juni 30, 2009

Theorie en Praktijk

“What is real in the mind is real in their consequence”

William James

De persoon is dualistisch van aard en er vindt regelmatig een of ander conflict in hem of haar plaats. Dit conflict of deze tegenstrijdigheid vormt de essentie van de persoon en hieruit volgt bijna natuurlijk dat het gevoel van vrees en onzekerheid iedere vorm van werkzaamheid die hij voortbrengt vergezelt. Dit gevoel drijft de persoon tot onevenwichtige daden van hartstocht en geweld. Het gevoel ligt ten grondslag aan alle menselijke daden en niet de dialectische moeilijkheden. Eerst komt de psychologie, dan de logica en de analyse en niet andersom. Geleerden, onder wie theologen, filosofen en wetenschappers zijn graag objectief en vermijden het subjectief zijn, wat dit ook eigenlijk mag betekenen. Zij houden vast aan het inzicht dat een bewering die objectief bekrachtigd wordt waar is, persoonlijke ervaring is niet van echte waarde in dit denkbeeld. Toch vergeten zij het feit dat een persoon onveranderlijk een persoonlijk leven leeft en niet een begripsmatig of wetenschappelijk gedefinieerd leven. Hoe exact of objectief de gegeven definitie ook mag zijn, de persoon beleeft niet de definitie, maar het leven zelf en het is dit leven dat het onderwerp is van de studie van de mens. Hier is geen sprake van objectiviteit of subjectiviteit. Wat ons het meest bezighoudt is zelf, persoonlijk, te ontdekken waar dit leven is, hoe het wordt geleefd. De persoon die zichzelf kent, is nooit de slaaf van getheoretiseer, schrijft nooit boeken of blogjes, geeft nooit bevelen aan anderen; hij leeft altijd zijn unieke leven, zijn vrije creatieve leven. Wat is het? Waar is het? Het zelf kent zichzelf van binnenuit en nooit van de buitenzijde.

juni 4, 2009

Problemen en eigenaarschap

Wat dit betekent is dat de ‘echte’ organisatie niet te zien is op een organogram. De ‘echte’ organisatie is gestructureerd rondom wie welk probleem beheerd, en de processen die ze met elkaar verbindt. Informeel, wat dit betekent is dat wat de organisatie laat werken bepaalt wordt door welke persoon of groep welke problemen beheerd, omdat dit de ‘flow’ van informatie bepaalt tussen deze verschillende punten, en waar beslissingen en initiatieven ontstaan die van invloed zijn op wat anderen doen. In het verleden, zochten we dit eigenaarschap in de bureaus van managers, met de vraag “wie rapporteert aan wie?”. Dit komt omdat de managers als de “brains” werden gezien, zij moesten ‘het denken’ doen, de beslissingen maken en ervoor zorgen dat andere medewerkers dit dan uit gingen voeren. Het punt is dat de onderliggende organisatiestructuur altijd bepaald wordt door wie welke problemen hanteert. En de kracht hiervan is als je dit goed krijgt je een blauwdruk hebt van een uitzonderlijk goed presterende organisatie.

Mensen hun aandacht is altijd gefocust op hun eigen problemen (zoals zij deze begrijpen). En wat mensen in beweging zet is de relevantie en significantie van waar ze zijn versus waar ze heen willen gaan door met het probleem om te gaan. Om een probleem te bezitten betekent simpelweg dat je verantwoordelijkheid neemt voor het probleem – in verschillende opzichten: voor het zien, definiëren, om er iets aan te doen en de consequenties. Maar mensen behandelen de problemen die zij bezitten anders dan de problemen die anderen bezitten. Sommige mensen zijn blij problemen te bezitten die ze niet zouden moeten bezitten, alleen om de focus te verplaatsen van hun eigen problemen die ze zouden moeten bezitten. In elk systeem waarin mensen met elkaar te maken hebben geldt het volgende: Als een persoon niet de problemen beheert die ze zou moeten beheren, wordt het systeem disfunctioneel.  Een universeel voorbeeld: Als een leraar het probleem bezit van het probleemleren van de student, wordt er weinig geleerd. Als het presteren van een organisatie alleen in handen ligt van de CEO, is de hele organisatie disfunctioneel. En als de hele organisatie disfunctioneel is kan het niet gerepareerd worden door de mensen te repareren of een succesrecept toe te passen van bovenaf, het kan alleen genezen wanneer het systeem wordt gerepareerd. Met andere woorden ‘wie beheert welke problemen’.

Mensen die geen verplichting voelen voor de gezondheid en welvaart van het grotere systeem tot welke ze behoren zullen een dooddoener zijn voor de geest en economie van dat systeem. Kijk naar onze huidige economie. De paradox is: Alleen door het in bezit nemen van de problemen van hun eigen persoonlijke bestemming, kunnen mensen het besef krijgen dat alles met alles en iedereen met iedereen is verbonden in een grotere onderneming. En mensen die dit niet zien en die niet hun problemen bezitten kunnen niet zien dat ze iets voor het grotere geheel moeten doen om er iets uit te krijgen. Dit disfunctioneel zijn moet eerst gerepareerd worden.

juni 3, 2009

Meer doen met minder

Afgelopen jaren hebben we veel gehoord over ‘lean manufacturing’, ‘lean thinking’, ’six sigma’….you know the drill. Als je je huiswerk hebt gedaan herken je dat al deze management tools oude wijn in nieuwe zakken zijn. Het idee van ‘meer doen met minder’ is er al letterlijk eeuwen. Henry Ford, als hij nog geleefd had, kon alle auteurs op dit gebied eruit schrijven evenals de 18 eeuwse industriële innovator Robert Owen. Eigenlijk begreep elke middeleeuwse ambachtsman ‘lean’ denken.

Je hebt geen corporate programma nodig om het idee van ‘meer doen met minder’ te slijten. Je moet hetzelf praktiseren, en verkondigen. Meer gedaan krijgen met minder gepraat. Bereik meer in minder tijd. Beloon de mensen die bereiken wat ze moeten bereiken met de middelen en bronnen die voorhanden zijn (daar was het concept van bricoleur weer). Als je iemand beloond op basis van de grootte van zijn rijk, dan is dat wat je krijgt….meer mensen die minder doen. Er zit enige logica in die de moeite waard is om te overdenken. Hoe meer je taken opdeelt, hoe meer coördinatie er moet zijn. De kosten stijgen hierdoor exponentieel, simpel omdat het coördineren van zaken altijd duurder is geweest dan de kosten van de zaken die jezelf doet.nieuweweekblogmettekst2fy8

Meer doen met minder draait dan eigenlijk om twee zaken:

- Continue de competenties van elke persoon in elke rol in de organisatie vergroten.

- Het noodzakelijk maken voor elke persoon om meetbaar prestaties te verbeteren voor iedereen onder, boven, en naast elkaar.

‘Lean’ gaat over afval verwijderen. De twee grootste bronnen van afval in een typerende organisatie zijn het verspillen van mensen, en het verspillen van tijd door teveel te praten. Over iets praten is iets heel anders dan het doen. En de kosten van al het gepraat is de grootste verborgen kostenpost in elke organisatie. De effectiviteit van een telefoon gesprek is meestal gerelateerd aan hoeveel tijd er aan is besteedt. E-mail? Dat is een plaats waar mensen die niet kunnen communiceren zich verbergen om andere mensen lastig te vallen, die ook denken dat computers hun mentale capaciteiten verbeterd. En er zijn een hoop communicatieadviseuren……en nog meer computers…..

juni 2, 2009

Communicatiesystemen

Een communicatiesysteem is wat mensen met elkaar verbindt. Het kan simpel gezegd ontstaan door frequent gebruik, of het kan gemaakt worden. Een communicatiesysteem dat gelijkgestemde mensen verbindt zorgt ervoor dat er niet veranderd wordt alleen wanneer iedereen samen verandert. De lijm dat elkaar samen houdt is dat ze op dezelfde manier door willen gaan, en dat anderen ook op dezelfde manier doorgaan met wie ze zijn. Zij delen gezamenlijk modes van zijn, doen, zeggen, weten en hebben. Om tot een communicatiesysteem te behoren, van een liefdesaffaire tot professionele functies, beïnvloed je in manieren om lidmaatschap van dat systeem te behouden. Managers kunnen opschieten met andere managers, secretaresses met secretaresses. Mensen die elkaars werelden kunnen delen, kunnen elkaar begrijpen, de rest wordt moeilijk. Hoe komt dit?

Communicatie neemt altijd de weg van minste weerstand. Hoe meer je gebruik maakt van een communicatiekanaal, hoe groter de kans dat je die ook blijft gebruiken. Ten tweede is politiek in brede zin de aanjager van communicatiesystemen, roddelen heeft altijd een politieke ondertoon. Ten derde communicatie wordt hoofdzakelijk gebruikt om mensen te manipuleren en te manoeuvreren in een systeem. Iedereen is een slachtoffer van wat er gebeurd in een communicatiesysteem. Een vergadering bijvoorbeeld is een soort van theater. De enige manier om te weten wat het plot is is om mee te doen met de ontwikkeling van dit plot. Anders blijf je een toeschouwer.

