerlijkheid en openheid gaat voor het soort van spelletjes mensen regelmatig spelen. We kunnen van het leven leren en genieten door elkaar niet steeds af te zeiken. Je mag het met “mijn” interpretaties (on) eens zijn en ik mag het met “jouw” interpretaties (on) eens zijn. De verschillen kunnen onze levens verrijken.

Laten we deze vorm van communiceren het “geen spel spelen” noemen, wat natuurlijk nog steeds een spel is. Maar, niet zoals de normale spelletjes, vermijdt dit spel ‘asymmetrie’, wat betekent dat een iemand een ongelijk deel van verborgen informatie heeft over wat er aan de hand is. Door te spelen volgens deze regels zorgt het ervoor dat de spelers een symmetrische relatie aangaan, wat betekent dat niemand een verborgen agenda heeft.

Laat in je eigen leven openhartigheid toe, in je publieke leven waar nodig: “Do in Rome as the Romans do”.

december 11, 2009

Menselijke spelletjes

Als het leven een spel is (geïmproviseerd verhaal), dan speel je dus of ondersteunende rollen in een verhaal van iemand anders, of maak je van anderen ondersteunende acteurs in jouw verhaal. Welke kant je op zal gaan hangt af van je communicatieve competenties. De meeste mensen zijn “slachtoffers” omdat ze niet goed genoeg zijn als communicatoren om uit dat spel te komen.

Het meest bekende spel is de conversatie. Mensen praten met elkaar over vrij weinig substantiële onderwerpen, men praat en wacht af wanneer hij/zij zelf iets mag of kan zeggen. Ze vertellen dan iets wat anderen niet weten. Dit zijn natuurlijk sociale bijeenkomsten, je wordt als sociaal gezien als je ‘intuned’ in het gesprek en iets interessants zegt op een leuke manier. Je sociale status groeit met hoe goed je dit spelletje speelt. Vergaderingen in organisaties zijn theater. Het maakt uit waar je zit, wanneer je praat en hoe je dat doet, wanneer de ‘power players’ praten, en wie jouw steunt of niet steunt wanneer je acteert. Je moeten weten hoe je het spel speelt, de regels zijn altijd impliciet.

Wat je denkt en wat je feitelijk zegt zijn twee verschillende dingen. Kinderen moeten al vroeg leren dat sociale spelletjes altijd een soort van hypocrisie in zich dragen. Openhartigheid is wat vaak ontbreekt in zulke sociale spelletjes. Politieke correctheid moest eeuwen geoefend worden om het licht te zien in de twintigste eeuw. De grote illusie was dat wanneer je politieke correctheid forceert, niet politieke problemen verdwijnen. Dat gebeurde dus niet.

Het leuke van die sociale spelletjes is dat je eerst moet aftasten wat de regels zijn voordat je kan spelen. Alle sociale spelletjes zijn afhankelijk van bedrog. Jouw status hangt af van hoe goed je bent in mensen bedriegen.

december 10, 2009

Drama

Mensen willen drama in hun leven, het geeft hen een gevoel van in leven zijn. Als er niet genoeg drama in hun leven is, maken ze het soort van problemen dat de dramatische spanning creëert die ze nodig hebben. Het is een conventionele gedachte om te denken dat mensen van hun problemen af willen. Een kleine reflectie zal duidelijk maken dat dit in het geheel niet juist is. Volwassenen houden vast aan hun problemen net zoals kleine kinderen vasthouden aan hun knuffelbeestjes. Als we problemen hebben hoeven we ze niet te maken. We hebben ze nodig om onze eigen betekenis van het leven te verhogen, zodat wij meer relevant lijken. Voeg aan dit feit toe dat alles wat we voor een bepaalde tijd beheren een deel wordt van onze identiteit, men kent ons dus door de problemen die we hebben.

Andere mensen zijn meestal niet erg geïnteresseerd in onze prestaties. Ze willen ons falen kennen en weten, onze tekortkomingen en onze problemen. De laatste zijn sociaal gezien ook erg nuttig. We kunnen concurreren door te kijken wie de ergste problemen heeft. Luister maar eens goed waar mensen over praten.

We willen natuurlijk ook weer geen levens bedreigende drama’s in onze levens. We willen die situaties die ons een soort van status en relevantie geeft in onze sociale kringen. Wat niet dramatisch is, kan ‘geframed’ worden als iets dramatisch, als andere mensen mee willen spelen. We kunnen over van alles en nog wat zeuren of ruzie maken, gewoonweg om onze sappen weer in beweging te krijgen. We kunnen zelfs een dramatische uitweg of prestatie bedenken. We overwegen vreemdgaan of het veranderen van onze baan, het verhuizen naar een ander land of het beginnen van een restaurant.

Dus als je mensen hoort praten over hun problemen, doe dan mee en zorg ervoor dat hun problemen er veel erger uitzien dan dat ze werkelijk zijn. Daarvoor zullen ze van je houden. Maar als je hun problemen probeerd op te lossen, zullen ze in de meeste gevallen tegen stribbelen. Zoals het oude gezegde luidt:

De meeste mensen prefereren een probleem dat ze niet op kunnen lossen boven een oplossing die ze niet leuk vinden.

De oplossingen die ze niet leuk vinden zijn degene die hun drama uit hun leven haalt.

december 9, 2009

Verhalen

Alle communicatie speelt zich af in de context van een verhaal of scenario. De alledaagse verhalen zijn formulaic (voldoet aan een bepaald verwacht patroon) en we zijn getuige van hen via de media en gedrag van anderen. Sommige zijn simpel, zoals iemand ontmoeten. Anderen zijn meer uitdagend, zoals beslissen of je iemand het moet vertellen dat je hem/haar niet meer leuk vindt. Maar de context van alle communicatie is een of ander verhaal, zelfs als het tijdens het gecommuniceer wordt bedacht. Sommige rollen, tenzij ze ter plekke worden bedacht, hebben verplichte regels waarvan wordt verwacht dat ze gevolgd worden. De meeste communicatie is dan ook hypocriet, want niemand verwacht dat we echt zeggen wat we denken of voelen. Er is een gevoel dat bepaalde zaken wel of niet gezegd kunnen worden volgens een bepaalde rol, en dan maakt het niet uit hoe we nu persoonlijk denken of voelen over wat er aan de hand is. Kijk maar naar leraren, je vrienden en collega’s etc.

Het is dus in de context van een rol die we verbeelden waarin we al het andere interpreteren of vertellen. Om een psychologisch probleem hiervan te maken is onzinnig, omdat we geen maatschappij kunnen opbouwen zonder hypocrisie. Datgene wat we hypocriet noemen is misschien simpelweg het spel spelen. Wat mensen vergeten is dat ze geen enkel benul zouden hebben wanneer ze onbewust niet in een verhaal spelen. Hoe kan je nou weten wat verraad is als je nog nooit van verraad hebt gehoord?

Verhalen zorgen ervoor dat de wereld blijft ronddraaien, en geen waarheden of realiteiten. En in die verhalen creëren we onze levens, de kwaliteit van dit leven hangt echter af hoe we onze rol spelen in het verhaal. Effectieve communicatie bestaat dan ook alleen wanneer we in hetzelfde verhaal aanwezig zijn. Wanneer het verhaal verandert, veranderen ook de rollen en regels. Als je niet weet in welk verhaal je speelt of niet weet welke rol je erin vervult, zul je communicatieproblemen krijgen. Het is wanneer een persoon in het ene verhaal rondloopt en de andere persoon in een ander verhaal, dat conflicterende interpretaties het drama creëert waar de moderne mens zo aan verslaafd is.

september 18, 2008

Media Spookrijders?

Denk eens terug aan de mercatorpleinrellen in Amsterdam in juli 1999. Ter gelegenheid van een eenjarig bestaan van het vernieuwde Mercatorplein, traden diverse bands op. Het feest werd afgesloten met een optreden van de rapgroep Spookrijders (ken je ze nog?) Toen een agent bij een schermutseling in het publiek wilde optreden, riep de band vanaf het podium “fuck the police”. Voor het grotendeels allochtone jongeren publiek was dat de aanleiding tot grootscheeps relschoppen. Zo luidde althans de officiële lezing van de politie, die door de media ook als ‘voorkeursbetekenis’ gepresenteerd werd. Die betekenis sloot ook aan bij een veel gehoorde opvatting dat rapmuziek geweld in de hand werkt (een kleiner thema is ingebed in een grotere context). Een onderhandelingslezing van deze berichtgeving legt de nadruk op de onderliggende spanningen in de wijk, op armoede, hoge werkloosheid, en de uitzichtloze toekomst van de jongeren (thema’s zijn onderling vervlochten in iemands waarneming, zogenaamde ‘Gestalt’). Deze onvrede kan door een kleine aanleiding zijn beslag krijgen in rellen, die in een onderhandelingslezing eerder als politiek protest dan als kwalijk tijdverdrijf van opgeschoten jongeren wordt gezien. Een compleet tegenovergestelde, oppositionele lezing kwam in dit geval van de Spookrijders zelf die een videoclip produceerden waarin de politie als voornaamste aanstichter van de rellen werd aangewezen. In de clip, tuigen de Spookrijders verkleed als dronken en stonede politie-agenten, willekeurige feestvierders af en plegen andere misdrijven. Die scènes werden afgewisseld met amateur beelden van de rellen. De politie wordt hier als racistische en onderdrukkende macht voorgesteld en in zo’n opvatting is de kreet “Fuck the Police” op zijn plaats (Van Casteren, 1999)

De Boer&Brennecke 2003

september 19, 2008

Communicatie&Interpretatie

Veel mensen veronderstellen dat wanneer ze schrijven of met iemand praten, ze ook aan het communiceren zijn. En wanneer ze zich niet inlaten met dit soort activiteiten, ze niet aan het communiceren zijn. Deze mensen zitten ernaast.

Deze redenering vergt wat nadenken: Je kan niet niet communiceren (Watzlawick). Dit betekent dat mensen naar je kijken en constant over je aan het praten zijn (ja, ook je vrienden). Als ze verwachten dat je iets tegen ze zal zeggen, en je doet het niet, dan ‘communiceer’ je erg hard. Dit komt omdat het de ontvanger is die de boodschap interpreteert. En de ontvanger kan een boodschap creeren uit het niets – zelfs uit stilte.

Mensen moeten raden wat dingen betekenen. Zelfs wanneer je zegt ” en wat ik met dit bedoel is dit…,” dan moeten ze nog steeds raden wat je echt bedoelde met wat je zei – of wat je niet zei. Alle betekenis komt van de geest van de ontvanger. Alle ontvangers zijn allemaal geconfigureerd om op een bepaalde manier te interpreteren – door hun geloven, angsten, of door de dubbelzinnigheid van wat er aan de hand is – of wat er niet aan de hand is.

Wat mensen van jou vinden en hoe ze het een en ander interpreteren van wat nu aan de hand is, is de realiteit waarin je moet intunen. Feiten brengen mensen niet in beweging, interpretaties brengen mensen in beweging. Je kan niet hun interpretaties controleren (maakt niet uit hoe slim je idee, of tool mag zijn). Maar je kan intunen in hun belevingswereld. Het is de enige manier hoe je kan weten wat er echt aan de hand is.

Mensen “lezen” jou en checken hun eigen interpretaties met andere zelf gestemde mensen. Wat je intentie is, is niet de hoofdzaak. Wat zij eruit gehaald hebben (zelfs verzonnen) is het punt (vandaar het onderscheid in de communicatiewetenschap van bedoelde effecten en ongewenste gevolgen van het (gemanipuleerde) boodschappenverkeer (Nillesen,2000)

Effectieve leiders blijven bij dat punt.

september 23, 2008

Almachtige media of toch maar beperktl

Deze ‘post’ is voor mensen die denken in instrumenten en werkelijk geloven in het feit dat een nieuw instrument het probleem gaat oplossen. In de communicatiewetenschap noemt men dit denken ‘instrumenteel’ denken of het paradigma van de ‘almachtige media’. In 1939 schreef Cantrill een onderzoeksrapport over het hoorspel ‘war of the worlds’. Hierin werd aangekondigd door de vertrouwde presentator van het radioprogramma dat de wereld werd aangevallen door buitenaardse wezens. Mensen raakten totaal in paniek en er ontstond complete chaos.

