Het is makkelijk te geloven dat elke tien euro die is uitgegeven aan verandering in de laatste tien jaar, maar een opbrengst van 50 cent kan hebben gehad. We kunnen terugkijken op miljarden euro’s die zijn uitgegeven in de naam van verandering.
Er kan maar een vorm zijn van ‘duurzame’ verandering. En dat is wanneer mensen veranderen – op relevante en significante manieren – dus hun manieren van denken, zijn en doen. Zo’n vorm van verandering vindt echter alleen maar plaats wanneer mensen iets leren dat het noodzakelijk maakt om hun eigen denken te re-moduleren, om te veranderen wie ze zijn, en om te veranderen hoe ze de dingen hebben gedaan. Echt leren is de bron van echt veranderen en echt leren is alleen mogelijk voor die mensen die in de ‘lerende mode’ zijn. Mensen worden niet dag na dag meer competent omdat ze dat verteld wordt. Mensen rusten zichzelf niet uit om excellent te presteren omdat ze dat verteld wordt. Mensen worden ook niet slimmer als ze dag na dag meer bulken informatie of zelfs kennis consumeren. Ze moeten lange termijn doelen hebben die ze willen behalen. Als ze moeten veranderen om die doelen te behalen zal dat ook gebeuren, een persoonlijk leerplan waarin elke tekortkoming genadeloos wordt aangepakt om de gestelde doelen te behalen is dan ook noodzakelijk. Koppel dit plan aan objectief meetbare prestatie en je zal een organisatie hebben die iedereen eruit concurreert. Het is eigenlijk simpel: prestaties in je baan kan je eindeloos verbeteren en bijna elke dag. Leren staat voor een ‘open mind’, weten voor een gesloten ‘mind’. Leren veronderstelt een vraag, statements leiden tot weten, daar hoef je dus niet over na te denken. Daarnaast is de meeste weerstand (bijna) altijd in de top van de organisatie, dat komt omdat hoe hoger iemands positie is, hoe groter de kans is dat hij/zij in de ‘weet’ mode is. Mensen in de top willen verandering, maar zijzelf niet. Ongelimiteerd leren gekoppeld aan competentie is een veel betere bron voor verandering dan management ‘geblaat’. De les voor een leider van een organisatie is dan ook om te laten zien wat het betekent om in de ‘lerende mode’ te zijn en dan ook niets anders van anderen verwachten.






![drama[1]](http://desterke.files.wordpress.com/2009/12/drama1.jpg?w=190&h=146)







Mensen liegen constant tegen zichzelf. Of “misleiden” zichzelf. Hierdoor lijkt het “normaal” om elkaar te misleiden…Mensen zeggen meestal niet wat ze bedoelen, of omgekeerd. Voor een leider, alle communicatie activiteiten draagt een waarschuwingsbel: ” Betreden op eigen risico, iedereen die zich inlaadt met communicatie.
) aan een nauwgezet onderzoek om de waarde van de gebruikte argumenten te kunnen beoordelen. De uitkomst of de boodschap al dan niet overtuigend gevonden wordt is afhankelijk van de unieke cognitieve reacties van de ontvanger (dat wil zeggen, de richting en mate waarin zijn of haar attitudes veranderen).
Een tijd lang nagedacht en in verschillende bedrijven rondgelopen en met mensen gesproken om te kijken wat je nu precies niet moet doen om iets uitzonderlijks te bereiken. Ik kan wel vertellen wat je wel moet doen om iets te bereiken, maar ik geloof niet in een ‘one-size-fits-all’ recept voor succes.
et is ‘recept’ denken. Dit soort denken cultiveert een geloof dat er een soort van magische oplossing bestaat voor je probleem – waarin hoe minder je hoeft te doen, des te beter het is, centraal staat. Dit is onze magie.
conventionele denken- op deze manier zie je de wereld meer lineair dan die werkelijk is. En dan denk je ook dat menselijk gedrag veel meer controleerbaar en stuurbaar is dan dat het werkelijk is.
We worden zo in beslag genomen door onszelf dat we vergeten dat anderen ook lijden.
de sleutelfiguren in het bedrijfsleven (Vogels, 1999, p.9). Nieuwe ideeën worden buiten verhouding gestimuleerd door zwakke bindingen. Daarnaast kan de manier waarop een boodschap wordt ‘geframed’ ook bijdragen aan het verspreidingspotentieel van het berichtenverkeer. Denk aan het gezegde “bad news travels fast”, wanneer beide factoren in een bepaalde situatie optimaal gemanipuleerd worden, ontstaat een enorm verspreidingspotentieel van je boodschap.