Vergaderingen zijn ad hoc communicatiesystemen. De reden waarom ze zo ongelooflijk a productief zijn is omdat de deelnemers meestal hun eigen agenda hebben, en geen een van deze agenda’s geldt voor de groep als geheel. Ontmoetingen met koffie of bier werken beter, want niemand heeft een officiële agenda. De meeste ideeën, houdingen en stereotypen die mensen als vanzelfsprekend beschouwen zijn eigenlijk producten van de communicatiesystemen tot welke ze behoren. Daarom is het zo moeilijk om mensen te veranderen. Ze zijn wie ze zijn op een bepaalde manier doordat ze participeren in een bepaald communicatiesysteem. Dus zul je deze systemen moeten veranderen of aanpassen. Ten gevolge:

- Een communicatiesysteem is een systeem. Deze kan slim of dom zijn.

- Slimme communicatiesystemen zijn een voorbode van paraatheid voor uitzonderlijke prestaties in een organisatie.

- Veranderaars die voor zichzelf slimme systemen kunnen creëren, zijn daarom waarschijnlijk competent omdit voor een organisatie te doen. Maar hoe je dit?

- Competente personen in elke rol. Zij zorgen ervoor dat het gebeurt (Bricoleurs)

-Een veranderaar heeft alleen interpretaties om mee te werken, die van hemzelf, anderen of beide.

- Alles (inclusief gereedschappen) moet geinterpreteerd worden in termen van doelen.

mei 14, 2009

Waar is een theorie van communicatie goed voor?

“For what determines one’s being human, is the image one adopts….Thus the truth of a theory about man is either creative or irrelevant, but never merely descriptive.”

Abraham Heschel

Wat betekent dit? En voor welk nut kunnen we dit inzetten? Kenneth Burke en vele andere filosofen leerden ons dat ‘woorden consequenties hebben’. De namen die we aan objecten geven beïnvloeden hoe we over deze objecten denken en hoe we deze objecten benaderen. De vorm en inhoud die we aan onze buitenwereld geven met onze woorden, bepaalt onze innerlijk wereld – ook wel bekend als ‘bewustzijn’. Woorden hebben grote consequenties voor ons en hoe we onze wereld kennen,  en hoe we in deze wereld  zijn. We hebben menselijke communicatie getrivialiseerd tot ‘informatie uitwisseling’. De primaire functie van taal, zoals Nietzsche en George Steiner wisten, is niet alleen voor de doeleinden van ‘communicatie’. De belangrijkste functie van taal is eerder wereld-bouwen. In het geven van leven aan de wereld door middel van woorden, geven we bewust leven aan onszelf, maar ons bewuste leven of bestaan is alleen mogelijk in hoe, en hoe niet, we hierover praten (Whitehead, 1929). Dit is een betekenis van; “As we communicate, so shall we be” (Thayer, 1988).

Echter communiceren we niet alleen in woorden. Elke vorm van representatie van de wereld naar onszelf – in literatuur of poëzie, muziek of beeldhouwen, in wiskundige formules of humor, in iconen of symbolen, in “theorieën” of folklore – is een manier om subjectief bestaan te creëren. Communicatie is het proces waarin we een “objectieve” wereld creëren en onderhouden, en, door dit te doen, creëren en onderhouden we het enige menselijke bestaan. Wat de natuur van zelf-bewustzijn ook mag zijn, we hebben dit alleen in de manier waarop we praten en niet praten over onszelf en de wereld waarin we leven. Dit bedoelde Wittgenstein met:  De grenzen van onze talen, zijn de grenzen van de wereld. Een communicatietheorie die dit proces niet helder heeft zal nooit veel waard zijn in termen van relevantie en sociale problemen. “As we communicate, so shall we be”.

Dit gegeven heeft talloze theoretische en praktische voordelen. Ten eerste haalt het de focus weg van wat communicatie “is” tot aan “als…dan” formuleringen die zo succesvol zijn (geweest) in de exacte wetenschappen. Wat we zouden moeten weten is wat voor soort van communicatiepatronen wat voor gevolgen hebben, wat voor manieren van praten over de wereld leiden tot wat voor menselijke of sociale problemen. Wat voor manieren van uiten, begrijpen en uitleggen van de wereld leidt tot wat voor soort menselijk bestaan? Kortom: Als we op een bepaalde manier zijn, hoe zijn we dan, communicatief gezien, zo geworden. Onze westerse mentaliteit zegt dat er bepaalde externe condities zijn die “veroorzaken” dat we zo zijn. Als iemand bijvoorbeeld depressief is, zullen we zijn/haar gedrag rechtvaardigen door deze externe factoren. Maar een communicatietheorie van menselijk gedrag zal ons alert maken op het feit dat iemand niet eerst depressief is en het dan uit, maar dat iemand alleen dat depressieve gevoel kan hebben, als iemand capabel is om dat gevoel aan anderen (letterlijk/denkbeeldig) te communiceren (it takes two to tango).  En een communicatietheorie van menselijk gedrag zal ons alert maken op het feit dat er geen op zichzelf staande externe condities zijn – alles buiten ons wat menselijke relevantie heeft moet eerst benoemd en geïnterpreteerd worden door ons. Deze twee noties samen laten ons een praktisch feit zien: als iemand depressief wilt zijn, moet iemand weten hoe je de wereld op bepaalde manieren kan begrijpen, en hoe zichzelf in bepaalde manieren te uiten, en als je niet depressief wilt zijn, je deze manieren van begrijpen en uiten moet vermijden. Als je je manier van praten en begrijpen verandert, verandert je ‘zijn’. Wat is het in onze routinematige en geritualiseerde manier van communiceren, dat goed of slecht voor ons is? Dit is wat we moeten weten….omdat zoals we communiceren, zullen we zijn.

Deze benadering is toepasbaar voor de studie van oorlog en vrede, liefde of “mentale” ziekten. Het is namelijk niets anders dan de consequentie van een pathalogisch communicatief metabolisme, of het nu individueel of maatschappelijk is (Carey, 1979).

mei 14, 2009

Communicatie: Bereik versus Begrijpen

The mind of man searches outwardly all day,

The further it reaches,

The more it opposes itself,

Taoïstisch gedicht

Ons menselijk bereik is technologisch in alle uithoeken gemaximaliseerd, wat hierdoor gebeurd is, is dat we ons bereik verwarren met wat we begrijpen. Met de modernisatie van ons bewustzijn denken we dat informatie een vervanging van kennis is, en dat kennis, rationeel verkregen, een redelijke vervanging is voor wijsheid (Steiner, 1985). En als gevolg van ons grote bereik in elke richting, we al helemaal geen ‘hemel’ meer nodig hebben, want die brengen we gewoon naar beneden door middel van de tv of de telefoon. Wat eigenlijk is gebeurd is dat ons communicatieve bereik veel verder gaat dan ons communicatief begrijpen. Een populaire beschrijving is: We weten meer en meer over minder en minder. We weten al meer dan dat we weten wat we ermee moeten. Dit “moderne” grijpen en reiken komt erg overeen met de cirkel van de hel van Dante in II Timothey 3:7: “Ever learning, and never able to come to the knowledge of the truth”. Als we niet weten wat of wie we zouden moeten zijn, hoe kunnen we dan ooit besluiten wat we moeten weten om daar te komen? Steeds meer routes maar geen bestemming.

BijbelBijbelVoorDummiesZonder een ‘transcendentale waarheid’ leven we in een “doe het zelf” universum, vandaar ook al de ‘voor dummy’ boeken. Overal in het moderne leven is betekenis vervangen voor functie en Weber noemde dit de “disenchantment of the world” de ont-toverende realiteit. We rationaliseren onze levens zoals we industriële procedures rationaliseren. We rationaliseren onze communicatie; en door dit te doen, verminken we het proces waarin we onszelf uitvinden. Er zijn dus teveel manieren om over de wereld te praten en deze zelfde wereld te begrijpen, een van deze “communicatie technologieën” is taal zelf. Zoals Nietzsche al vroeg: Is taal de adequate expressie van alle realiteiten? Onze veronderstelling is niet alleen dat taal adequaat is om alle realiteiten te beschrijven, maar dat iemands eigen taal adequaat is om alle realiteiten te beschrijven. Om Heisenberg (1958) te quoten: “What we grasp of the world is not the world, but the world exposed to our way of minding it”. Ons grote bereik betekent niet dat we ons begrip vergroten. Volgens Eddington is er een existentiële relatie tussen wie we zijn en wat we weten. Komt dat omdat ze allebei van woorden zijn gemaakt? Ons begrip is niet mee gegroeid met ons bereik, het is eerder dunner, en rusteloos geworden. We lijken een beetje op verwende kinderen; we hebben al meer dan dat we ervoor kunnen zorgen. Om überhaupt nieuwsgierig te zijn naar hoe het in Thailand is, is een vorm van verveling. Elke plaats is toch hetzelfde, want alles is bereikbaar, en toch heeft het geen echte betekenis meer. Ons falen is die van verbeelding, het falen om de relatie tussen onze idealen en ons leven te zien. Er is teveel van alles, teveel ‘communicatie’, teveel geld en allemaal om onszelf te verdoven omdat we geen idee hebben wat we met onszelf aanmoeten. Om weer af te sluiten met de Tao Te Ching:

…when one is full of words,

And entangeld with one’s affairs,

One is never able to save one’s self.

mei 5, 2009

Verklaring als motief

Most people cling to the center of the road, doing what is done, saying what is said, having what is had, knowing what is known

Ortega y Gasset

Het concept van “oorzaak” en de fascinatie met “waarom”, is fundamenteel voor onze westerse gedachtegang. Maar misschien zijn we verstrikt geraakt in onze eigen metaforen. We willen allemaal het antwoord op “waarom” weten. Maar gekoppeld aan onze notie van tijd, een geloof in een verleden-tegenwoordige-toekomstige tijd, en ons conceptuele geloof in de lineariteit van gebeurtenissen, in “evolutie” is de manier waarop we de vraag “waarom” stellen. Het antwoord kan echter net zoveel verbloemen als verhelderen. Het is onze verslaving van oorzaak en gevolg denken. Wat iemands gedrag bepaalt komt doordat er voor dat gedrag iets is gebeurt wat het huidige gedrag verklaart. Maar praktisch gezien denk ik dat specifieke gebeurtenissen in de toekomst meer als motivatie gezien kan worden. Zoals moderne wetenschappers meer gemotiveerd worden door het schrijven van baanbrekende artikelen die goed voor hun reputatie zijn, dan iets dat in het verleden van deze wetenschappers plaatsvond. Is het niet dat iemands specifieke bestemming meer als motief kan worden gezien?

Is het niet dat verklaring kan dienen als motief voor onze alledaags praten, weten en doen? We zijn namelijk altijd deel van een groter sociaal geheel – een stam, een cultuur, een subcultuur, ebloodsen (straat)bende. Wanneer ons handelen en praten enigszins consonant is met de andere individuen die de sociale groep vormen, hoeven we ons gedrag niet te verklaren. Als iemand beroven of vermoorden een kenmerk is van een volledig lidmaatschap van een bende, zal niemand je de vraag stellen “waarom deed je dat”? Dus als iemand zijn rol speelt volgens het gegeven script, hoef je niets te verklaren. Het feit dat wanneer we niet ons gedrag of gevoel hoeven te verklaren betekent niet dat het verklaren an sich niet het motief is. Als iemand niet voldoet aan de rol in het gegeven script is het niet zozeer de ”waarom” vraag, maar eigenlijk is de dieper gelegen vraag – wil je een van ons zijn of niet? Een acceptabele verklaring ‘repareert’ je lidmaatschap. We denken misschien dat de meeste “communicatie” over substantiële kwesties gaat – dat we op een instrumentele manier samen iets bereiken, of ergens over eens moeten worden. Maar de meeste communicatie heeft een kritischer aspect. Het gaat over bij welke referentie groep je “behoort”, en hoe ‘mainstream’ of marginaal iemand is in de specifieke referentiegroep. Als een manier van doen, zijn, denken of praten niet verstaanbaar is voor onze ‘auditors’, is het heel erg onwaarschijnlijk dat we dit gedrag vertonen. Wat we niet kunnen uitleggen, zullen we niet snel doen, voelen of weten.

Wat iemands actie rechtvaardigt zijn niet de consequenties, maar de verstaanbaarheid voor anderen (Geertz, 1983)

mei 4, 2009

Communicatie – wetenschap

Het maakt niet uit hoe wetenschappelijk een bewering wordt beschermd, en het maakt ook niet uit hoe diep een bewering in onze conventionele wijsheid is gecultiveerd, nog steeds kunnen we op basis van empirische gronden vraagtekens bij alle beweringen plaatsen. Empirisch gezien ‘hebben’ we niet eerst een gedachte en dan leren we hiermee te handelen. We ‘hebben’ deze gedachten omdat we ze kunnen uiten. Om voor te stellen dat ons bestaan een functie is van hoe we onszelf uiten en hoe we de wereld begrijpen is moeilijk voor ons. Het is moeilijk omdat ons psychologisme ons doet  geloven dat externe ’stimuli’ onafhankelijk van ons zijn, en dat wij reageren op hun kwaliteiten in plaats van de onze. Het is moeilijk omdat de empirisch analytische wetenschappers ons doen geloven dat de fysieke wereld waarover ze theoretiseren door speciale methoden van onderzoek door hen is uitgevonden. Het is moeilijk voor ons omdat we in oorzaak -gevolg denken en de eerste voor de laatste komt.

Ons zender-boodschap-ontvanger model is simpelweg niet juist. We communiceren niet zoals we dat doen omdat we zo zijn. We zijn iemand op een bepaalde manier omdat we zo communiceren. Als we naar het dagelijks leven kijken zien we ook dat het bovenstaande model niet opgaat voor menselijk communicatie. Soms zeggen we dat we iets snappen terwijl we het niet snappen, en soms zeggen we dat het niet snappen terwijl we het wel snappen.  Soms zeggen we wat we menen en soms menen we wat we zeggen. Wanneer we verliefd worden kleuren we de toekomst rooskleurig, wanneer we niet mee verliefd zijn verkleuren we het verleden. Als iemand ons vraagt waarom we iets doen kunnen we daar een goede uitleg voor geven, maar snappen we zelf niet waarom we het doen. We misleiden onszelf en anderen. We vertellen wat we denken dat de waarheid is wanneer het ons het beste uitkomt. Wanneer iemands interpretaties onze eigen interpretaties bedreigen hebben we weinig moeite het label “dom” aan de persoon te hangen. Soms praten we over televisieprogramma’s wanneer we eigenlijk willen praten over hoe ongde-geliefdenelukkig we zijn. Soms praten we over hoe ongelukkig we zijn wanneer we eigenlijk blij zijn; maar het houdt het gesprek op gang. Waar we soms over praten hoeft niet te gaan waar we over denken omdat we niet zo heel veel denken. Dus de wereld die we kennen is de wereld waarnaar we kunnen handelen. Liefde lijkt logisch wanneer je je kan verbeelden er iets mee te doen. Het etiket ‘van roken word je onvruchtbaar’ is verstaanbaar voor iemand die niet rookt.

Een zaak lijkt duidelijk. Als een theorie van menselijke communicatie ons niet betere geliefden, vrienden of collega’s kan maken is het een levenloze theorie.

april 14, 2009

Tropisme, Cliches en Bricolage

Een tropisme is een niet vrijwillige response van een organisme, of een van zijn delen, op een externe stimulus. Het is een concept uit de biologie, wat bijvoorbeeld het sluiten en openen van lelies verklaart afhankelijk van dag en nacht. De meeste menselijke communicatie of menselijk gedrag gebeurt meer automatisch dan bewust. We formuleren niet bewust constant onze percepties van objecten, onze interpretaties van de wereld of onze reacties op deze. Ze komen naar boven, ze rijzen uit ons, het lijkt wel alsof ze een functie is van onze perceptie, reactie of begrip van het object in casu.

We schijnen te weten wat grappig is zonder erover na te denken. We schijnen te weten wat verdriet is zonder erover na te denken en zo kan je nog heel lang doorgaan. Zoals Dewey zei; Om iets te herkennen is om deel te zijn van het systeem waarin het ‘iets is’. Je zou bijna denken dat onze interpretaties voortvloeien uit het object in plaats van ons vermogen om feiten aan objecten toe te schrijven. Dit komt omdat we niet de inhoud lezen, maar de tropistische natuur van de verpakking. Als die bekend en makkelijk genoeg te lezen zijn, hebben we toch even het idee dat alles voor vandaag weer goed is. Wanneer we nadenken over luisteraars van klassieke muziek kan je de leeftijd al schatten zonder ze te zien. Verder lijkt het alsof hoe schadelijker een product is, hoe ‘gezonder’ de tropes zijn om de achtergrond van de verpakking te bekleden, zoals schone berglucht voor sigaretten, blije en harmonieuze relaties bij bier, status en kracht bij drank. En waarom heeft toiletpapier een bloemetjesprint?

Tropes zijn in bepaalde zin dus cliches en er zijn heel veel verschillende; architectuur, spijkerbroeken, gezichten (gestandaardiseerde make up), thuisdecoratie, auto’s, hotels en fast-food tentjes, boek formats, genres van boeken, eet ritueeltjes, subcultuur etc etc. Het lijkt alsof mensen de wereld alleen snappen als die in clichés zijn verpakt. Mischien dat sommigen denken dat wetenschap een uitzondering is. Maar een wetenschappelijk artikel is een genre en format wat net zo’n cliché is als een televisie soap. Wat ‘begrijpen’ veroorzaakt is niet informatie, maar eerder tropes. Sircgo0185l Peter Medawar heeft eens gezegd dat het geen wonder is dat jonge wetenschappers geen onderzoek kunnen doen. Na een aantal jaren van het lezen van gepubliceerde onderzoeksrapporten, denken ze dat onderzoek is zoals erover gepubliceerd wordt, namelijk rationeel en formuleachtig. We begrijpen de wereld dus niet en we zoeken hier ook niet naar. Iedereen van ons is een bundel van tropes, van perceptuele-conceptuele reflexen, ronddwalend en afwachtend wanneer nieuwe tropes onze aandacht opeisen en die ons naar een weg leiden die wij kunnen leiden door onze capaciteit aan reflexen.