Vanuit dit soort situaties ontstond het idee van de machtige media, waarin de ontvangers een soort kritiekloze ‘massamensen’ zijn die alles opnemen. De inhoud van de media staat gelijk aan beïnvloeding en informatie is een ‘blokje’ wat je in iemands hoofd kan injecteren, vandaar ook wel de naam ‘injectienaald theorie’. Op een gegeven moment ontstond er wel het idee dat het toch niet allemaal zo simpel in elkaar steekt. Klapper (1969) schreef hierover in zijn werk; “the limited effects of mass media”, waarin hij een aantal belangrijke mechanismen identificeerde die de aandacht verschoof van de ‘almacht van de media’ naar de opkomst van het actieve publiek of het paradigma van de beperkte effecten. Zijn mechanismen waren;

  • Mensen stellen zich selectief bloot aan media uitingen
  • Mensen interpreteren selectief
  • Mensen onthouden selectief

Hiermee was definitief de gedachte van de tafel geveegd over de ‘almacht van de media’. Daarna kwamen er een aantal andere theorieën naar boven die van een ‘actief’ publiek uitgingen en van beperkte effecten, te weten; Agenda -setting (McCombs&Shaw, 1972), Kennis kloof hypothese (Tichenor,Donohue&Olien), The obstinate audience (Bauer, 1964), Uses and Gratifications benadering. Naderhand zijn het niet altijd onderbouwde hypothesen. Persoonlijk vind ik het artikel van Raymond Bauer erg interessant.

Hieronder volgt een kort overzicht van de beperkingen van de media, denk dan ook aan instrumenten of dergelijke waarin iedereen nu zijn heil verplaatst;

  • Beperkt qua richting – reinforcement hypothese, media versterken bestaande opvattingen, denk aan de selectiviteitsprocessen van Klapper.
  • Beperkt qua grootte – Er is wel invloed op de ontvanger, maar niet zo groot als de zender voor ogen had.
  • Beperkt qua bereik – Men kan niet iedereen bereiken, en degene die men wel bereikt wil niet zeggen dat er automatisch een gewenst effect optreedt.
  • Beperkt qua situatie – Er zijn situaties die het optreden van effecten belemmeren en situaties die dat bevorderen.
  • Beperkt qua object – Waarop worden media effecten verwacht, gedrag* – opvattingen of kennis.
  • Beperkt qua tijdsspanne – Beperkingen in het optreden van media – effecten die gerelateerd zijn aan tijd. Er kan sprake zijn van effecten die direct of met vertraging na de blootstelling optreden.

Het model van Gerbner (1956) (hiernaast) beschrijft in tien stappen het gehele communicatie en informatieproces. Dit model was bijzonder revolutionair omdat het alle facetten omschreef van deze processen, men kan hieruit ook de beperkingen afleiden, zoals boven opgesomd.

Heeft de computer nu echt bijgedragen tot een betere bedrijfsvoering, waarin werknemers zich verbonden voelen met een collectief doel in plaats van verbonden voelen met je eigen interesses? Is kennis beter verspreid, zitten de juiste mensen op de juiste plaats?

Simpelweg………….Nee.

* gedrag veranderen d.m.v. communicatie is een gevaarlijke en onzekere onderneming. Omdat wat iemand denkt niet gerelateerd hoeft te worden aan wat hij/zij doet. Daarom zou de communciatiewetenschap alleen kunnen praten over aanleiding tot gedrag, want je probeert iemand zijn denken of mening te veranderen met persuasieve communicatie.

oktober 13, 2008

Simulacra

Jean Beaudrillard (franse filosoof) heeft een invloedrijke theorie ontwikkeld over de relatie tussen werkelijkheid en media. Hij stelt dat de toename van het media-aanbod ertoe heeft geleid dat het onderscheid tussen de media en de ‘werkelijkheid’ steeds diffuser wordt. Het is niet langer mogelijk een onderscheid te maken tussen een beeld van de werkelijkheid en de werkelijkheid zelf. De werkelijkheid en representaties daarvan in de media zullen volgens Beaudrillard steeds meer samensmelten in een en dezelfde wereld van zogenaamde ’simulacra’: fenomenen waarin beeld en werkelijkheid samenkomen. Het gevolg van deze samensmelting is dat het een onbevangen blik op de ‘werkelijkheid’ praktisch onmogelijk maakt. Met andere woorden, de werkelijkheid die de media openbaar maken, wordt de werkelijkheid van jullie lezers.

De technologische ontwikkelingen op het gebied van communicatie maken Beaudrillard’s opvattingen over simulacra steeds waarschijnlijker. Met name door de digitalisering van de maatschappij worden onze ervaringen steeds minder tastbaar, komen ze los te staan van een bestaande wereld en worden nieuwe virtuele werkelijkheden gecreëerd.

Maar wat is nou een realistisch wereldbeeld?

oktober 14, 2008

Priming

Priming is het sneller herkennen van, of reageren op een bepaalde stimulus als men deze eerder heeft waargenomen. Het wordt beschouwd als een van de manifestaties van het impliciete, of niet-declaratieve geheugen. In een typisch priming experiment krijgt een proefpersoon eerst in de studeerfase een lijst van woorden of voorwerpen te zien. Om te vermijden dat men de woorden probeert te onthouden, krijgt men daarbij de opdracht de woorden c.q. objecten te beoordelen op aantrekkelijkheid, kleur of grammaticale aspecten. In de daaropvolgende testfase krijgt men weer een lijst met woorden te zien waarvan de helft correspondeert met woorden in de lijst van de studeerfase. Men krijgt daarbij bijvoorbeeld opdracht de woorden zo snel mogelijk na te zeggen. De reacties zijn dan doorgaans sneller voor de herhaalde dan niet herhaalde woorden. Een andere variant is de lexicale decisietaak waarbij men moet beslissen of het aangeboden woord in de testfase een echt woord of een pseudowoord betreft. Er worden doorgaans twee vormen van priming onderscheiden, namelijk repetitie-priming en semantische-priming. Bij repetitie-priming berust de prestatieverbetering in de testfase louter op herhaling van hetzelfde (fysieke) woord. Bij semantische-priming daarentegen berust het priming-effect op een herhaling van conceptuele eigenschappen van het woord: men reageert bijvoorbeeld sneller bij het woord appel als in de studiefase het woord peer voorkwam. De verklaring hiervan is dat het woord peer in het brein de semantische categorie vrucht heeft gepre-activeerd, waardoor woorden die tot dezelfde categorie behoren sneller worden verwerkt.

(Wikipedia)

Check dit filmpje over hoe reclamemakers hiermee omgaan:

oktober 14, 2008

Cultivatietheorie

Cultivatietheorie: theorie van Gerbner (Amerikaanse wetenschapper) waarin verondersteld wordt dat door de cultiverende en socialiserende functie van de TV het wereldbeeld van de zware kijkers sterker met de TV werkelijkheid overeen zou komen dan met het wereldbeeld van de lichte kijkers. De tv is de nieuwe  verhalenverteller in de westerse moderne cultuur, die een grote centrale rol speelt in het dagelijks leven van mensen.

Bekijk dit filmpje hieronder over deze theorie:

oktober 15, 2008

Framing&Agendasetting

Het nieuws vestigt de aandacht van het publiek op bepaalde onderwerpen. De media bepalen waarover men denkt. Dat is agenda-setting. Daarbij gaat het erom dat de selectie van onderwerpen voor de media-agenda effect heeft op de onderwerpen die op de publieksagenda voorkomen.

Framing is een multidimensionaal concept dat betrekking heeft op de productie, de inhoud en de effecten van mediaboodschappen. Een mediaframe is de wijze waarop een onderwerp wordt gepresenteerd en geïnterpreteerd in de mediaberichtgeving. De journalist maakt keuzes bij de productie van de media-inhoud. Die keuze bepaalt het frame, de inkadering van het onderwerp en de aspecten die benadrukt worden. De ontvangers van de mediaboodschap kunnen deze frames, deze wijze van inkadering, overnemen en het betreffende onderwerp ook op die manier gaan definiëren en interpreteren.

N.B. Veel van deze theorieën komen uit Amerika en is daardoor toch cultuur en plaats gebonden. Daarnaast is Agenda Setting een weinig bewezen hypothese. Dus de invloed van de media blijft raadselachtig of minder groot dan we denken. Er zijn twee stromingen, een gaat ervan uit dat de media machtig is, de ander beperkt. Ik ga uit van het beperkte model, niettemin is het de moeite waarde om te kijken naar dit soort benaderingen en leuke filmpjes.

oktober 28, 2008

De toekomst van internet

Leuk filmpje over de geschiedenis en toekomst van internet&media:

januari 4, 2009

De Yale veranderingsbenadering van attitudes

De effectiviteit van persuasieve communicatie hang af van wie zegt wat tegen wie.

Wie: De zender van de boodschap

  • Betrouwbare sprekers (degene met zichtbare expertise) verleiden mensen meer dan mensen die minder betrouwbaarheid uitstralen (Hovland&Weiss, 1951)
  • Aantrekkelijke sprekers (door fysieke of psychologische attributen) verleiden mensen meer dan onaantrekkelijke sprekers.

Wat: De natuur van communicatie

  • Mensen worden meer verleid door boodschappen die ogenschijnlijk niet zijn geconstrueerd om mensen te beïnvloeden (Petty&Cacioppo, 1986)
  • Is het beter om eenzijdige of tweezijdige boodschappen aan te bieden (dus alleen jouw argumenten voor, of alle argumenten voor of tegen)? In zijn algemeenheid is het beter om tweezijdige boodschappen aan te bieden, als je er zeker van bent dat je de argumenten tegen inhoudelijk sterk kan weerleggen.
  • Is het beter je speech te houden voor of na de tegenpartij zijn/haar betoog? Als de speeches na elkaar worden gehouden, en er is afsluitend een pauze voor de mensen zodat zij hun mening moeten vormen, is het beter om als eerste je betoog te houden. Onder deze condities is de kans groot dat er een primacy effect optreedt waarin mensen meer worden beïnvloedt door wat ze eerst horen. Als er een pauze tussen beide speeches is en mensen moeten hun mening vormen gelijk na het tweede betoog, is het beter om als laatste te gaan. Onder deze condities is de kans groot dat er een recency effect optreedt, waarin mensen de tweede speech beter herinneren dan de eerste (Haugtvedt&Wegener, 1994).

Aan wie: De essentie van het publiek

  • Een publiek wat tijdens de persuasieve communicatie is afgeleid zal meestal meer worden beinvloedt dan wanneer dit niet het geval is (Festinger&Maccoby, 1964)
  • Mensen met een lager intelligentie niveau neigen meer beïnvloedbaar te zijn dan mensen met een hoog intelligentieniveau, en mensen met een middelmatig gevoel van eigenwaarde zijn meer neigen meer beïnvloedbaar te zijn dan mensen met een laag of hoog gevoel van eigenwaarde (Rhodes&Wood, 1992)
  • Mensen zijn voornamelijk meer ontvankelijk voor attitudeverandering tussen de leeftijd van 18 tot 25 jaar. Na deze leeftijden zijn de attituden van mensen meer stabiel en minder snel beinvloedbaar (Krosnick&Alwin, 1989; Sears, 1981) attitude_at_work_agressive_funny_boss_employee

december 4, 2008

Een “baan” krijgen

Als ik de verhalen van een vorige generatie aanhoor lijkt het alsof mensen van hun hobby eerder hun werk konden maken. Nu, lijkt het er meer op dat de meeste jonge mensen een baan zoeken, niet om erin te excelleren, maar om genoeg geld te verdienen om hun levensstijl naast het werk te handhaven.