Peter Medawar heeft eens gezegd dat het geen wonder is dat jonge wetenschappers geen onderzoek kunnen doen. Na een aantal jaren van het lezen van gepubliceerde onderzoeksrapporten, denken ze dat onderzoek is zoals erover gepubliceerd wordt, namelijk rationeel en formuleachtig. We begrijpen de wereld dus niet en we zoeken hier ook niet naar. Iedereen van ons is een bundel van tropes, van perceptuele-conceptuele reflexen, ronddwalend en afwachtend wanneer nieuwe tropes onze aandacht opeisen en die ons naar een weg leiden die wij kunnen leiden door onze capaciteit aan reflexen.
elukkig we zijn. Soms praten we over hoe ongelukkig we zijn wanneer we eigenlijk blij zijn; maar het houdt het gesprek op gang. Waar we soms over praten hoeft niet te gaan waar we over denken omdat we niet zo heel veel denken. Dus de wereld die we kennen is de wereld waarnaar we kunnen handelen. Liefde lijkt logisch wanneer je je kan verbeelden er iets mee te doen. Het etiket ‘van roken word je onvruchtbaar’ is verstaanbaar voor iemand die niet rookt.
en (straat)bende. Wanneer ons handelen en praten enigszins consonant is met de andere individuen die de sociale groep vormen, hoeven we ons gedrag niet te verklaren. Als iemand beroven of vermoorden een kenmerk is van een volledig lidmaatschap van een bende, zal niemand je de vraag stellen “waarom deed je dat”? Dus als iemand zijn rol speelt volgens het gegeven script, hoef je niets te verklaren. Het feit dat wanneer we niet ons gedrag of gevoel hoeven te verklaren betekent niet dat het verklaren an sich niet het motief is. Als iemand niet voldoet aan de rol in het gegeven script is het niet zozeer de ”waarom” vraag, maar eigenlijk is de dieper gelegen vraag – wil je een van ons zijn of niet? Een acceptabele verklaring ‘repareert’ je lidmaatschap. We denken misschien dat de meeste “communicatie” over substantiële kwesties gaat – dat we op een instrumentele manier samen iets bereiken, of ergens over eens moeten worden. Maar de meeste communicatie heeft een kritischer aspect. Het gaat over bij welke referentie groep je “behoort”, en hoe ‘mainstream’ of marginaal iemand is in de specifieke referentiegroep. Als een manier van doen, zijn, denken of praten niet verstaanbaar is voor onze ‘auditors’, is het heel erg onwaarschijnlijk dat we dit gedrag vertonen. Wat we niet kunnen uitleggen, zullen we niet snel doen, voelen of weten.
Zonder een ‘transcendentale waarheid’ leven we in een “doe het zelf” universum, vandaar ook al de ‘voor dummy’ boeken. Overal in het moderne leven is betekenis vervangen voor functie en Weber noemde dit de “disenchantment of the world” de ont-toverende realiteit. We rationaliseren onze levens zoals we industriële procedures rationaliseren. We rationaliseren onze communicatie; en door dit te doen, verminken we het proces waarin we onszelf uitvinden. Er zijn dus teveel manieren om over de wereld te praten en deze zelfde wereld te begrijpen, een van deze “communicatie technologieën” is taal zelf. Zoals Nietzsche al vroeg: Is taal de adequate expressie van alle realiteiten? Onze veronderstelling is niet alleen dat taal adequaat is om alle realiteiten te beschrijven, maar dat iemands eigen taal adequaat is om alle realiteiten te beschrijven. Om Heisenberg (1958) te quoten: “What we grasp of the world is not the world, but the world exposed to our way of minding it”. Ons grote bereik betekent niet dat we ons begrip vergroten. Volgens Eddington is er een existentiële relatie tussen wie we zijn en wat we weten. Komt dat omdat ze allebei van woorden zijn gemaakt? Ons begrip is niet mee gegroeid met ons bereik, het is eerder dunner, en rusteloos geworden. We lijken een beetje op verwende kinderen; we hebben al meer dan dat we ervoor kunnen zorgen. Om überhaupt nieuwsgierig te zijn naar hoe het in Thailand is, is een vorm van verveling. Elke plaats is toch hetzelfde, want alles is bereikbaar, en toch heeft het geen echte betekenis meer. Ons falen is die van verbeelding, het falen om de relatie tussen onze idealen en ons leven te zien. Er is teveel van alles, teveel ‘communicatie’, teveel geld en allemaal om onszelf te verdoven omdat we geen idee hebben wat we met onszelf aanmoeten. Om weer af te sluiten met de Tao Te Ching:
leren van de student, wordt er weinig geleerd. Als het presteren van een organisatie alleen in handen ligt van de CEO, is de hele organisatie disfunctioneel. En als de hele organisatie disfunctioneel is kan het niet gerepareerd worden door de mensen te repareren of een succesrecept toe te passen van bovenaf, het kan alleen genezen wanneer het systeem wordt gerepareerd. Met andere woorden ‘wie beheert welke problemen’.