Niettemin, niet iedereen is gemaakt van een bundel clichés. Er zijn een aantal die het boetseermodel breken, die met iets nieuws komen, een nieuwe manier om iets te bekijken. Deze mensen worden wel artiesten genoemd, maar ze lijken meer op bricoleurs. De meeste van ons zijn onderhandelaars in het bekende, ons ideaal is om te zien wat iedereen ziet, om ons zelf te uiten zoals iedereen doet, om ons te voelen zoals iedereen zich voelt. We veronderstellen misschien dat als we net zo denken en voelen over bepaalde dingen als anderen we deze dingen ook begrijpen. Soms is er iemand die de wereld een beetje anders ziet. Zij zijn bricoleurs, iemand die met hetzelfde materiaal, met dezelfde woorden iets idiosyncratisch doet. Als de rest van ons de betrouwbare, voorspelbare synapsen zijn van de sociale machinerie, zijn zij de uitzonderingen. Als hun manier van zien of zeggen de geclicheerde manier van zeggen en zien wordt, idoliseren we hen. Of wanneer we geconfronteerd worden met een onplezierige verandering door deze zienswijze, zullen wij ze simpelweg vernietigen of negeren. Wat hebben we nu eigenlijk aan dit hele verhaal:

- De wereld waarin we leven is niet de wereld, maar de gecommuniceerde wereld. We verwarren onszelf omdat we gaan nadenken over de “waarheid” van een bepaalde interpretatie. We worden niet naar verlichting gebracht door “feiten”, of informatie, of misschien zelfs de waarheid. De enige wereld die telt is degene die andere zien door wat ze zeggen, en wat iemand kan zien door wat hij/zij kan zeggen. Het is niet meer dan de natuur van het beestje.

- Ten tweede hebben we geconcludeerd dat tropes al onze metacommunicatie in het sociale leven construeerd. Zij zijn de niet onderzochte plaats waar we allemaal instaan om de wereld te begrijpen. Zij zijn Polanyi’s “tacit knowledge”.

- Alle communicatie is een van twee soorten. Het is of automatisch of problematisch: Hoe weet je wanneer je je hoofd naar die ander moet buigen, of je ogen te sluiten voor die eerste kus?

april 8, 2009

Hoe informatie informeert

“Rules? Rules! Hell, we ain’t got no rules around here. We’re tryin to get something done!”

Thomas Edison

Waar haalde Einstein zijn informatie vandaan? Wat is het dat een gescheiden paar moest weten voordat ze gingen trouwen? Voorkennis maakt ons allen experts; maar welke informatie hadden ze niet op het moment dat ze hun beslissingen namen?  Acht van de tien producten redden het niet, ongeacht op welke manier ze onderzocht of kenbaar worden gemaakt. Anti-rook campagnes bereiken mensen die niet roken en anti-drink campagnes zet de jeugd aan tot drinken. Wat we niet kunnen bezitten is informatie over wat succesvol gaat worden; die informatie behoort tot de toekomst en niet tot het heden. Het lijkt wel een gegeven dat de meest succesvolle ondernemers degene zijn die of het ‘goede’ advies negeren of koppig blijven tegen alle kansen in. De ene persoon gebruikt “goede” informatie om domme dingen te doen (zo blijkt), en de andere gebruikt “gebrekkige” of helemaal geen informatie om briljante dingen te doen (zo blijkt). Intelligente is dus een functie van  gevolgen en verbeelding is de motor voor creatieve uitvindingen in wetenschap en kunst, politiek en entertainment en ga zo maar door. Dus het maakt uit hoe informatie intelligentie informeert, en hoe informatie verbeelding informeert.

Wij als westerse mensen hebben naar mijn idee een stilzwijgende aanname over wat informatie nu eigenlijk is? Dervin (1989) hanteert twee concepten van informatie namelijk ‘information as description’ en ‘information as construction’. Het eerste concept dat het fundament legt voor onze huidige manier van communicatiecampagnes voeren is dat informatie een ‘waarheids-gehalte’ bezit, dat het objectief is en wanneer men handelt met deze informatie de resulterende acties leiden naar gunstige uitkomsten. Dit model van informatie gaat hand in had met het ‘communicatie als transmissie’ concept, een proces van uitstoot en eenrichting (van Ruler, 2005). Het ‘informatiepakket’ wordt op de lopende band gelegd en bereikt de ontvanger. Dit is een materialistische visie op communicatie en informatie, mensen geven er een dingmatig aspect aan. Terwijl het ‘information as construction’ concept verteld dat informatie geen waarheidsgehalte bezit, maar dat realiteit een sociale constructie is, dit impliceert dat menselijke observaties altijd beperkt en illusionair zijn. Beperkt door een bepaalde tijd en ruimte, illusionair omdat onze ‘observaties’ gemaakt zijn. Het ‘information as construction’ concept kan je koppelen aan ‘communicatie als ritueel proces’ (Carey, 1975). Een proces waarin een realiteit gecreëerd, onderhouden, getransformeerd en gerepareerd wordt.

Cartier (1963) praat over de ‘myth of idea-transmission’ wat volgens hem het volgende betekent: “We know perfectly well that the only thing available to the listener for his perception is a pattern of vibrations of air molecules next to his ear drum. And we know perfectly well that, whatever an “idea” may be, it is not a pattern of vibrating air molecules; an idea is something fundamentally different from an acoustic event” (p.1). Ideeën zijn dus net als informatie en mensbeelden constructies. Zoals je waarschijnlijk begint door te krijgen passen we een materiële visie op communicatiestrategie toe in een domein waarin materie niet aanwezig is en waar andere spelregels gehanteerd worden. Dit komt ook door het fenomeen ’sciëntisme’ dat in onze leefwereld gehanteerd wordt. Men gelooft namelijk eerder een wiskundige formule van de dynamiek van golven dan een gedicht over dezelfde golven. Onze angst voor het figuurlijke ligt in lijn met ons wereldbeeld en het concept van gesloten systemen.

Nu hebben we bekeken wat informatie niet is en kunnen we kijken hoe dit proces van ‘niet-zijn’ ligt ingebed in gesloten systemen. Je kan nadenken over informatie als datgene wat intelligent gedrag in een gesloten systeem informeert – wat inhoudt, waar een noodzakelijke reactie of noodzakelijk antwoord het systeem sluit. De vrijheid van antwoorden op het volgende verzoek, kan je alsjeblieft het zout doorgeven? Is een voorbeeld. Een minderwaardige blik naar iemand zijn kind omdat hij/zij zich niet gedraagt in de kerk is een ander voorbeeld. Als je dit verder onderzoekt, in het dagelijks leven’, organisaties of elke soort van menselijke instituties, zijn dit controle systemen, de functie van informatie is om het systeem te sluiten in een bepaalde voorspellende manier. In zo’n gesloten systeem proberen we fouten te verwijderen (efficiency management, total quality management etc etc etc). In een open systeem is er geen reguliere logica die wij kunnen ‘routinizeren’. Polanyi en Posch in hun boek Meaning omschrijven het als volgt: “We are free to the extent we are not constrained in our capacity to attribute meanings to things”, dit is volgens mij niet wat we met onze campagnes openbaar maken.

Het mag duidelijk zijn dat deze quote niet afkomstig is van een economisch adviseur wat misschien op een subtiele manier het vitale issue verlicht van: Hoe informatie informeert.

Gesloten systeem?

Gesloten systeem?

september 18, 2008

Media Spookrijders?

Denk eens terug aan de mercatorpleinrellen in Amsterdam in juli 1999. Ter gelegenheid van een eenjarig bestaan van het vernieuwde Mercatorplein, traden diverse bands op. Het feest werd afgesloten met een optreden van de rapgroep Spookrijders (ken je ze nog?) Toen een agent bij een schermutseling in het publiek wilde optreden, riep de band vanaf het podium “fuck the police”. Voor het grotendeels allochtone jongeren publiek was dat de aanleiding tot grootscheeps relschoppen. Zo luidde althans de officiële lezing van de politie, die door de media ook als ‘voorkeursbetekenis’ gepresenteerd werd. Die betekenis sloot ook aan bij een veel gehoorde opvatting dat rapmuziek geweld in de hand werkt (een kleiner thema is ingebed in een grotere context). Een onderhandelingslezing van deze berichtgeving legt de nadruk op de onderliggende spanningen in de wijk, op armoede, hoge werkloosheid, en de uitzichtloze toekomst van de jongeren (thema’s zijn onderling vervlochten in iemands waarneming, zogenaamde ‘Gestalt’). Deze onvrede kan door een kleine aanleiding zijn beslag krijgen in rellen, die in een onderhandelingslezing eerder als politiek protest dan als kwalijk tijdverdrijf van opgeschoten jongeren wordt gezien. Een compleet tegenovergestelde, oppositionele lezing kwam in dit geval van de Spookrijders zelf die een videoclip produceerden waarin de politie als voornaamste aanstichter van de rellen werd aangewezen. In de clip, tuigen de Spookrijders verkleed als dronken en stonede politie-agenten, willekeurige feestvierders af en plegen andere misdrijven. Die scènes werden afgewisseld met amateur beelden van de rellen. De politie wordt hier als racistische en onderdrukkende macht voorgesteld en in zo’n opvatting is de kreet “Fuck the Police” op zijn plaats (Van Casteren, 1999)

De Boer&Brennecke 2003

september 19, 2008

Communicatie&Interpretatie

Veel mensen veronderstellen dat wanneer ze schrijven of met iemand praten, ze ook aan het communiceren zijn. En wanneer ze zich niet inlaten met dit soort activiteiten, ze niet aan het communiceren zijn. Deze mensen zitten ernaast.