Dit is niet is om te verdoemen, want we veranderen het toch niet. Zo zijn de dingen nu eenmaal.
Het gaat erom wat een persoon mist in zijn of haar leven, en wat voor gevolgen dit heeft voor onze maatschappij, die collectief goed in de war is. Het is een verlies-verlies situatie geworden. Een persoon zoekt een baan, een plaats om iemands tijd te vullen met zo min mogelijk moeite doen en het grootste

jeewee

salaris strookje. Op hetzelfde moment, de ’standaard’ organisatie zoekt iemand voor een baan, wat zo min mogelijk mag kosten en met de grootste hoop van sterke resultaten. We kopen en verkopen al het andere – waarom niet onszelf?

De kwaliteit van iemands leven is ongeveer equivalent aan de kwaliteit waarmee iemand bijdraagt aan de gemeenschap. Het zien en uitdragen van iemands werk als gewoon “een baan” is denigrerend. Het is onmenselijk. Als een baan niet vereist om continue te leren, verliezen de werknemer en de organisatie beide.

Jonge mensen hebben tegenwoordig zoveel keuzen dat het onmogelijk lijkt om te kiezen. Dus gaan ze maar op zoek naar ‘gewoon’ een baan of natuurlijk ‘jobhoppen’. En het wordt duidelijk dat de kwaliteit van hun leidinggevenden ook minder wordt – simpel omdat ze zijn begonnen met een “baan” en dan automatisch op de carrière naar boven worden ‘gepushed’. Hoeveel ‘burger-flippers’ nemen die baan om te leren hoe je een restaurant managed?

Door toe te laten dat dit gebeurd, veroordeel je deze mensen naar een leven van minder relevantie en hierdoor wordt de kwaliteit van het leven minder.

Misschien ben ik in de minderheid hier, maar ik geloof dat er meer is in het leven dan gewoon “een baan” krijgen.

Als het leven bestaat uit wat we de hele dag denken, dan is er niet veel leven in het hebben van “een baan”, waarin je niet met hart en ziel bent verbonden.

En wij maar afvragen waarom er zoveel maatschappelijke problemen zijn….

december 5, 2008

Communicatie en dubbelzinnigheid

Een fundamenteel en frustrerend aspect van communicatie is erg basaal….het is namelijk erg simpel, er is geen noodzakelijke correlatie tussen wat mensen mensen zeggen en wat ze doen….

Dit komt voort uit twee predisposities:

- Dat mensen meestal niet zeggen wat ze echt denken ( en ze kunnen hun gedachten altijd voor, tijdens of daarna veranderen…) en

- Wat ze zeggen is afhankelijk van met wie ze praten en wat zij denken dat jij moet zeggen (volg je me nog?)

We leven in een cultuur waarin het gewoon is om met iedereen op te kunnen schieten, leidinggevenden, vrienden, ouders, vreemden. Hierdoor leren we op een natuurlijke manier om mensen te misleiden.

We willen graag denken dat de ’statements’ van anderen te beoordelen zijn op blind vertrouwen. Dit is bijna nooit het geval….Beloften zijn net zo vloeibaar als prestatie…Je kan meestal niet vertrouwen wat mensen zeggen. Ze praten meestal uit hun eigen beweegredenen in veranderende contexten. Dit is niet cynisch, maar realistisch…

men-womenMensen liegen constant tegen zichzelf. Of “misleiden” zichzelf. Hierdoor lijkt het “normaal” om elkaar te misleiden…Mensen zeggen meestal niet wat ze bedoelen, of omgekeerd. Voor een leider, alle communicatie activiteiten draagt een waarschuwingsbel: ” Betreden op eigen risico, iedereen die zich inlaadt met communicatie.

Wat op het spel staat is betekenis. Als anderen niet zeker kunnen zijn over wat we bedoelen met wat we zeggen, en wij kunnen niet zeker zijn van wat anderen bedoelen met wat ze zeggen, hebben we alleen onze eigen interpretaties…en deze zijn een functie van hoe ons bewustzijn werkt, niet van wat gezegd of bedoeld is.

Als zulke interpretaties niet refereren aan bepaalde specifieke doelen, eindigen we in een zee van dubbelzinnigheid – of wederkerig gokwerk. Sommigen zullen zeggen dat is het ‘’spel” van het leven….maar wat zullen ze bedoelen met dat?

december 18, 2008

Elaboration likelihood model

Het ELM onderscheidt twee routes die tot overtuiging kunnen leiden: de ‘centrale route’  en de ‘indirecte route’. Processen die via de centrale route verlopen vereisen een grote mate van aandacht, waardoor ze geneigd zijn dominant aanwezig te zijn onder condities die een grote mate van uitgesprokenheid stimuleren. Centrale routeprocessen onderwerpen een overtuigend bedoelde boodschap (zoals een voordracht of reclameelm_model_nederlands) aan een nauwgezet onderzoek om de waarde van de gebruikte argumenten te kunnen beoordelen. De uitkomst of de boodschap al dan niet overtuigend gevonden wordt is afhankelijk van de unieke cognitieve reacties van de ontvanger (dat wil zeggen, de richting en mate waarin zijn of haar attitudes veranderen).

De indirecte route daarentegen, vereist weinig bewust denken, en is daardoor vooral aanwezig in situaties die weinig uitgesproken signalen voortbrengen. Deze processen zijn vaak afhankelijk van simpele beslisregels zoals “experts hebben gelijk” of oppervlakkige kenmerken van de boodschap, zoals de hoeveelheid argumenten die genoemd worden of de autoriteit van de bron waarin ze genoemd zijn.

Welke route gevolgd wordt is afhankelijk van de mate van uitgesprokenheid. Zowel motivatie en de geestelijke vermogens van de ontvanger bepalen de mate van uitgesprokenheid. Twee voorbeelden van motivationele factoren die van invloed zijn op de gepercipieerde uitgesprokenheid van een boodschap betreffen de relevantie voor de persoon die de boodschap ontvangt en de autonome geneigdheid tot overdenken van de ontvanger. Factoren die gerelateerd zijn aan de geestelijke vermogens van de ontvanger betreffen de afwezigheid van afleiding en het beschikken over relevante noodzakelijke kennis om de logische argumenten op hun merites te beoordelen.

In geval van gematigde uitgesprokenheid zal een combinatie van centrale en indirecte processen de wijze waarop de informatie verwerkt wordt beïnvloeden.

Het ELM stelt daarnaast enkele uitgangspunten op:

  • Attitudes die onder een hoge uitgesprokenheid gevormd worden zijn sterker (dat wil zeggen zijn een grotere voorspeller van gedrag en de manier van informatieverwerking, zijn stabieler over een langere periode en zijn beter bestand tegen opvolgende beïnvloeding) dan attitudes die onder een lage uitgesprokenheid tot stand komen.
  • Variablen kunnen verschillende rollen in een overtuigende setting vervullen afhankelijk van de omgevingsfactoren, zie voorbeelden hieronder:
    • Gegeven hoge uitgesprokenheid, kan een variabele (bijvoorbeeld de expertise van de bron) zowel als argument dienen (“Als Einstein het eens was met de relativiteitstheorie, dan is dat een voor mij een goede reden om dat ook te zijn”) of een beïnvloedende factor zijn (“als een expert het hiermee eens is, laat ik dan tenminste kijken of er nog andere factoren dezelfde kant op wijzen”).
    • Gegeven lage uitgesprokenheid, kan een variabele als triggerdienen (bijvoorbeeld, door de beslisregel “experts hebben altijd gelijk” te hanteren – nota bene: hoewel dit voorbeeld lijkt op dat hierboven, betreft het hier een versimpelde beslisregel, zonder dat de nadrukkelijke gedachtegang vereist is die ten grondslag lag aan het Einstein-voorbeeld hierboven.
    • Gegeven gemiddelde uitgesprokenheid, kan een variabele dienen om de mate van informatieverwerking (“Als een expert het met deze uitspraak eens is, dan kan ik maar beter luisteren naar wat hij te zeggen heeft).

Opvallend genoeg, als een variabele de mate van uitgesprokenheid beïnvloedt, kan dit de overtuiging zowel positief als negatief beïnvloeden, afhankelijk van de kracht van de gebruikte argumenten. Als de argumenten sterk zijn, dan zal de overtuiging toenemen. Als de argumenten daarentegen als zwak gepercipieerd worden, dan zullen ze de mate van overtuiging juist negatief beïnvloeden.

Recentere aanpassingen van het ELM hebben extra rollen aan die de variabelen kunnen vervullen toegevoegd. De uitbreiding van Petty, Briñol en Tormala suggereert bijvoorbeeld dat variabelen uit de boodschap de mate van zelfvertrouwen van de ontvanger, en uiteindelijk daardoor de mate waarin de ontvanger vertrouwen in de booschap heeft, beïnvloeden.

Om bij het eerder gebruikte expert-voorbeeld te blijven, een individu kan denken dat “als een expert deze boodschap presenteert, dan zal die wel juist zijn, en dus kan ik mijn reacties en mijn attitude als gevolg van de boodschap ook vertrouwen”. Let wel, deze rol zal zich vanwege zijn metacognitieve rol alleen voordoen in situaties met een hoge mate van uitgesprokenheid.

 

januari 29, 2009

I Had A Dream…..

martin_luther_king_jr_nywtsEen tijd lang nagedacht en in verschillende bedrijven rondgelopen en met mensen gesproken om te kijken wat je nu precies niet moet doen om iets uitzonderlijks te bereiken. Ik kan wel vertellen wat je wel moet doen om iets te bereiken, maar ik geloof niet in een ‘one-size-fits-all’ recept voor succes.

Een van de eerste dingen die ik opmerkte is dat veel mensen en dus ook organisaties een drang hebben om alleen op de korte termijn te denken. We zijn een ‘quick-fix’ maatschappij, maar om ergens echt goed in te worden moet je gecommiteerd zijn en dat houdt in veel tijd en inspanning hierin investeren. Een ander obstakel wat je veel zialbert-einsteinet is ‘recept’ denken. Dit soort denken cultiveert een geloof dat er een soort van magische oplossing bestaat voor je probleem – waarin hoe minder je hoeft te doen, des te beter het is, centraal staat. Dit is onze magie.

Iets wat hiermee direct samenhangt is het geloof dat woorden gebruikt kunnen worden om mensen te veranderen. Als je de juiste ‘magische’ woorden gebruikt, je mensen kan motiveren om van middelmatigheid in hun werk naar meesterschap te ‘motiveren’. Dit vind ik een weidverbreide mythe. Als je ervan uitgaat dat er een soort van recept bestaat voor ieder mens, dan ga je er ook vanuit dat mensen een soort van ‘eenheids worst’ zijn waaruit leuzen voortkomen  als ‘alle neuzen dezelfde kant op’.

Een ander obstakel is de ‘go with the flow’ mentaliteit – het dalai20lama2conventionele denken- op deze manier zie je de wereld  meer lineair dan die werkelijk is. En dan denk je ook dat menselijk gedrag veel meer controleerbaar  en stuurbaar is dan dat het werkelijk is.

Als je kijkt naar de verschillende soorten mensen voor leiderschap, zoals de managers van de meeste organisaties, is er een schrijnend tekort aan, moed, visie, passie, commitment, en van competentie. Dit heb je nodig om jezelf en anderen te kunnen leiden.

Wat ook opvalt is dat de meeste mensen  ‘verandering’ ok vinden, zolang het maar niet voor henzelf geldt. Meeste mensen zijn tevreden met middelmatigheid. In feite werken mensen harder om hun middelmatigheid in stand te houden.

Waarom zouden mensen deze moeite doen om middelmatigheid in stand te houden?

februari 1, 2009

Journalisten&Voorlichters

Wat opvalt wanneer je je bezighoudt met het bestuderen van communicatie(wetenschappelijke) literatuur is dat er in relatie tot andere gebieden weinig aandacht wordt besteedt aan de rol van de pers. Een aantal bekende onderzoekers als Bass, Breed, Gans of Van Ginneken hebben wel onderzoek gedaan naar het ‘boardroom editing proces’ en nieuwscriteria maar praktische tips voor de dagelijkse praktijk vind ikzelf ontbreken.

Journalisten hebben snel bekeken of je hun tijd verspilt of niet, ze willen dat je snel, efficient en boven alles nuttig met hun tijd omgaat. Ze willen dat jij hen helpt hun werk beter te doen. Dit wordt wel ’spoon-feeding’ genoemd, de taak van de voorlichter is om de journalist te helpen met nieuws te ‘maken’, of nuttige ‘comments’ of analyses te geven. Aangezien ze geen tijd hebben om hele rapporten door te lezen, kan je ze dus helpen met het aanleveren van handige samenvattingen en dergelijke. De journalisten van tegenwoordig zijn niet de ‘clark kent’s’ met hun notepad in de hand op zoek als een losgeslagen nieuwshond. Journalisten zijn informatiemanagers achter een bureau die enorme hoeveelheden van materiaal van tv, radio, emails, telefoontjes filteren op relevantie en nieuwswaarde. Om op te vallen moet je dus duidelijk zijn in wat je bedoelt en niet in een zee van dubbelzinnigheid vallen.

Journalisten werken onder deadlines, met hun ‘editors’ in hun nek hijgend. Als een journalist je belt hebben ze een ‘qoute’ of antwoord binnen minuten nodig, niet binnen dagen. Wil je je concurrent voorlichter verslaan dan moet je dus sneller zijn dan hem. In de tijd van de campagne van Clinton vs  Bush waren de spindoctors van Clinton zo snel met hun reacties naar de pers. Dat betekende dat elke keer, het nieuws niet was wat Bush zei, maar wat Clinton zei over wat Bush had gezegd.  Deadlines moeten dus begrepen worden, voor gigantische nieuwsverhalen kunnen voorpagina’s veranderd worden, of een extra nieuws bulletin worden gemaakt.

‘Timing is everything’ omdat deadlines genadeloos worden gehandhaaft, daarom is het van belang dat je aankondigingen en activiteiten in de agenda van een journalist past. Er zijn ook tijden in het jaar waarin het makkelijker is om je nieuws geplaatst te krijgen, bijvoorbeeld na de zomer of tussen kerst en oud en nieuw. Dit komt doordat het “nationale” leven op de achtergrond wordt geplaatst en journalisten zijn dan op zoek naar nieuws.

Wordt vervolgd……….clark_kent

februari 3, 2009

Crisis – Communicatie

Crisis hier, crisis daar…je wordt er zo langzamerhand een beetje moe van…niet omdat de crisis niet echt is, maar omdat ik alleen nog maar mensen heb horen praten over hoeveel geld hier en daar ingepompt moet worden. Moe word je ervan wanneer er een probleem is en je dan hoort dat er allemaal ideeën geïmplementeerd moeten worden. Weinigen filosoferen echt over de kern van het probleem en welke rol communicatie hierin speelt. Onze economie is gebaseerd op hoop en vrees, en wordt gedreven door hebzucht. Wanneer we worden misleid en gaan gedragen naar dit gezichtspunt beschouwen we welvaart als iets wat van buiten komt – wij willen er iets van hebben. We zijn als aapjes die naar glimmende voorwerpen graaien. We verzamelen zoveel dingen, dat we niet de ruimte hebben om ervan te genieten. Onze behoeftigheid schept de gewoonte van voortdurende honger en gedachteloze activiteit. We kijken naar mensen met de houding van nemen, niet van geven. We helpen iemand die machtig en rijk wordt – iemand die het gaat maken. Maar als iemand uitglijdt, beginnen we ons terug te trekken. We bedenken ons meestal niet tweemaal om ruzie te maken met onze familie of omgeving. We geloven dat de enige manier om onze situatie te verbeteren, is te proberen een beetje meer voor onszelf in de wacht te slepen. We zijn in verwarring, omdat we niet begrijpen dat we al hebben wat we nodig hebben. Soms denken we dat macht ons gelukkig kan maken. We kunnen niet over onze geest heersen, dus proberen we anderen te belasten met het zware juk van onze agressie. Het gaat er ons niet om anderen gelukkig te maken – nee – we kunnen het niet eens verdragen dat hen iets prettigs overkomt. Er is slechts ruimte voor een hoofd op onze schouders. We kunnen het alleen maar aan dat een persoon iets krijgt, en dat zijn wij. We raken vreemd opgewonden als onze trein te laat is, of als de elektriciteit uitvalt. financial-crisis-cnnWe worden zo in beslag genomen door onszelf dat we vergeten dat anderen ook lijden.

Onze oppervlakkige benadering strekt zich zelfs tot deugdzaamheid uit. We zijn misschien in het openbaar vriendelijk tegen mensen, maar achter hun rug zeggen we hatelijke dingen. We zijn vrijgevig wanneer we denken dat we er iets voor terug zullen krijgen. We zijn misschien geduldig om iets te krijgen wat we willen hebben, maar als ons leven ons confronteert met iets wat we niet willen hebben, hebben we geen geduld. We spannen ons in op ons werk, maar als we alleen zijn denken we dat we kunnen doen wat we maar willen – niemand die ons ziet. Dit is kleingeestigheid ten top, die aan alle crisissen ten grondslag ligt….Een interessante communicatieve boodschap.

februari 12, 2009

Pers- en communicatie vrijheid

Dat pers- en communicatie vrijheid absolute voorwaarden zijn voor het (naar buiten toe) goed functioneren van een democratie en het sociale welzijn wordt niet in alle landen zo gezien. Ik zeg naar ‘buiten toe’  omdat goed geinformeerde burgers niet vanzelfsprekend goede keuzen maken, dit omdat mensen niet puur rationeel met informatie omgaan en daarnaast is informatie een construct wat onder andere voortkomt uit iemands eigen referentiekader. Feiten zijn geen feiten maar sociale constructen en het maakt veel uit vanuit welke context naar een fenomeen wordt gekeken.

In Italie bijvoorbeeld is het normaal dat de TV (bijna) volledig in handen is van Berlusconi en metgezellen. Dit wil niet zeggen dat mensen geen andere informatiebronnen kunnen raadplegen, want zooo machtig is het medium televisie ook weer niet. Maar het gaat om het principe dat niemand het recht heeft om iemands communicatievrijheid te dwarsbomen. Zelfs Nederland is van de zesde naar de achtste plaats gezakt.  Bekijk de link rechts op deze site www.freedomhouse.org om te kjiken het gesteld is met de persvrijheid van andere landen.

Bekijk hier het filmpje van netwerk: http://www.netwerk.tv/search/node/persvrijheid+berlusconi+type%3Areportage

Zoals mijn docent altijd al zei: “Het grootste recht van de mens, is het recht op revolutie”!.

februari 26, 2009

Communicatie onder de loep

Over communicatie raak je niet uit gecommuniceerd, toch hanteert iedereen zijn eigen betekenis van wat het zou moeten zijn en wat het is. Het is een vrij lang woord, een lastig onderwerp om over te discussiëren en moeilijk om in een definitie te vatten. In communicatie leven wij, wat wil zeggen dat we leven in onze eigen interpretaties, dus je zou kunnen dat het leven bestaat in communicatie…Je gelooft in je eigen interpretaties voordat je ziet wat je interpreteert. ‘Geloven is zien’ en niet andersom.

Hoe kan dan eigenlijk een levenloze definitie gaan over het leven, iets wat we nog moeten bewijzen voordat we erin geloven. Misschien moeten we hiermee proberen op te houden, aan de andere kant wordt het dan moeilijk om mee te werken. Ons leven is een “gevangenis” van onze eigen concepten, gewoontepatronen en verwachtingen (ego) en zo trekken we steeds meer grenzen op, terwijl er niets begrensd hoeft te worden, mits je gelooft dat het ego echt is, wat inhoudt dat je gelooft dat je eigen ideeën, overtuigingen en concepten vaststaand en een inherente waarheid bezitten.  Als je dit niet zou geloven heb je dus niets om te begrenzen en bestaan er ook geen problemen. Want er is geen ik wat ergens in kan geloven, dus is er ook geen jij (Bohm & Krishnamurti, 2003)

George Steiner praat over een poëzie van communicatie, iets transcendentaals, iets wat onze gewoontepatronen en concepten overstijgt. Als we opgaan in een mooi muziekstuk, is het overstijgend omdat je niet zelfbetrokken bent, het ego is tijdelijk even opgelost. Mooi! maar moeilijk te bevatten omdat het moeilijk is iets voor te stellen wat we zelf nooit bedacht hebben, dat is natuurlijk ook gelijk het hele punt. Ik trek maar weer eens de stoute schoenen aan…Communicatie draait om twee aspecten.

In eerste instantie draait het allemaal om interpretaties. Niets komt ons toe met een betekenis erin gegrafeerd. Wat iets voor ons betekent is altijd in interpretatie. Als je dit leest, ben je mijn stuk aan het interpreteren. En voordat ik dit schreef heb ik mezelf heel lang bezig gehouden door hierover na te denken, te lezen en te praten met andere (vak) broeders.

Bedenk dat als jij en ik aan het ‘communiceren’ zijn, wij beide die breuk die ons gescheiden houdt moeten overbruggen om te bedenken hoe je omgaat met je interpretaties over wat ik schrijf. Mischien lees je mijn tekst niet, maar lees je je eigen ideeen over deze reeks van samengestelde symbolen, die op zichzelf geen betekenis hebben. We leven dus in een gemedieerde wereld, en staan niet in echt contact met de ander. We interpreteren en onthouden selectief als gevolg van onze gewoontepatronen.

Ten tweede, communicatie is ook het proces dat onze ’geestcreeert, onderhoudt en verandert (Carey, 1975). En onze ‘geest’ is de bron van al onze manieren over hoe we deze wereld beleven, hoe we deze wereld zien en ermee mee omgaan. Maar ook al onze manieren van hoe we beinvloedt raken door dit gegeven en door anderen. Dit proces corrigeert zichzelf niet maar is een constante dynamische evolutie, altijd veranderlijk.

marketing

Dus helaas (of niet), gaan we waar onze ‘geest’ ons brengt, en wat deze mogelijk en noodzakelijk maakt. Het is onze ‘mind’ dat wat we zien en voelen controleert, niet wijzelf.

En om de cyclus te sluiten, alles waar we bewust van zijn komt in communicatie met anderen en onszelf.

Waarom wordt er door de banken ook alweer in communicatie geschrapt? Omdat iedereen met marketing bezig is, wat weer een product is van onze consumptiemaatschappij, waarin mensen alleen bezig zijn met informatie en producten te verteren in plaats van op te nemen. Deze crisis kan er niets voor niets zijn, onze houding moet anders worden.

maart 5, 2009

Nieuws, timing, zwakke bindingen en nieuwe media

Het is natuurlijk al een tijdje populair, nieuwe media als bijvoorbeeld twitter. Er wordt wat af ‘getwitterd’, fijn dat je kan weten dat iemand in de trein naar Lutjebroek zit, who cares? Of dat Maxime Verhagen vastzit op een vliegveld in Thailand, wat is de relevantie daarvan voor mij. Want de mensen die het moeten weten worden gewoon even gebeld. Dit zorgt er natuurlijk voor dat de nieuwe media duidelijke voor en -tegenstanders heeft. De voorstanders gooien de hele tijd met woorden als ‘kennisdeling’, zonder het woord kennis te definiëren (kennis ontstaat op een relatief niveau in communicatie), niet alles is kennis, en alle communicatie/kennis heeft bedoelde effecten en onbedoelde gevolgen en consequenties.

Het komt denk ik door de slecht onderbouwde instrumentele denkwijze en onzinnig gebruik van de voorstanders dat er tegenstanders zijn ontstaan. Het lijkt alsof de voorstanders van nieuwe media teveel tijd hebben, altijd maar je laatste ontwikkelingen openbaar maken en proberen een beeld te creëren van hoe belangrijk of populair je bent. Graag probeer ik in een aantal ‘posts’ positieve functies van nieuwe media te promoten. Want  nieuwe media zijn er en mopperen op de negativiteit heeft weinig zin, maar laten we dan kijken hoe we het echt voor ons kunnen laten werken. Niet domweg als een instrument inzetten, want als de beeldvorming van onzinnigheid over nieuwe media in het hoofd van de beoogde gebruiker leeft, zal zo’n tool weinig gebruikt worden.