Deze redenering vergt wat nadenken: Je kan niet niet communiceren (Watzlawick). Dit betekent dat mensen naar je kijken en constant over je aan het praten zijn (ja, ook je vrienden). Als ze verwachten dat je iets tegen ze zal zeggen, en je doet het niet, dan ‘communiceer’ je erg hard. Dit komt omdat het de ontvanger is die de boodschap interpreteert. En de ontvanger kan een boodschap creeren uit het niets – zelfs uit stilte.

Mensen moeten raden wat dingen betekenen. Zelfs wanneer je zegt ” en wat ik met dit bedoel is dit…,” dan moeten ze nog steeds raden wat je echt bedoelde met wat je zei – of wat je niet zei. Alle betekenis komt van de geest van de ontvanger. Alle ontvangers zijn allemaal geconfigureerd om op een bepaalde manier te interpreteren – door hun geloven, angsten, of door de dubbelzinnigheid van wat er aan de hand is – of wat er niet aan de hand is.

Wat mensen van jou vinden en hoe ze het een en ander interpreteren van wat nu aan de hand is, is de realiteit waarin je moet intunen. Feiten brengen mensen niet in beweging, interpretaties brengen mensen in beweging. Je kan niet hun interpretaties controleren (maakt niet uit hoe slim je idee, of tool mag zijn). Maar je kan intunen in hun belevingswereld. Het is de enige manier hoe je kan weten wat er echt aan de hand is.

Mensen “lezen” jou en checken hun eigen interpretaties met andere zelf gestemde mensen. Wat je intentie is, is niet de hoofdzaak. Wat zij eruit gehaald hebben (zelfs verzonnen) is het punt (vandaar het onderscheid in de communicatiewetenschap van bedoelde effecten en ongewenste gevolgen van het (gemanipuleerde) boodschappenverkeer (Nillesen,2000)

Effectieve leiders blijven bij dat punt.

september 23, 2008

Almachtige media of toch maar beperktl

Deze ‘post’ is voor mensen die denken in instrumenten en werkelijk geloven in het feit dat een nieuw instrument het probleem gaat oplossen. In de communicatiewetenschap noemt men dit denken ‘instrumenteel’ denken of het paradigma van de ‘almachtige media’. In 1939 schreef Cantrill een onderzoeksrapport over het hoorspel ‘war of the worlds’. Hierin werd aangekondigd door de vertrouwde presentator van het radioprogramma dat de wereld werd aangevallen door buitenaardse wezens. Mensen raakten totaal in paniek en er ontstond complete chaos.

Vanuit dit soort situaties ontstond het idee van de machtige media, waarin de ontvangers een soort kritiekloze ‘massamensen’ zijn die alles opnemen. De inhoud van de media staat gelijk aan beïnvloeding en informatie is een ‘blokje’ wat je in iemands hoofd kan injecteren, vandaar ook wel de naam ‘injectienaald theorie’. Op een gegeven moment ontstond er wel het idee dat het toch niet allemaal zo simpel in elkaar steekt. Klapper (1969) schreef hierover in zijn werk; “the limited effects of mass media”, waarin hij een aantal belangrijke mechanismen identificeerde die de aandacht verschoof van de ‘almacht van de media’ naar de opkomst van het actieve publiek of het paradigma van de beperkte effecten. Zijn mechanismen waren;

  • Mensen stellen zich selectief bloot aan media uitingen
  • Mensen interpreteren selectief
  • Mensen onthouden selectief

Hiermee was definitief de gedachte van de tafel geveegd over de ‘almacht van de media’. Daarna kwamen er een aantal andere theorieën naar boven die van een ‘actief’ publiek uitgingen en van beperkte effecten, te weten; Agenda -setting (McCombs&Shaw, 1972), Kennis kloof hypothese (Tichenor,Donohue&Olien), The obstinate audience (Bauer, 1964), Uses and Gratifications benadering. Naderhand zijn het niet altijd onderbouwde hypothesen. Persoonlijk vind ik het artikel van Raymond Bauer erg interessant.

Hieronder volgt een kort overzicht van de beperkingen van de media, denk dan ook aan instrumenten of dergelijke waarin iedereen nu zijn heil verplaatst;

  • Beperkt qua richting – reinforcement hypothese, media versterken bestaande opvattingen, denk aan de selectiviteitsprocessen van Klapper.
  • Beperkt qua grootte – Er is wel invloed op de ontvanger, maar niet zo groot als de zender voor ogen had.
  • Beperkt qua bereik – Men kan niet iedereen bereiken, en degene die men wel bereikt wil niet zeggen dat er automatisch een gewenst effect optreedt.
  • Beperkt qua situatie – Er zijn situaties die het optreden van effecten belemmeren en situaties die dat bevorderen.
  • Beperkt qua object – Waarop worden media effecten verwacht, gedrag* – opvattingen of kennis.
  • Beperkt qua tijdsspanne – Beperkingen in het optreden van media – effecten die gerelateerd zijn aan tijd. Er kan sprake zijn van effecten die direct of met vertraging na de blootstelling optreden.

Het model van Gerbner (1956) (hiernaast) beschrijft in tien stappen het gehele communicatie en informatieproces. Dit model was bijzonder revolutionair omdat het alle facetten omschreef van deze processen, men kan hieruit ook de beperkingen afleiden, zoals boven opgesomd.

Heeft de computer nu echt bijgedragen tot een betere bedrijfsvoering, waarin werknemers zich verbonden voelen met een collectief doel in plaats van verbonden voelen met je eigen interesses? Is kennis beter verspreid, zitten de juiste mensen op de juiste plaats?

Simpelweg………….Nee.

* gedrag veranderen d.m.v. communicatie is een gevaarlijke en onzekere onderneming. Omdat wat iemand denkt niet gerelateerd hoeft te worden aan wat hij/zij doet. Daarom zou de communciatiewetenschap alleen kunnen praten over aanleiding tot gedrag, want je probeert iemand zijn denken of mening te veranderen met persuasieve communicatie.

oktober 13, 2008

Simulacra

Jean Beaudrillard (franse filosoof) heeft een invloedrijke theorie ontwikkeld over de relatie tussen werkelijkheid en media. Hij stelt dat de toename van het media-aanbod ertoe heeft geleid dat het onderscheid tussen de media en de ‘werkelijkheid’ steeds diffuser wordt. Het is niet langer mogelijk een onderscheid te maken tussen een beeld van de werkelijkheid en de werkelijkheid zelf. De werkelijkheid en representaties daarvan in de media zullen volgens Beaudrillard steeds meer samensmelten in een en dezelfde wereld van zogenaamde ’simulacra’: fenomenen waarin beeld en werkelijkheid samenkomen. Het gevolg van deze samensmelting is dat het een onbevangen blik op de ‘werkelijkheid’ praktisch onmogelijk maakt. Met andere woorden, de werkelijkheid die de media openbaar maken, wordt de werkelijkheid van jullie lezers.

De technologische ontwikkelingen op het gebied van communicatie maken Beaudrillard’s opvattingen over simulacra steeds waarschijnlijker. Met name door de digitalisering van de maatschappij worden onze ervaringen steeds minder tastbaar, komen ze los te staan van een bestaande wereld en worden nieuwe virtuele werkelijkheden gecreëerd.