Granovetter (1983) heeft al aangetoond dat boodschappen een groter aantal individuen (zelfs over grotere geografische of sociaal-psychologische afstanden) bereiken wanneer de communicatie via ‘zwakke’ bindingen plaatsvindt. Bij ‘zwakke’ bindingen moet je denken aan de spreekwoordelijke “kruiwagen” die een werkzoekende nodig heeft om een baantje te bemachtigen. De “kruiwagen” is meestal iemand waarmee weinig contact wordt onderhouden maar waarvan je denkt dat hij wel (zelfs via meerdere tussenschakels) toegang zal hebben tot bepaaltwitter-addictsde sleutelfiguren in het bedrijfsleven (Vogels, 1999, p.9). Nieuwe ideeën worden buiten verhouding gestimuleerd door zwakke bindingen. Daarnaast kan de manier waarop een boodschap wordt ‘geframed’ ook bijdragen aan het verspreidingspotentieel van het berichtenverkeer. Denk aan het gezegde “bad news travels fast”, wanneer beide factoren in een bepaalde situatie optimaal gemanipuleerd worden, ontstaat een enorm verspreidingspotentieel van je boodschap.

‘Timing en deadlines’ zijn in de nieuwsbranche enorm van belang, journalisten willen quotes in enkele minuten omdat ze hun deadlines moeten halen. In tijden van “crisis”, politieke campagnes of productlanceringen, kan je door middel van nieuwe media (geïntegreerd in je middelenmix) enorm veel mensen bereiken, maar ze ook als eerste up to date houden van veranderingen.  Wil je je concurrent verslaan, moet je de eerste zijn. Als je je twitter netwerkje zo inricht, dat je journalisten en andere kruiwagens in je contactenlijst hebt, ben je altijd de eerste die nieuws naar buiten brengt (in een bepaald frame). Jij stroomlijnt de nieuwsvoorziening, bent pro-actief en kan snel bijsturen. Het nieuws gaat dan niet over wat de concurrent zegt, maar wat jij over de concurrent zegt.

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat nieuwe media geisoleerd worden ingezet. Het moet opgenomen worden in je totale middelenmix, waarin consistentie van je boodschap in elk kanaal erg belangrijk is. Gebruik de nieuwe media in je voordeel, en loop niet de gekte achterna. Er zijn steeds meer zelfhulpboeken, en goeroes die vertellen hoe je het moet doen, maar niemand wordt ermee geholpen anders verdienen zij geen geld meer. De wereld is nu eenmaal pervers…….heerlijk.

april 1, 2009

Mensbeeld en gewoontepatronen

Achter en onder elke perceptie, elk gevoel, elk besluit en actie zijn gewoontepatronen aan het werk. Gewoontepatronen van perceptie en voelen, van actie en reactie. We worden geleidt door onze gewoontepatronen van voelen, denken, interpreteren en begrijpen. Krijg deze goed (in relatie tot je doel) en al het andere wordt mogelijk. Als je deze niet goed krijgt, zal je uitkomsten krijgen die je niet zelf hebt gekozen.

Een veranderaar weet dat mensen hun trajecten in het leven niet gekozen hebben. Het zijn onze gewoontepatronen die onze manieren van denken, voelen, doen en zeggen aansturen. We kunnen niet onze manieren van zijn en doen kiezen. Maar…we kunnen wel de gewoontepatronen kiezen die onze percepties, gedachten en gevoelens informeren. Wat maakt een veranderaar anders, is dat hij of zij steunt op gekozen en ontwikkelde gewoontepatronen om de uitkomsten van het leven een richting te geven. Je kan niet krijgen wat je “wilt”, je kan alleen krijgen wat je gewoontepatronen je kunnen leveren.

Wat een veranderaar karakteriseert zijn zijn of haar mentale modellen, de strategieën om de wereld te onderzoeken en om bij te dragen aan gekozen doelen in het leven. Het zijn de unieke, onconventionele gewoontepatronen van denken, voelen en handelen die het succes van een veranderaar onderstrepen in zijn of haar onderneming. Als we mentale modellen koppelen aan mensbeelden krijgt het een wat concreter vorm. Onze academische psychologische mensbeelden zijn derdepersoons, de mens als object van onderzoek en het bijbehorende mensbeeld is een wetenschappelijke versie van het beeld van de ander. Mensen zijn dus objecten van onze verwachtingen, wensen, gedachten, emoties, hoop en vrees, kortom als object van onze gedachtewereld en gevoelsleven. Het probleem met mensbeelden is, dat de juistheid ervan niet te bewijzen valt. Alleen het effect ervan is zichtbaar in ons doen en laten. Deze beelden zijn dan wel uit ervaring met mensen voortgekomen, maar ze zijn daar als het ware aan ontstegen, van losgeraakt en hebben zo het karakter van algemene ideeën gekregen, die vervolgens in onze gedachtewereld een grote rol spelen, samen met hun verwanten, zoals zelfbeelden en wereldbeelden. Ze leiden ons handelen (gewoontepatronen voortkomend uit ons mensbeeld) en onze manier waarop we gedrag en situaties interpreteren.egoist_caf_logo

De wetenschappelijke psychologie hanteert bepaalde mensbeelden als uitgangspunt, mensbeelden die in het verlengde liggen van haar derdepersoonvorm van onderzoek. De meest bekende zijn het utilitaire en hedonistische mensbeeld. Kortom alle denken, spreken en doen draait om winst of genot zoeken en pijn moet worden vermeden. Dat streven moet onderkend worden maar om nu te claimen dat alle menselijk handelen door dit streven kan worden verklaard is een andere zaak. Een bekend psycholoog R.A. Bauer (1964) heeft een grote rol in de communicatiewetenschap gespeeld (nog steeds), hij kwam met de conclusie dat mensen met elkaar communiceren vanuit de motivatie: “Each gives in order to get”, ook wel communicatie als transactie . Dit mensbeeld zegt dat de mens in essentie egoïstisch is, wat aansluit op de filosofie van Hobbes. Je begrijpt dat wanneer je je volledig laat leiden door deze theorie je je eigen interpretatie behoorlijk kleurt, en de mogelijkheid tot een ‘self fullfilling prophecy’ ontstaat. Het beperkte is dat je je laat leiden door een derdepersoons conclusie in plaats van een eerste persoons conclusie. Het zijn dus materialistische mensbeelden die zaken als welzijn, wijsheid, liefde, haat, lijden, gezondheid benadert alsof het materie is. Materie kunnen we vastpakken, afwerpen of vernietigen. We zijn dus bezig in deze maatschappij om strategieën toe te passen op een vlak waar zij niet werkzaam is en dat is uiteraard een bron van lijden. Wat opnieuw ons beperkte zelfbeeld bevestigd en de kringloop van deze illusie in stand houdt.

Om dit te doorbreken moeten we echter inzien dat het relatieve mensbeelden zijn, het bestaat omdat we denken dat onze overtuigingen en ideeën zo vast en solide zijn als materie. Omdat we denken dat wij in die zin solide zijn denken we ook dat die ander zo onveranderlijk is. En dit draagt niet bij aan het leerpotentieel van een individu of organisatie.

april 8, 2009

Hoe informatie informeert

“Rules? Rules! Hell, we ain’t got no rules around here. We’re tryin to get something done!”

Thomas Edison

Waar haalde Einstein zijn informatie vandaan? Wat is het dat een gescheiden paar moest weten voordat ze gingen trouwen? Voorkennis maakt ons allen experts; maar welke informatie hadden ze niet op het moment dat ze hun beslissingen namen?  Acht van de tien producten redden het niet, ongeacht op welke manier ze onderzocht of kenbaar worden gemaakt. Anti-rook campagnes bereiken mensen die niet roken en anti-drink campagnes zet de jeugd aan tot drinken. Wat we niet kunnen bezitten is informatie over wat succesvol gaat worden; die informatie behoort tot de toekomst en niet tot het heden. Het lijkt wel een gegeven dat de meest succesvolle ondernemers degene zijn die of het ‘goede’ advies negeren of koppig blijven tegen alle kansen in. De ene persoon gebruikt “goede” informatie om domme dingen te doen (zo blijkt), en de andere gebruikt “gebrekkige” of helemaal geen informatie om briljante dingen te doen (zo blijkt). Intelligente is dus een functie van  gevolgen en verbeelding is de motor voor creatieve uitvindingen in wetenschap en kunst, politiek en entertainment en ga zo maar door. Dus het maakt uit hoe informatie intelligentie informeert, en hoe informatie verbeelding informeert.

Wij als westerse mensen hebben naar mijn idee een stilzwijgende aanname over wat informatie nu eigenlijk is? Dervin (1989) hanteert twee concepten van informatie namelijk ‘information as description’ en ‘information as construction’. Het eerste concept dat het fundament legt voor onze huidige manier van communicatiecampagnes voeren is dat informatie een ‘waarheids-gehalte’ bezit, dat het objectief is en wanneer men handelt met deze informatie de resulterende acties leiden naar gunstige uitkomsten. Dit model van informatie gaat hand in had met het ‘communicatie als transmissie’ concept, een proces van uitstoot en eenrichting (van Ruler, 2005). Het ‘informatiepakket’ wordt op de lopende band gelegd en bereikt de ontvanger. Dit is een materialistische visie op communicatie en informatie, mensen geven er een dingmatig aspect aan. Terwijl het ‘information as construction’ concept verteld dat informatie geen waarheidsgehalte bezit, maar dat realiteit een sociale constructie is, dit impliceert dat menselijke observaties altijd beperkt en illusionair zijn. Beperkt door een bepaalde tijd en ruimte, illusionair omdat onze ‘observaties’ gemaakt zijn. Het ‘information as construction’ concept kan je koppelen aan ‘communicatie als ritueel proces’ (Carey, 1975). Een proces waarin een realiteit gecreëerd, onderhouden, getransformeerd en gerepareerd wordt.

Cartier (1963) praat over de ‘myth of idea-transmission’ wat volgens hem het volgende betekent: “We know perfectly well that the only thing available to the listener for his perception is a pattern of vibrations of air molecules next to his ear drum. And we know perfectly well that, whatever an “idea” may be, it is not a pattern of vibrating air molecules; an idea is something fundamentally different from an acoustic event” (p.1). Ideeën zijn dus net als informatie en mensbeelden constructies. Zoals je waarschijnlijk begint door te krijgen passen we een materiële visie op communicatiestrategie toe in een domein waarin materie niet aanwezig is en waar andere spelregels gehanteerd worden. Dit komt ook door het fenomeen ’sciëntisme’ dat in onze leefwereld gehanteerd wordt. Men gelooft namelijk eerder een wiskundige formule van de dynamiek van golven dan een gedicht over dezelfde golven. Onze angst voor het figuurlijke ligt in lijn met ons wereldbeeld en het concept van gesloten systemen.

Nu hebben we bekeken wat informatie niet is en kunnen we kijken hoe dit proces van ‘niet-zijn’ ligt ingebed in gesloten systemen. Je kan nadenken over informatie als datgene wat intelligent gedrag in een gesloten systeem informeert – wat inhoudt, waar een noodzakelijke reactie of noodzakelijk antwoord het systeem sluit. De vrijheid van antwoorden op het volgende verzoek, kan je alsjeblieft het zout doorgeven? Is een voorbeeld. Een minderwaardige blik naar iemand zijn kind omdat hij/zij zich niet gedraagt in de kerk is een ander voorbeeld. Als je dit verder onderzoekt, in het dagelijks leven’, organisaties of elke soort van menselijke instituties, zijn dit controle systemen, de functie van informatie is om het systeem te sluiten in een bepaalde voorspellende manier. In zo’n gesloten systeem proberen we fouten te verwijderen (efficiency management, total quality management etc etc etc). In een open systeem is er geen reguliere logica die wij kunnen ‘routinizeren’. Polanyi en Posch in hun boek Meaning omschrijven het als volgt: “We are free to the extent we are not constrained in our capacity to attribute meanings to things”, dit is volgens mij niet wat we met onze campagnes openbaar maken.

Het mag duidelijk zijn dat deze quote niet afkomstig is van een economisch adviseur wat misschien op een subtiele manier het vitale issue verlicht van: Hoe informatie informeert.