Maar wat is nou een realistisch wereldbeeld?

oktober 14, 2008

Priming

Priming is het sneller herkennen van, of reageren op een bepaalde stimulus als men deze eerder heeft waargenomen. Het wordt beschouwd als een van de manifestaties van het impliciete, of niet-declaratieve geheugen. In een typisch priming experiment krijgt een proefpersoon eerst in de studeerfase een lijst van woorden of voorwerpen te zien. Om te vermijden dat men de woorden probeert te onthouden, krijgt men daarbij de opdracht de woorden c.q. objecten te beoordelen op aantrekkelijkheid, kleur of grammaticale aspecten. In de daaropvolgende testfase krijgt men weer een lijst met woorden te zien waarvan de helft correspondeert met woorden in de lijst van de studeerfase. Men krijgt daarbij bijvoorbeeld opdracht de woorden zo snel mogelijk na te zeggen. De reacties zijn dan doorgaans sneller voor de herhaalde dan niet herhaalde woorden. Een andere variant is de lexicale decisietaak waarbij men moet beslissen of het aangeboden woord in de testfase een echt woord of een pseudowoord betreft. Er worden doorgaans twee vormen van priming onderscheiden, namelijk repetitie-priming en semantische-priming. Bij repetitie-priming berust de prestatieverbetering in de testfase louter op herhaling van hetzelfde (fysieke) woord. Bij semantische-priming daarentegen berust het priming-effect op een herhaling van conceptuele eigenschappen van het woord: men reageert bijvoorbeeld sneller bij het woord appel als in de studiefase het woord peer voorkwam. De verklaring hiervan is dat het woord peer in het brein de semantische categorie vrucht heeft gepre-activeerd, waardoor woorden die tot dezelfde categorie behoren sneller worden verwerkt.

(Wikipedia)

Check dit filmpje over hoe reclamemakers hiermee omgaan:

oktober 14, 2008

Cultivatietheorie

Cultivatietheorie: theorie van Gerbner (Amerikaanse wetenschapper) waarin verondersteld wordt dat door de cultiverende en socialiserende functie van de TV het wereldbeeld van de zware kijkers sterker met de TV werkelijkheid overeen zou komen dan met het wereldbeeld van de lichte kijkers. De tv is de nieuwe  verhalenverteller in de westerse moderne cultuur, die een grote centrale rol speelt in het dagelijks leven van mensen.

Bekijk dit filmpje hieronder over deze theorie:

oktober 15, 2008

Framing&Agendasetting

Het nieuws vestigt de aandacht van het publiek op bepaalde onderwerpen. De media bepalen waarover men denkt. Dat is agenda-setting. Daarbij gaat het erom dat de selectie van onderwerpen voor de media-agenda effect heeft op de onderwerpen die op de publieksagenda voorkomen.

Framing is een multidimensionaal concept dat betrekking heeft op de productie, de inhoud en de effecten van mediaboodschappen. Een mediaframe is de wijze waarop een onderwerp wordt gepresenteerd en geïnterpreteerd in de mediaberichtgeving. De journalist maakt keuzes bij de productie van de media-inhoud. Die keuze bepaalt het frame, de inkadering van het onderwerp en de aspecten die benadrukt worden. De ontvangers van de mediaboodschap kunnen deze frames, deze wijze van inkadering, overnemen en het betreffende onderwerp ook op die manier gaan definiëren en interpreteren.

N.B. Veel van deze theorieën komen uit Amerika en is daardoor toch cultuur en plaats gebonden. Daarnaast is Agenda Setting een weinig bewezen hypothese. Dus de invloed van de media blijft raadselachtig of minder groot dan we denken. Er zijn twee stromingen, een gaat ervan uit dat de media machtig is, de ander beperkt. Ik ga uit van het beperkte model, niettemin is het de moeite waarde om te kijken naar dit soort benaderingen en leuke filmpjes.

oktober 28, 2008

De toekomst van internet

Leuk filmpje over de geschiedenis en toekomst van internet&media:

januari 4, 2009

De Yale veranderingsbenadering van attitudes

De effectiviteit van persuasieve communicatie hang af van wie zegt wat tegen wie.

Wie: De zender van de boodschap

  • Betrouwbare sprekers (degene met zichtbare expertise) verleiden mensen meer dan mensen die minder betrouwbaarheid uitstralen (Hovland&Weiss, 1951)
  • Aantrekkelijke sprekers (door fysieke of psychologische attributen) verleiden mensen meer dan onaantrekkelijke sprekers.

Wat: De natuur van communicatie

  • Mensen worden meer verleid door boodschappen die ogenschijnlijk niet zijn geconstrueerd om mensen te beïnvloeden (Petty&Cacioppo, 1986)
  • Is het beter om eenzijdige of tweezijdige boodschappen aan te bieden (dus alleen jouw argumenten voor, of alle argumenten voor of tegen)? In zijn algemeenheid is het beter om tweezijdige boodschappen aan te bieden, als je er zeker van bent dat je de argumenten tegen inhoudelijk sterk kan weerleggen.
  • Is het beter je speech te houden voor of na de tegenpartij zijn/haar betoog? Als de speeches na elkaar worden gehouden, en er is afsluitend een pauze voor de mensen zodat zij hun mening moeten vormen, is het beter om als eerste je betoog te houden. Onder deze condities is de kans groot dat er een primacy effect optreedt waarin mensen meer worden beïnvloedt door wat ze eerst horen. Als er een pauze tussen beide speeches is en mensen moeten hun mening vormen gelijk na het tweede betoog, is het beter om als laatste te gaan. Onder deze condities is de kans groot dat er een recency effect optreedt, waarin mensen de tweede speech beter herinneren dan de eerste (Haugtvedt&Wegener, 1994).

Aan wie: De essentie van het publiek

  • Een publiek wat tijdens de persuasieve communicatie is afgeleid zal meestal meer worden beinvloedt dan wanneer dit niet het geval is (Festinger&Maccoby, 1964)
  • Mensen met een lager intelligentie niveau neigen meer beïnvloedbaar te zijn dan mensen met een hoog intelligentieniveau, en mensen met een middelmatig gevoel van eigenwaarde zijn meer neigen meer beïnvloedbaar te zijn dan mensen met een laag of hoog gevoel van eigenwaarde (Rhodes&Wood, 1992)
  • Mensen zijn voornamelijk meer ontvankelijk voor attitudeverandering tussen de leeftijd van 18 tot 25 jaar. Na deze leeftijden zijn de attituden van mensen meer stabiel en minder snel beinvloedbaar (Krosnick&Alwin, 1989; Sears, 1981) attitude_at_work_agressive_funny_boss_employee

december 4, 2008

Een “baan” krijgen

Als ik de verhalen van een vorige generatie aanhoor lijkt het alsof mensen van hun hobby eerder hun werk konden maken. Nu, lijkt het er meer op dat de meeste jonge mensen een baan zoeken, niet om erin te excelleren, maar om genoeg geld te verdienen om hun levensstijl naast het werk te handhaven.

Dit is niet is om te verdoemen, want we veranderen het toch niet. Zo zijn de dingen nu eenmaal.
Het gaat erom wat een persoon mist in zijn of haar leven, en wat voor gevolgen dit heeft voor onze maatschappij, die collectief goed in de war is. Het is een verlies-verlies situatie geworden. Een persoon zoekt een baan, een plaats om iemands tijd te vullen met zo min mogelijk moeite doen en het grootste

jeewee

salaris strookje. Op hetzelfde moment, de ’standaard’ organisatie zoekt iemand voor een baan, wat zo min mogelijk mag kosten en met de grootste hoop van sterke resultaten. We kopen en verkopen al het andere – waarom niet onszelf?

De kwaliteit van iemands leven is ongeveer equivalent aan de kwaliteit waarmee iemand bijdraagt aan de gemeenschap. Het zien en uitdragen van iemands werk als gewoon “een baan” is denigrerend. Het is onmenselijk. Als een baan niet vereist om continue te leren, verliezen de werknemer en de organisatie beide.

Jonge mensen hebben tegenwoordig zoveel keuzen dat het onmogelijk lijkt om te kiezen. Dus gaan ze maar op zoek naar ‘gewoon’ een baan of natuurlijk ‘jobhoppen’. En het wordt duidelijk dat de kwaliteit van hun leidinggevenden ook minder wordt – simpel omdat ze zijn begonnen met een “baan” en dan automatisch op de carrière naar boven worden ‘gepushed’. Hoeveel ‘burger-flippers’ nemen die baan om te leren hoe je een restaurant managed?

Door toe te laten dat dit gebeurd, veroordeel je deze mensen naar een leven van minder relevantie en hierdoor wordt de kwaliteit van het leven minder.

Misschien ben ik in de minderheid hier, maar ik geloof dat er meer is in het leven dan gewoon “een baan” krijgen.

Als het leven bestaat uit wat we de hele dag denken, dan is er niet veel leven in het hebben van “een baan”, waarin je niet met hart en ziel bent verbonden.

En wij maar afvragen waarom er zoveel maatschappelijke problemen zijn….

december 5, 2008

Communicatie en dubbelzinnigheid

Een fundamenteel en frustrerend aspect van communicatie is erg basaal….het is namelijk erg simpel, er is geen noodzakelijke correlatie tussen wat mensen mensen zeggen en wat ze doen….

Dit komt voort uit twee predisposities:

- Dat mensen meestal niet zeggen wat ze echt denken ( en ze kunnen hun gedachten altijd voor, tijdens of daarna veranderen…) en

- Wat ze zeggen is afhankelijk van met wie ze praten en wat zij denken dat jij moet zeggen (volg je me nog?)

We leven in een cultuur waarin het gewoon is om met iedereen op te kunnen schieten, leidinggevenden, vrienden, ouders, vreemden. Hierdoor leren we op een natuurlijke manier om mensen te misleiden.

We willen graag denken dat de ’statements’ van anderen te beoordelen zijn op blind vertrouwen. Dit is bijna nooit het geval….Beloften zijn net zo vloeibaar als prestatie…Je kan meestal niet vertrouwen wat mensen zeggen. Ze praten meestal uit hun eigen beweegredenen in veranderende contexten. Dit is niet cynisch, maar realistisch…

men-womenMensen liegen constant tegen zichzelf. Of “misleiden” zichzelf. Hierdoor lijkt het “normaal” om elkaar te misleiden…Mensen zeggen meestal niet wat ze bedoelen, of omgekeerd. Voor een leider, alle communicatie activiteiten draagt een waarschuwingsbel: ” Betreden op eigen risico, iedereen die zich inlaadt met communicatie.

Wat op het spel staat is betekenis. Als anderen niet zeker kunnen zijn over wat we bedoelen met wat we zeggen, en wij kunnen niet zeker zijn van wat anderen bedoelen met wat ze zeggen, hebben we alleen onze eigen interpretaties…en deze zijn een functie van hoe ons bewustzijn werkt, niet van wat gezegd of bedoeld is.

Als zulke interpretaties niet refereren aan bepaalde specifieke doelen, eindigen we in een zee van dubbelzinnigheid – of wederkerig gokwerk. Sommigen zullen zeggen dat is het ‘’spel” van het leven….maar wat zullen ze bedoelen met dat?

december 18, 2008

Elaboration likelihood model

Het ELM onderscheidt twee routes die tot overtuiging kunnen leiden: de ‘centrale route’  en de ‘indirecte route’. Processen die via de centrale route verlopen vereisen een grote mate van aandacht, waardoor ze geneigd zijn dominant aanwezig te zijn onder condities die een grote mate van uitgesprokenheid stimuleren. Centrale routeprocessen onderwerpen een overtuigend bedoelde boodschap (zoals een voordracht of reclameelm_model_nederlands) aan een nauwgezet onderzoek om de waarde van de gebruikte argumenten te kunnen beoordelen. De uitkomst of de boodschap al dan niet overtuigend gevonden wordt is afhankelijk van de unieke cognitieve reacties van de ontvanger (dat wil zeggen, de richting en mate waarin zijn of haar attitudes veranderen).

De indirecte route daarentegen, vereist weinig bewust denken, en is daardoor vooral aanwezig in situaties die weinig uitgesproken signalen voortbrengen. Deze processen zijn vaak afhankelijk van simpele beslisregels zoals “experts hebben gelijk” of oppervlakkige kenmerken van de boodschap, zoals de hoeveelheid argumenten die genoemd worden of de autoriteit van de bron waarin ze genoemd zijn.

Welke route gevolgd wordt is afhankelijk van de mate van uitgesprokenheid. Zowel motivatie en de geestelijke vermogens van de ontvanger bepalen de mate van uitgesprokenheid. Twee voorbeelden van motivationele factoren die van invloed zijn op de gepercipieerde uitgesprokenheid van een boodschap betreffen de relevantie voor de persoon die de boodschap ontvangt en de autonome geneigdheid tot overdenken van de ontvanger. Factoren die gerelateerd zijn aan de geestelijke vermogens van de ontvanger betreffen de afwezigheid van afleiding en het beschikken over relevante noodzakelijke kennis om de logische argumenten op hun merites te beoordelen.

In geval van gematigde uitgesprokenheid zal een combinatie van centrale en indirecte processen de wijze waarop de informatie verwerkt wordt beïnvloeden.

Het ELM stelt daarnaast enkele uitgangspunten op:

  • Attitudes die onder een hoge uitgesprokenheid gevormd worden zijn sterker (dat wil zeggen zijn een grotere voorspeller van gedrag en de manier van informatieverwerking, zijn stabieler over een langere periode en zijn beter bestand tegen opvolgende beïnvloeding) dan attitudes die onder een lage uitgesprokenheid tot stand komen.
  • Variablen kunnen verschillende rollen in een overtuigende setting vervullen afhankelijk van de omgevingsfactoren, zie voorbeelden hieronder:
    • Gegeven hoge uitgesprokenheid, kan een variabele (bijvoorbeeld de expertise van de bron) zowel als argument dienen (”Als Einstein het eens was met de relativiteitstheorie, dan is dat een voor mij een goede reden om dat ook te zijn”) of een beïnvloedende factor zijn (”als een expert het hiermee eens is, laat ik dan tenminste kijken of er nog andere factoren dezelfde kant op wijzen”).
    • Gegeven lage uitgesprokenheid, kan een variabele als triggerdienen (bijvoorbeeld, door de beslisregel “experts hebben altijd gelijk” te hanteren – nota bene: hoewel dit voorbeeld lijkt op dat hierboven, betreft het hier een versimpelde beslisregel, zonder dat de nadrukkelijke gedachtegang vereist is die ten grondslag lag aan het Einstein-voorbeeld hierboven.
    • Gegeven gemiddelde uitgesprokenheid, kan een variabele dienen om de mate van informatieverwerking (”Als een expert het met deze uitspraak eens is, dan kan ik maar beter luisteren naar wat hij te zeggen heeft).

Opvallend genoeg, als een variabele de mate van uitgesprokenheid beïnvloedt, kan dit de overtuiging zowel positief als negatief beïnvloeden, afhankelijk van de kracht van de gebruikte argumenten. Als de argumenten sterk zijn, dan zal de overtuiging toenemen. Als de argumenten daarentegen als zwak gepercipieerd worden, dan zullen ze de mate van overtuiging juist negatief beïnvloeden.

Recentere aanpassingen van het ELM hebben extra rollen aan die de variabelen kunnen vervullen toegevoegd. De uitbreiding van Petty, Briñol en Tormala suggereert bijvoorbeeld dat variabelen uit de boodschap de mate van zelfvertrouwen van de ontvanger, en uiteindelijk daardoor de mate waarin de ontvanger vertrouwen in de booschap heeft, beïnvloeden.

Om bij het eerder gebruikte expert-voorbeeld te blijven, een individu kan denken dat “als een expert deze boodschap presenteert, dan zal die wel juist zijn, en dus kan ik mijn reacties en mijn attitude als gevolg van de boodschap ook vertrouwen”. Let wel, deze rol zal zich vanwege zijn metacognitieve rol alleen voordoen in situaties met een hoge mate van uitgesprokenheid.

 

januari 29, 2009

I Had A Dream…..

martin_luther_king_jr_nywtsEen tijd lang nagedacht en in verschillende bedrijven rondgelopen en met mensen gesproken om te kijken wat je nu precies niet moet doen om iets uitzonderlijks te bereiken. Ik kan wel vertellen wat je wel moet doen om iets te bereiken, maar ik geloof niet in een ‘one-size-fits-all’ recept voor succes.

Een van de eerste dingen die ik opmerkte is dat veel mensen en dus ook organisaties een drang hebben om alleen op de korte termijn te denken. We zijn een ‘quick-fix’ maatschappij, maar om ergens echt goed in te worden moet je gecommiteerd zijn en dat houdt in veel tijd en inspanning hierin investeren. Een ander obstakel wat je veel zialbert-einsteinet is ‘recept’ denken. Dit soort denken cultiveert een geloof dat er een soort van magische oplossing bestaat voor je probleem – waarin hoe minder je hoeft te doen, des te beter het is, centraal staat. Dit is onze magie.

Iets wat hiermee direct samenhangt is het geloof dat woorden gebruikt kunnen worden om mensen te veranderen. Als je de juiste ‘magische’ woorden gebruikt, je mensen kan motiveren om van middelmatigheid in hun werk naar meesterschap te ‘motiveren’. Dit vind ik een weidverbreide mythe. Als je ervan uitgaat dat er een soort van recept bestaat voor ieder mens, dan ga je er ook vanuit dat mensen een soort van ‘eenheids worst’ zijn waaruit leuzen voortkomen  als ‘alle neuzen dezelfde kant op’.

Een ander obstakel is de ‘go with the flow’ mentaliteit – het dalai20lama2conventionele denken- op deze manier zie je de wereld  meer lineair dan die werkelijk is. En dan denk je ook dat menselijk gedrag veel meer controleerbaar  en stuurbaar is dan dat het werkelijk is.

Als je kijkt naar de verschillende soorten mensen voor leiderschap, zoals de managers van de meeste organisaties, is er een schrijnend tekort aan, moed, visie, passie, commitment, en van competentie. Dit heb je nodig om jezelf en anderen te kunnen leiden.

Wat ook opvalt is dat de meeste mensen  ‘verandering’ ok vinden, zolang het maar niet voor henzelf geldt. Meeste mensen zijn tevreden met middelmatigheid. In feite werken mensen harder om hun middelmatigheid in stand te houden.

Waarom zouden mensen deze moeite doen om middelmatigheid in stand te houden?

februari 1, 2009

Journalisten&Voorlichters

Wat opvalt wanneer je je bezighoudt met het bestuderen van communicatie(wetenschappelijke) literatuur is dat er in relatie tot andere gebieden weinig aandacht wordt besteedt aan de rol van de pers. Een aantal bekende onderzoekers als Bass, Breed, Gans of Van Ginneken hebben wel onderzoek gedaan naar het ‘boardroom editing proces’ en nieuwscriteria maar praktische tips voor de dagelijkse praktijk vind ikzelf ontbreken.