Gesloten systeem?

Gesloten systeem?

april 14, 2009

Tropisme, Cliches en Bricolage

Een tropisme is een niet vrijwillige response van een organisme, of een van zijn delen, op een externe stimulus. Het is een concept uit de biologie, wat bijvoorbeeld het sluiten en openen van lelies verklaart afhankelijk van dag en nacht. De meeste menselijke communicatie of menselijk gedrag gebeurt meer automatisch dan bewust. We formuleren niet bewust constant onze percepties van objecten, onze interpretaties van de wereld of onze reacties op deze. Ze komen naar boven, ze rijzen uit ons, het lijkt wel alsof ze een functie is van onze perceptie, reactie of begrip van het object in casu.

We schijnen te weten wat grappig is zonder erover na te denken. We schijnen te weten wat verdriet is zonder erover na te denken en zo kan je nog heel lang doorgaan. Zoals Dewey zei; Om iets te herkennen is om deel te zijn van het systeem waarin het ‘iets is’. Je zou bijna denken dat onze interpretaties voortvloeien uit het object in plaats van ons vermogen om feiten aan objecten toe te schrijven. Dit komt omdat we niet de inhoud lezen, maar de tropistische natuur van de verpakking. Als die bekend en makkelijk genoeg te lezen zijn, hebben we toch even het idee dat alles voor vandaag weer goed is. Wanneer we nadenken over luisteraars van klassieke muziek kan je de leeftijd al schatten zonder ze te zien. Verder lijkt het alsof hoe schadelijker een product is, hoe ‘gezonder’ de tropes zijn om de achtergrond van de verpakking te bekleden, zoals schone berglucht voor sigaretten, blije en harmonieuze relaties bij bier, status en kracht bij drank. En waarom heeft toiletpapier een bloemetjesprint?

Tropes zijn in bepaalde zin dus cliches en er zijn heel veel verschillende; architectuur, spijkerbroeken, gezichten (gestandaardiseerde make up), thuisdecoratie, auto’s, hotels en fast-food tentjes, boek formats, genres van boeken, eet ritueeltjes, subcultuur etc etc. Het lijkt alsof mensen de wereld alleen snappen als die in clichés zijn verpakt. Mischien dat sommigen denken dat wetenschap een uitzondering is. Maar een wetenschappelijk artikel is een genre en format wat net zo’n cliché is als een televisie soap. Wat ‘begrijpen’ veroorzaakt is niet informatie, maar eerder tropes. Sircgo0185l Peter Medawar heeft eens gezegd dat het geen wonder is dat jonge wetenschappers geen onderzoek kunnen doen. Na een aantal jaren van het lezen van gepubliceerde onderzoeksrapporten, denken ze dat onderzoek is zoals erover gepubliceerd wordt, namelijk rationeel en formuleachtig. We begrijpen de wereld dus niet en we zoeken hier ook niet naar. Iedereen van ons is een bundel van tropes, van perceptuele-conceptuele reflexen, ronddwalend en afwachtend wanneer nieuwe tropes onze aandacht opeisen en die ons naar een weg leiden die wij kunnen leiden door onze capaciteit aan reflexen.

Niettemin, niet iedereen is gemaakt van een bundel clichés. Er zijn een aantal die het boetseermodel breken, die met iets nieuws komen, een nieuwe manier om iets te bekijken. Deze mensen worden wel artiesten genoemd, maar ze lijken meer op bricoleurs. De meeste van ons zijn onderhandelaars in het bekende, ons ideaal is om te zien wat iedereen ziet, om ons zelf te uiten zoals iedereen doet, om ons te voelen zoals iedereen zich voelt. We veronderstellen misschien dat als we net zo denken en voelen over bepaalde dingen als anderen we deze dingen ook begrijpen. Soms is er iemand die de wereld een beetje anders ziet. Zij zijn bricoleurs, iemand die met hetzelfde materiaal, met dezelfde woorden iets idiosyncratisch doet. Als de rest van ons de betrouwbare, voorspelbare synapsen zijn van de sociale machinerie, zijn zij de uitzonderingen. Als hun manier van zien of zeggen de geclicheerde manier van zeggen en zien wordt, idoliseren we hen. Of wanneer we geconfronteerd worden met een onplezierige verandering door deze zienswijze, zullen wij ze simpelweg vernietigen of negeren. Wat hebben we nu eigenlijk aan dit hele verhaal:

- De wereld waarin we leven is niet de wereld, maar de gecommuniceerde wereld. We verwarren onszelf omdat we gaan nadenken over de “waarheid” van een bepaalde interpretatie. We worden niet naar verlichting gebracht door “feiten”, of informatie, of misschien zelfs de waarheid. De enige wereld die telt is degene die andere zien door wat ze zeggen, en wat iemand kan zien door wat hij/zij kan zeggen. Het is niet meer dan de natuur van het beestje.

- Ten tweede hebben we geconcludeerd dat tropes al onze metacommunicatie in het sociale leven construeerd. Zij zijn de niet onderzochte plaats waar we allemaal instaan om de wereld te begrijpen. Zij zijn Polanyi’s “tacit knowledge”.

- Alle communicatie is een van twee soorten. Het is of automatisch of problematisch: Hoe weet je wanneer je je hoofd naar die ander moet buigen, of je ogen te sluiten voor die eerste kus?

mei 4, 2009

Communicatie – wetenschap

Het maakt niet uit hoe wetenschappelijk een bewering wordt beschermd, en het maakt ook niet uit hoe diep een bewering in onze conventionele wijsheid is gecultiveerd, nog steeds kunnen we op basis van empirische gronden vraagtekens bij alle beweringen plaatsen. Empirisch gezien ‘hebben’ we niet eerst een gedachte en dan leren we hiermee te handelen. We ‘hebben’ deze gedachten omdat we ze kunnen uiten. Om voor te stellen dat ons bestaan een functie is van hoe we onszelf uiten en hoe we de wereld begrijpen is moeilijk voor ons. Het is moeilijk omdat ons psychologisme ons doet  geloven dat externe ’stimuli’ onafhankelijk van ons zijn, en dat wij reageren op hun kwaliteiten in plaats van de onze. Het is moeilijk omdat de empirisch analytische wetenschappers ons doen geloven dat de fysieke wereld waarover ze theoretiseren door speciale methoden van onderzoek door hen is uitgevonden. Het is moeilijk voor ons omdat we in oorzaak -gevolg denken en de eerste voor de laatste komt.

Ons zender-boodschap-ontvanger model is simpelweg niet juist. We communiceren niet zoals we dat doen omdat we zo zijn. We zijn iemand op een bepaalde manier omdat we zo communiceren. Als we naar het dagelijks leven kijken zien we ook dat het bovenstaande model niet opgaat voor menselijk communicatie. Soms zeggen we dat we iets snappen terwijl we het niet snappen, en soms zeggen we dat het niet snappen terwijl we het wel snappen.  Soms zeggen we wat we menen en soms menen we wat we zeggen. Wanneer we verliefd worden kleuren we de toekomst rooskleurig, wanneer we niet mee verliefd zijn verkleuren we het verleden. Als iemand ons vraagt waarom we iets doen kunnen we daar een goede uitleg voor geven, maar snappen we zelf niet waarom we het doen. We misleiden onszelf en anderen. We vertellen wat we denken dat de waarheid is wanneer het ons het beste uitkomt. Wanneer iemands interpretaties onze eigen interpretaties bedreigen hebben we weinig moeite het label “dom” aan de persoon te hangen. Soms praten we over televisieprogramma’s wanneer we eigenlijk willen praten over hoe ongde-geliefdenelukkig we zijn. Soms praten we over hoe ongelukkig we zijn wanneer we eigenlijk blij zijn; maar het houdt het gesprek op gang. Waar we soms over praten hoeft niet te gaan waar we over denken omdat we niet zo heel veel denken. Dus de wereld die we kennen is de wereld waarnaar we kunnen handelen. Liefde lijkt logisch wanneer je je kan verbeelden er iets mee te doen. Het etiket ‘van roken word je onvruchtbaar’ is verstaanbaar voor iemand die niet rookt.

Een zaak lijkt duidelijk. Als een theorie van menselijke communicatie ons niet betere geliefden, vrienden of collega’s kan maken is het een levenloze theorie.

mei 5, 2009

Verklaring als motief

Most people cling to the center of the road, doing what is done, saying what is said, having what is had, knowing what is known

Ortega y Gasset

Het concept van “oorzaak” en de fascinatie met “waarom”, is fundamenteel voor onze westerse gedachtegang. Maar misschien zijn we verstrikt geraakt in onze eigen metaforen. We willen allemaal het antwoord op “waarom” weten. Maar gekoppeld aan onze notie van tijd, een geloof in een verleden-tegenwoordige-toekomstige tijd, en ons conceptuele geloof in de lineariteit van gebeurtenissen, in “evolutie” is de manier waarop we de vraag “waarom” stellen. Het antwoord kan echter net zoveel verbloemen als verhelderen. Het is onze verslaving van oorzaak en gevolg denken. Wat iemands gedrag bepaalt komt doordat er voor dat gedrag iets is gebeurt wat het huidige gedrag verklaart. Maar praktisch gezien denk ik dat specifieke gebeurtenissen in de toekomst meer als motivatie gezien kan worden. Zoals moderne wetenschappers meer gemotiveerd worden door het schrijven van baanbrekende artikelen die goed voor hun reputatie zijn, dan iets dat in het verleden van deze wetenschappers plaatsvond. Is het niet dat iemands specifieke bestemming meer als motief kan worden gezien?

Is het niet dat verklaring kan dienen als motief voor onze alledaags praten, weten en doen? We zijn namelijk altijd deel van een groter sociaal geheel – een stam, een cultuur, een subcultuur, ebloodsen (straat)bende. Wanneer ons handelen en praten enigszins consonant is met de andere individuen die de sociale groep vormen, hoeven we ons gedrag niet te verklaren. Als iemand beroven of vermoorden een kenmerk is van een volledig lidmaatschap van een bende, zal niemand je de vraag stellen “waarom deed je dat”? Dus als iemand zijn rol speelt volgens het gegeven script, hoef je niets te verklaren. Het feit dat wanneer we niet ons gedrag of gevoel hoeven te verklaren betekent niet dat het verklaren an sich niet het motief is. Als iemand niet voldoet aan de rol in het gegeven script is het niet zozeer de ”waarom” vraag, maar eigenlijk is de dieper gelegen vraag – wil je een van ons zijn of niet? Een acceptabele verklaring ‘repareert’ je lidmaatschap. We denken misschien dat de meeste “communicatie” over substantiële kwesties gaat – dat we op een instrumentele manier samen iets bereiken, of ergens over eens moeten worden. Maar de meeste communicatie heeft een kritischer aspect. Het gaat over bij welke referentie groep je “behoort”, en hoe ‘mainstream’ of marginaal iemand is in de specifieke referentiegroep. Als een manier van doen, zijn, denken of praten niet verstaanbaar is voor onze ‘auditors’, is het heel erg onwaarschijnlijk dat we dit gedrag vertonen. Wat we niet kunnen uitleggen, zullen we niet snel doen, voelen of weten.

Wat iemands actie rechtvaardigt zijn niet de consequenties, maar de verstaanbaarheid voor anderen (Geertz, 1983)

mei 14, 2009

Communicatie: Bereik versus Begrijpen

The mind of man searches outwardly all day,

The further it reaches,

The more it opposes itself,

Taoïstisch gedicht

Ons menselijk bereik is technologisch in alle uithoeken gemaximaliseerd, wat hierdoor gebeurd is, is dat we ons bereik verwarren met wat we begrijpen. Met de modernisatie van ons bewustzijn denken we dat informatie een vervanging van kennis is, en dat kennis, rationeel verkregen, een redelijke vervanging is voor wijsheid (Steiner, 1985). En als gevolg van ons grote bereik in elke richting, we al helemaal geen ‘hemel’ meer nodig hebben, want die brengen we gewoon naar beneden door middel van de tv of de telefoon. Wat eigenlijk is gebeurd is dat ons communicatieve bereik veel verder gaat dan ons communicatief begrijpen. Een populaire beschrijving is: We weten meer en meer over minder en minder. We weten al meer dan dat we weten wat we ermee moeten. Dit “moderne” grijpen en reiken komt erg overeen met de cirkel van de hel van Dante in II Timothey 3:7: “Ever learning, and never able to come to the knowledge of the truth”. Als we niet weten wat of wie we zouden moeten zijn, hoe kunnen we dan ooit besluiten wat we moeten weten om daar te komen? Steeds meer routes maar geen bestemming.

BijbelBijbelVoorDummiesZonder een ‘transcendentale waarheid’ leven we in een “doe het zelf” universum, vandaar ook al de ‘voor dummy’ boeken. Overal in het moderne leven is betekenis vervangen voor functie en Weber noemde dit de “disenchantment of the world” de ont-toverende realiteit. We rationaliseren onze levens zoals we industriële procedures rationaliseren. We rationaliseren onze communicatie; en door dit te doen, verminken we het proces waarin we onszelf uitvinden. Er zijn dus teveel manieren om over de wereld te praten en deze zelfde wereld te begrijpen, een van deze “communicatie technologieën” is taal zelf. Zoals Nietzsche al vroeg: Is taal de adequate expressie van alle realiteiten? Onze veronderstelling is niet alleen dat taal adequaat is om alle realiteiten te beschrijven, maar dat iemands eigen taal adequaat is om alle realiteiten te beschrijven. Om Heisenberg (1958) te quoten: “What we grasp of the world is not the world, but the world exposed to our way of minding it”. Ons grote bereik betekent niet dat we ons begrip vergroten. Volgens Eddington is er een existentiële relatie tussen wie we zijn en wat we weten. Komt dat omdat ze allebei van woorden zijn gemaakt? Ons begrip is niet mee gegroeid met ons bereik, het is eerder dunner, en rusteloos geworden. We lijken een beetje op verwende kinderen; we hebben al meer dan dat we ervoor kunnen zorgen. Om überhaupt nieuwsgierig te zijn naar hoe het in Thailand is, is een vorm van verveling. Elke plaats is toch hetzelfde, want alles is bereikbaar, en toch heeft het geen echte betekenis meer. Ons falen is die van verbeelding, het falen om de relatie tussen onze idealen en ons leven te zien. Er is teveel van alles, teveel ‘communicatie’, teveel geld en allemaal om onszelf te verdoven omdat we geen idee hebben wat we met onszelf aanmoeten. Om weer af te sluiten met de Tao Te Ching:

…when one is full of words,

And entangeld with one’s affairs,

One is never able to save one’s self.

mei 14, 2009

Waar is een theorie van communicatie goed voor?

“For what determines one’s being human, is the image one adopts….Thus the truth of a theory about man is either creative or irrelevant, but never merely descriptive.”

Abraham Heschel

Wat betekent dit? En voor welk nut kunnen we dit inzetten? Kenneth Burke en vele andere filosofen leerden ons dat ‘woorden consequenties hebben’. De namen die we aan objecten geven beïnvloeden hoe we over deze objecten denken en hoe we deze objecten benaderen. De vorm en inhoud die we aan onze buitenwereld geven met onze woorden, bepaalt onze innerlijk wereld – ook wel bekend als ‘bewustzijn’. Woorden hebben grote consequenties voor ons en hoe we onze wereld kennen,  en hoe we in deze wereld  zijn. We hebben menselijke communicatie getrivialiseerd tot ‘informatie uitwisseling’. De primaire functie van taal, zoals Nietzsche en George Steiner wisten, is niet alleen voor de doeleinden van ‘communicatie’. De belangrijkste functie van taal is eerder wereld-bouwen. In het geven van leven aan de wereld door middel van woorden, geven we bewust leven aan onszelf, maar ons bewuste leven of bestaan is alleen mogelijk in hoe, en hoe niet, we hierover praten (Whitehead, 1929). Dit is een betekenis van; “As we communicate, so shall we be” (Thayer, 1988).

Echter communiceren we niet alleen in woorden. Elke vorm van representatie van de wereld naar onszelf – in literatuur of poëzie, muziek of beeldhouwen, in wiskundige formules of humor, in iconen of symbolen, in “theorieën” of folklore – is een manier om subjectief bestaan te creëren. Communicatie is het proces waarin we een “objectieve” wereld creëren en onderhouden, en, door dit te doen, creëren en onderhouden we het enige menselijke bestaan. Wat de natuur van zelf-bewustzijn ook mag zijn, we hebben dit alleen in de manier waarop we praten en niet praten over onszelf en de wereld waarin we leven. Dit bedoelde Wittgenstein met:  De grenzen van onze talen, zijn de grenzen van de wereld. Een communicatietheorie die dit proces niet helder heeft zal nooit veel waard zijn in termen van relevantie en sociale problemen. “As we communicate, so shall we be”.

Dit gegeven heeft talloze theoretische en praktische voordelen. Ten eerste haalt het de focus weg van wat communicatie “is” tot aan “als…dan” formuleringen die zo succesvol zijn (geweest) in de exacte wetenschappen. Wat we zouden moeten weten is wat voor soort van communicatiepatronen wat voor gevolgen hebben, wat voor manieren van praten over de wereld leiden tot wat voor menselijke of sociale problemen. Wat voor manieren van uiten, begrijpen en uitleggen van de wereld leidt tot wat voor soort menselijk bestaan? Kortom: Als we op een bepaalde manier zijn, hoe zijn we dan, communicatief gezien, zo geworden. Onze westerse mentaliteit zegt dat er bepaalde externe condities zijn die “veroorzaken” dat we zo zijn. Als iemand bijvoorbeeld depressief is, zullen we zijn/haar gedrag rechtvaardigen door deze externe factoren. Maar een communicatietheorie van menselijk gedrag zal ons alert maken op het feit dat iemand niet eerst depressief is en het dan uit, maar dat iemand alleen dat depressieve gevoel kan hebben, als iemand capabel is om dat gevoel aan anderen (letterlijk/denkbeeldig) te communiceren (it takes two to tango).  En een communicatietheorie van menselijk gedrag zal ons alert maken op het feit dat er geen op zichzelf staande externe condities zijn – alles buiten ons wat menselijke relevantie heeft moet eerst benoemd en geïnterpreteerd worden door ons. Deze twee noties samen laten ons een praktisch feit zien: als iemand depressief wilt zijn, moet iemand weten hoe je de wereld op bepaalde manieren kan begrijpen, en hoe zichzelf in bepaalde manieren te uiten, en als je niet depressief wilt zijn, je deze manieren van begrijpen en uiten moet vermijden. Als je je manier van praten en begrijpen verandert, verandert je ‘zijn’. Wat is het in onze routinematige en geritualiseerde manier van communiceren, dat goed of slecht voor ons is? Dit is wat we moeten weten….omdat zoals we communiceren, zullen we zijn.

Deze benadering is toepasbaar voor de studie van oorlog en vrede, liefde of “mentale” ziekten. Het is namelijk niets anders dan de consequentie van een pathalogisch communicatief metabolisme, of het nu individueel of maatschappelijk is (Carey, 1979).

juni 2, 2009

Communicatiesystemen

Een communicatiesysteem is wat mensen met elkaar verbindt. Het kan simpel gezegd ontstaan door frequent gebruik, of het kan gemaakt worden. Een communicatiesysteem dat gelijkgestemde mensen verbindt zorgt ervoor dat er niet veranderd wordt alleen wanneer iedereen samen verandert. De lijm dat elkaar samen houdt is dat ze op dezelfde manier door willen gaan, en dat anderen ook op dezelfde manier doorgaan met wie ze zijn. Zij delen gezamenlijk modes van zijn, doen, zeggen, weten en hebben. Om tot een communicatiesysteem te behoren, van een liefdesaffaire tot professionele functies, beïnvloed je in manieren om lidmaatschap van dat systeem te behouden. Managers kunnen opschieten met andere managers, secretaresses met secretaresses. Mensen die elkaars werelden kunnen delen, kunnen elkaar begrijpen, de rest wordt moeilijk. Hoe komt dit?

Communicatie neemt altijd de weg van minste weerstand. Hoe meer je gebruik maakt van een communicatiekanaal, hoe groter de kans dat je die ook blijft gebruiken. Ten tweede is politiek in brede zin de aanjager van communicatiesystemen, roddelen heeft altijd een politieke ondertoon. Ten derde communicatie wordt hoofdzakelijk gebruikt om mensen te manipuleren en te manoeuvreren in een systeem. Iedereen is een slachtoffer van wat er gebeurd in een communicatiesysteem. Een vergadering bijvoorbeeld is een soort van theater. De enige manier om te weten wat het plot is is om mee te doen met de ontwikkeling van dit plot. Anders blijf je een toeschouwer.

Vergaderingen zijn ad hoc communicatiesystemen. De reden waarom ze zo ongelooflijk a productief zijn is omdat de deelnemers meestal hun eigen agenda hebben, en geen een van deze agenda’s geldt voor de groep als geheel. Ontmoetingen met koffie of bier werken beter, want niemand heeft een officiële agenda. De meeste ideeën, houdingen en stereotypen die mensen als vanzelfsprekend beschouwen zijn eigenlijk producten van de communicatiesystemen tot welke ze behoren. Daarom is het zo moeilijk om mensen te veranderen. Ze zijn wie ze zijn op een bepaalde manier doordat ze participeren in een bepaald communicatiesysteem. Dus zul je deze systemen moeten veranderen of aanpassen. Ten gevolge:

- Een communicatiesysteem is een systeem. Deze kan slim of dom zijn.

- Slimme communicatiesystemen zijn een voorbode van paraatheid voor uitzonderlijke prestaties in een organisatie.

- Veranderaars die voor zichzelf slimme systemen kunnen creëren, zijn daarom waarschijnlijk competent omdit voor een organisatie te doen. Maar hoe je dit?

- Competente personen in elke rol. Zij zorgen ervoor dat het gebeurt (Bricoleurs)

-Een veranderaar heeft alleen interpretaties om mee te werken, die van hemzelf, anderen of beide.

- Alles (inclusief gereedschappen) moet geinterpreteerd worden in termen van doelen.

juni 3, 2009

Meer doen met minder

Afgelopen jaren hebben we veel gehoord over ‘lean manufacturing’, ‘lean thinking’, ’six sigma’….you know the drill. Als je je huiswerk hebt gedaan herken je dat al deze management tools oude wijn in nieuwe zakken zijn. Het idee van ‘meer doen met minder’ is er al letterlijk eeuwen. Henry Ford, als hij nog geleefd had, kon alle auteurs op dit gebied eruit schrijven evenals de 18 eeuwse industriële innovator Robert Owen. Eigenlijk begreep elke middeleeuwse ambachtsman ‘lean’ denken.

Je hebt geen corporate programma nodig om het idee van ‘meer doen met minder’ te slijten. Je moet hetzelf praktiseren, en verkondigen. Meer gedaan krijgen met minder gepraat. Bereik meer in minder tijd. Beloon de mensen die bereiken wat ze moeten bereiken met de middelen en bronnen die voorhanden zijn (daar was het concept van bricoleur weer). Als je iemand beloond op basis van de grootte van zijn rijk, dan is dat wat je krijgt….meer mensen die minder doen. Er zit enige logica in die de moeite waard is om te overdenken. Hoe meer je taken opdeelt, hoe meer coördinatie er moet zijn. De kosten stijgen hierdoor exponentieel, simpel omdat het coördineren van zaken altijd duurder is geweest dan de kosten van de zaken die jezelf doet.nieuweweekblogmettekst2fy8

Meer doen met minder draait dan eigenlijk om twee zaken:

- Continue de competenties van elke persoon in elke rol in de organisatie vergroten.

- Het noodzakelijk maken voor elke persoon om meetbaar prestaties te verbeteren voor iedereen onder, boven, en naast elkaar.

‘Lean’ gaat over afval verwijderen. De twee grootste bronnen van afval in een typerende organisatie zijn het verspillen van mensen, en het verspillen van tijd door teveel te praten. Over iets praten is iets heel anders dan het doen. En de kosten van al het gepraat is de grootste verborgen kostenpost in elke organisatie. De effectiviteit van een telefoon gesprek is meestal gerelateerd aan hoeveel tijd er aan is besteedt. E-mail? Dat is een plaats waar mensen die niet kunnen communiceren zich verbergen om andere mensen lastig te vallen, die ook denken dat computers hun mentale capaciteiten verbeterd. En er zijn een hoop communicatieadviseuren……en nog meer computers…..

juni 4, 2009

Problemen en eigenaarschap

Wat dit betekent is dat de ‘echte’ organisatie niet te zien is op een organogram. De ‘echte’ organisatie is gestructureerd rondom wie welk probleem beheerd, en de processen die ze met elkaar verbindt. Informeel betekent dit dat wat de organisatie laat werken bepaalt wordt door welke persoon of groep welke problemen beheerd. Dit bepaalt namelijk de ‘flow’ van informatie tussen deze verschillende punten, en waar beslissingen en initiatieven ontstaan die van invloed zijn op wat anderen doen. In het verleden, zochten we dit eigenaarschap in de bureaus van managers, met de vraag “wie rapporteert aan wie?”. Dit komt omdat de managers als de “brains” werden gezien, zij moesten ‘het denken’ doen, de beslissingen maken en ervoor zorgen dat andere medewerkers dit dan uit gingen voeren. Het punt is dat de onderliggende organisatiestructuur altijd bepaald wordt door wie welke problemen hanteert. En de kracht hiervan is als je dit goed krijgt je een blauwdruk hebt van een uitzonderlijk goed presterende organisatie.

Mensen hun aandacht is altijd gefocust op hun eigen problemen (zoals zij deze begrijpen). Wat mensen in beweging zet is de relevantie en significantie van waar ze zijn versus waar ze heen willen gaan door met het probleem om te gaan. Om een probleem te bezitten betekent simpelweg dat je verantwoordelijkheid neemt voor het probleem – in verschillende opzichten: voor het zien, definiëren, om er iets aan te doen en de consequenties. Maar mensen behandelen de problemen die zij bezitten anders dan de problemen die anderen bezitten. Sommige mensen zijn blij problemen te bezitten die ze niet zouden moeten bezitten, alleen om de focus te verplaatsen van hun eigen problemen die ze zouden moeten bezitten. In elk systeem waarin mensen met elkaar te maken hebben geldt het volgende: Als een persoon niet de problemen beheert die ze zou moeten beheren, wordt het systeem disfunctioneel.  Een universeel voorbeeld: Als een leraar het probleem bezit van het probleemleren van de student, wordt er weinig geleerd. Als het presteren van een organisatie alleen in handen ligt van de CEO, is de hele organisatie disfunctioneel. En als de hele organisatie disfunctioneel is kan het niet gerepareerd worden door de mensen te repareren of een succesrecept toe te passen van bovenaf, het kan alleen genezen wanneer het systeem wordt gerepareerd. Met andere woorden ‘wie beheert welke problemen’.

Mensen die geen verplichting voelen voor de gezondheid en welvaart van het grotere systeem tot welke ze behoren zullen een dooddoener zijn voor de geest en economie van dat systeem. Kijk naar onze huidige economie. De paradox is: Alleen door het in bezit nemen van de problemen van hun eigen persoonlijke bestemming, kunnen mensen het besef krijgen dat alles met alles en iedereen met iedereen is verbonden in een grotere onderneming. En mensen die dit niet zien en die niet hun problemen bezitten kunnen niet zien dat ze iets voor het grotere geheel moeten doen om er iets uit te krijgen. Dit disfunctioneel zijn moet eerst gerepareerd worden.

juni 30, 2009

Theorie en Praktijk

“What is real in the mind is real in their consequence”

William James

De persoon is dualistisch van aard en er vindt regelmatig een of ander conflict in hem of haar plaats. Dit conflict of deze tegenstrijdigheid vormt de essentie van de persoon en hieruit volgt bijna natuurlijk dat het gevoel van vrees en onzekerheid iedere vorm van werkzaamheid die hij voortbrengt vergezelt. Dit gevoel drijft de persoon tot onevenwichtige daden van hartstocht en geweld. Het gevoel ligt ten grondslag aan alle menselijke daden en niet de dialectische moeilijkheden. Eerst komt de psychologie, dan de logica en de analyse en niet andersom. Geleerden, onder wie theologen, filosofen en wetenschappers zijn graag objectief en vermijden het subjectief zijn, wat dit ook eigenlijk mag betekenen. Zij houden vast aan het inzicht dat een bewering die objectief bekrachtigd wordt waar is, persoonlijke ervaring is niet van echte waarde in dit denkbeeld. Toch vergeten zij het feit dat een persoon onveranderlijk een persoonlijk leven leeft en niet een begripsmatig of wetenschappelijk gedefinieerd leven. Hoe exact of objectief de gegeven definitie ook mag zijn, de persoon beleeft niet de definitie, maar het leven zelf en het is dit leven dat het onderwerp is van de studie van de mens. Hier is geen sprake van objectiviteit of subjectiviteit. Wat ons het meest bezighoudt is zelf, persoonlijk, te ontdekken waar dit leven is, hoe het wordt geleefd. De persoon die zichzelf kent, is nooit de slaaf van getheoretiseer, schrijft nooit boeken of blogjes, geeft nooit bevelen aan anderen; hij leeft altijd zijn unieke leven, zijn vrije creatieve leven. Wat is het? Waar is het? Het zelf kent zichzelf van binnenuit en nooit van de buitenzijde.

oktober 6, 2009

Strategische communicatie

Wat is nu eigenlijk strategische communicatie? In de praktijk merk je dat veel professionals hun eigen idee hanteren bij wat nu eigenlijk strategische communicatie is. Echter het idee wat iemand heeft over iets is zeer sturend in zijn doen en zijn. Je kan je voorstellen dat wanneer je een afdeling communicatie waarin 20 verschillende ideeen bestaan over hetgeen ze doen en zouden moeten doen, het hele doel van strategische communicatie opzich al niet behaald kan worden.  De wetenschap houdt zich dan onder andere ook bezig met het ontwikkelen van een uniform begrippenapparaat waarmee professionals aan de slag kunnen gaan.  Hieronder een eerste definitie van strategische communicatie:

In aansluiting op wat de stam inhoudt over formele (functionele) communicatie, denk aan: public relations, (overheids)voorlichting, reclame, journalistiek en promotie, worden deze verschijningsvormen, afzonderlijk zowel als geïntegreerd, in het kader van openbaar maken en openbaar raken belicht als bijdragen aan een continue (re)creatie van gedeelde betekenis en algemeen begrip over de organisatie.


Niet alleen wordt vanuit het (instrumentele) perspectief van de zender de (gewenste) effecten van formele communicatie beschouwd, er wordt ook aandacht besteed aan niet-beoogde gevolgen, en aan gewenste en niet-gewenste gevolgen van die communicatie, voor de feitelijke ontvangers. Daarnaast worden de korte-termijneffecten zowel als de lange-termijn effecten en typen van reactie, dat wil zeggen: emotioneel, rationeel en/of bepaald gedrag, beschouwd op hun consequenties voor de openbaarheid, in casu: de organisatie. (Nillesen, 2005)

 

december 7, 2009

Gecertificeerd zijn om de gereedschappen te gebruiken

Mensen moeten zeer goed getraind zijn en certificaten bezitten om in hun beroep bezig te zijn. Denk aan advocaten, doktoren, loodgieters, apothekers, maar geen een partij in de alledaagse communicatie hoeft gecertificeerd te zijn. Denk aan je ouders, je vrienden, christenen, auteurs etcetera. En toch zijn al deze mensen betrokken bij het meest belangrijke proces van het leven – communicatie.

Onze huidige levens zijn geproduceerd in communicatie. Ons toekomstig ‘noodlot’ is de consequentie van hoe we communiceren. Toch zijn we vrij om dit naar ons genoegen in te vullen. De meeste problemen zijn gecreëerd in communicatie, of het is een resultaat van wat is gezegd of verbeeld. We willen niet met deze problemen omgaan in hun kern. Maar zijn we wel bereid om miljoenen zelfs miljarden te spenderen om met de symptomen om te gaan. Waarom eigenlijk?

Waarom, in onze cultuur, zien we niet de uiterste noodzaak voor verantwoordelijkheid of verwijtbaarheid. We doen net alsof we geloven in “vrijheid van meningsuiting”. Maar staan we er ook om bekend om degenen massaal af te maken die dit recht ook praktiseerden. Dit is de kern van hypocrisie als mensheid, we willen niet belemmerd zijn in onze idealen of geloof, maar als iemand anders niet zoals ons denkt moet die persoon wel belemmerd worden. Ouders kunnen in een dag meer mentale schade veroorzaken, als een resultaat van hoe ze communiceren met hun kinderen, dan alle ziekten en ongelukken tezamen. Het laatste willen we graag controleren, het eerste laten we terloops gaan.

We worden in allerlei dingen ‘gepraat’ die niet goed voor ons zijn. Onze geest is niet adequaat genoeg om ons eigen leven te redden, dankzij onze ouders, vrienden, leraren, dominees, en de rest van onze vertrouwde adviseurs.

Het punt is dat we niet ’slim’ genoeg zijn om de wereld en de mensen erin te interpreteren. We zijn niet eens genoeg ontwikkeld om keuzen te maken die goed zijn voor ons eigen leven. Om te participeren moeten we onze geest veranderen, maar niemand heeft ons geleerd om dit intelligent te doen. Dus als ontvangers van al het gepraat en al die beelden 24/7, zijn wij verantwoordelijk. We zijn verantwoordelijk voor onszelf en degenen die na ons komen. Theoretisch kunnen we de zenders belemmeren, zodat ze alleen nog de waarheid kunnen vertellen, maar ja, wiens waarheid`?

Een aantal herkenbare problemen:

- Maak je geen zorgen. Dit doet echt geen pijn.

- Vertrouw me. Dit maakt je een rijk man.

- Je zult eruit zien als dit model als je dit product koopt.

- De directeur: Mensen zijn ons meest belangrijke product.

Menselijke communicatie is in de basis een dilemma, het is een dilemma zonder een acceptabele oplossing. Het heeft te maken met een brede en diepe vaardigheidstest als ontvangers van boodschappen. Onze mogelijkheid om te spreken is een krachtig wapen. Hoe rusten we onszelf uit als ontvangers, met wapens die ons capabel maken om onszelf te redden?

december 7, 2009

Evolutie

We kunnen grote gelovigen zijn in “evolutie”. Maar dat geloof is meer gebaseerd op de autoriteit van “wetenschap” dan echt bewijs. Als we zijn geëvolueerd uit apen, hoe kan het dan dat hedendaagse apen niet in ons evolueren?

Als gelovigen eenmaal hun waarheden hebben vastgesteld, worden ze niet langer besproken. Het punt is dat sinds we de moeder-hypothese van evolutie hebben, we veronderstellen dat alle dingen zullen evolueren in de “juiste” richting. Dus veronderstellen we dat we als natie of beschaving evolueren in een “juiste” richting omdat dat de wil van de natuur is. Maar het soort van symbolische communicatie waarin wij als mensen zijn verwikkeld is niet “natuurlijk”. Een woord is niet het ding waar het naar refereert. Het ontkent de “natuurlijke” realiteit om de menselijke realiteit te creëren.

Ons noodlot is niet in onze genen gegraveerd. Het is gegeven in hoe we over de wereld praten. Dit was altijd zo en zal altijd zo blijven. Het blijft moeilijk om het idee te verkopen dat oorlog onze natuurlijk manier van evolueren is naar perfectie. Ons lot is gegeven in het soort van hypothesen we creëren om over de wereld te denken en erin te handelen. En deze zijn gemaakt van woorden, beelden of nummers of zelfs verbeelding. We zullen evolueren in de richting waar onze communicatie ons brengt, niet inde richting van onze natuur, die hebben we namelijk verlaten op het moment dat we begonnen te praten.