Journalisten hebben snel bekeken of je hun tijd verspilt of niet, ze willen dat je snel, efficient en boven alles nuttig met hun tijd omgaat. Ze willen dat jij hen helpt hun werk beter te doen. Dit wordt wel ’spoon-feeding’ genoemd, de taak van de voorlichter is om de journalist te helpen met nieuws te ‘maken’, of nuttige ‘comments’ of analyses te geven. Aangezien ze geen tijd hebben om hele rapporten door te lezen, kan je ze dus helpen met het aanleveren van handige samenvattingen en dergelijke. De journalisten van tegenwoordig zijn niet de ‘clark kent’s’ met hun notepad in de hand op zoek als een losgeslagen nieuwshond. Journalisten zijn informatiemanagers achter een bureau die enorme hoeveelheden van materiaal van tv, radio, emails, telefoontjes filteren op relevantie en nieuwswaarde. Om op te vallen moet je dus duidelijk zijn in wat je bedoelt en niet in een zee van dubbelzinnigheid vallen.

Journalisten werken onder deadlines, met hun ‘editors’ in hun nek hijgend. Als een journalist je belt hebben ze een ‘qoute’ of antwoord binnen minuten nodig, niet binnen dagen. Wil je je concurrent voorlichter verslaan dan moet je dus sneller zijn dan hem. In de tijd van de campagne van Clinton vs  Bush waren de spindoctors van Clinton zo snel met hun reacties naar de pers. Dat betekende dat elke keer, het nieuws niet was wat Bush zei, maar wat Clinton zei over wat Bush had gezegd.  Deadlines moeten dus begrepen worden, voor gigantische nieuwsverhalen kunnen voorpagina’s veranderd worden, of een extra nieuws bulletin worden gemaakt.

‘Timing is everything’ omdat deadlines genadeloos worden gehandhaaft, daarom is het van belang dat je aankondigingen en activiteiten in de agenda van een journalist past. Er zijn ook tijden in het jaar waarin het makkelijker is om je nieuws geplaatst te krijgen, bijvoorbeeld na de zomer of tussen kerst en oud en nieuw. Dit komt doordat het “nationale” leven op de achtergrond wordt geplaatst en journalisten zijn dan op zoek naar nieuws.

Wordt vervolgd……….clark_kent

februari 3, 2009

Crisis – Communicatie

Crisis hier, crisis daar…je wordt er zo langzamerhand een beetje moe van…niet omdat de crisis niet echt is, maar omdat ik alleen nog maar mensen heb horen praten over hoeveel geld hier en daar ingepompt moet worden. Moe word je ervan wanneer er een probleem is en je dan hoort dat er allemaal ideeën geïmplementeerd moeten worden. Weinigen filosoferen echt over de kern van het probleem en welke rol communicatie hierin speelt. Onze economie is gebaseerd op hoop en vrees, en wordt gedreven door hebzucht. Wanneer we worden misleid en gaan gedragen naar dit gezichtspunt beschouwen we welvaart als iets wat van buiten komt – wij willen er iets van hebben. We zijn als aapjes die naar glimmende voorwerpen graaien. We verzamelen zoveel dingen, dat we niet de ruimte hebben om ervan te genieten. Onze behoeftigheid schept de gewoonte van voortdurende honger en gedachteloze activiteit. We kijken naar mensen met de houding van nemen, niet van geven. We helpen iemand die machtig en rijk wordt – iemand die het gaat maken. Maar als iemand uitglijdt, beginnen we ons terug te trekken. We bedenken ons meestal niet tweemaal om ruzie te maken met onze familie of omgeving. We geloven dat de enige manier om onze situatie te verbeteren, is te proberen een beetje meer voor onszelf in de wacht te slepen. We zijn in verwarring, omdat we niet begrijpen dat we al hebben wat we nodig hebben. Soms denken we dat macht ons gelukkig kan maken. We kunnen niet over onze geest heersen, dus proberen we anderen te belasten met het zware juk van onze agressie. Het gaat er ons niet om anderen gelukkig te maken – nee – we kunnen het niet eens verdragen dat hen iets prettigs overkomt. Er is slechts ruimte voor een hoofd op onze schouders. We kunnen het alleen maar aan dat een persoon iets krijgt, en dat zijn wij. We raken vreemd opgewonden als onze trein te laat is, of als de elektriciteit uitvalt. financial-crisis-cnnWe worden zo in beslag genomen door onszelf dat we vergeten dat anderen ook lijden.

Onze oppervlakkige benadering strekt zich zelfs tot deugdzaamheid uit. We zijn misschien in het openbaar vriendelijk tegen mensen, maar achter hun rug zeggen we hatelijke dingen. We zijn vrijgevig wanneer we denken dat we er iets voor terug zullen krijgen. We zijn misschien geduldig om iets te krijgen wat we willen hebben, maar als ons leven ons confronteert met iets wat we niet willen hebben, hebben we geen geduld. We spannen ons in op ons werk, maar als we alleen zijn denken we dat we kunnen doen wat we maar willen – niemand die ons ziet. Dit is kleingeestigheid ten top, die aan alle crisissen ten grondslag ligt….Een interessante communicatieve boodschap.

februari 12, 2009

Pers- en communicatie vrijheid

Dat pers- en communicatie vrijheid absolute voorwaarden zijn voor het (naar buiten toe) goed functioneren van een democratie en het sociale welzijn wordt niet in alle landen zo gezien. Ik zeg naar ‘buiten toe’  omdat goed geinformeerde burgers niet vanzelfsprekend goede keuzen maken, dit omdat mensen niet puur rationeel met informatie omgaan en daarnaast is informatie een construct wat onder andere voortkomt uit iemands eigen referentiekader. Feiten zijn geen feiten maar sociale constructen en het maakt veel uit vanuit welke context naar een fenomeen wordt gekeken.

In Italie bijvoorbeeld is het normaal dat de TV (bijna) volledig in handen is van Berlusconi en metgezellen. Dit wil niet zeggen dat mensen geen andere informatiebronnen kunnen raadplegen, want zooo machtig is het medium televisie ook weer niet. Maar het gaat om het principe dat niemand het recht heeft om iemands communicatievrijheid te dwarsbomen. Zelfs Nederland is van de zesde naar de achtste plaats gezakt.  Bekijk de link rechts op deze site www.freedomhouse.org om te kjiken het gesteld is met de persvrijheid van andere landen.

Bekijk hier het filmpje van netwerk: http://www.netwerk.tv/search/node/persvrijheid+berlusconi+type%3Areportage

Zoals mijn docent altijd al zei: “Het grootste recht van de mens, is het recht op revolutie”!.

februari 26, 2009

Communicatie onder de loep

Over communicatie raak je niet uit gecommuniceerd, toch hanteert iedereen zijn eigen betekenis van wat het zou moeten zijn en wat het is. Het is een vrij lang woord, een lastig onderwerp om over te discussiëren en moeilijk om in een definitie te vatten. In communicatie leven wij, wat wil zeggen dat we leven in onze eigen interpretaties, dus je zou kunnen dat het leven bestaat in communicatie…Je gelooft in je eigen interpretaties voordat je ziet wat je interpreteert. ‘Geloven is zien’ en niet andersom.

Hoe kan dan eigenlijk een levenloze definitie gaan over het leven, iets wat we nog moeten bewijzen voordat we erin geloven. Misschien moeten we hiermee proberen op te houden, aan de andere kant wordt het dan moeilijk om mee te werken. Ons leven is een “gevangenis” van onze eigen concepten, gewoontepatronen en verwachtingen (ego) en zo trekken we steeds meer grenzen op, terwijl er niets begrensd hoeft te worden, mits je gelooft dat het ego echt is, wat inhoudt dat je gelooft dat je eigen ideeën, overtuigingen en concepten vaststaand en een inherente waarheid bezitten.  Als je dit niet zou geloven heb je dus niets om te begrenzen en bestaan er ook geen problemen. Want er is geen ik wat ergens in kan geloven, dus is er ook geen jij (Bohm & Krishnamurti, 2003)

George Steiner praat over een poëzie van communicatie, iets transcendentaals, iets wat onze gewoontepatronen en concepten overstijgt. Als we opgaan in een mooi muziekstuk, is het overstijgend omdat je niet zelfbetrokken bent, het ego is tijdelijk even opgelost. Mooi! maar moeilijk te bevatten omdat het moeilijk is iets voor te stellen wat we zelf nooit bedacht hebben, dat is natuurlijk ook gelijk het hele punt. Ik trek maar weer eens de stoute schoenen aan…Communicatie draait om twee aspecten.

In eerste instantie draait het allemaal om interpretaties. Niets komt ons toe met een betekenis erin gegrafeerd. Wat iets voor ons betekent is altijd in interpretatie. Als je dit leest, ben je mijn stuk aan het interpreteren. En voordat ik dit schreef heb ik mezelf heel lang bezig gehouden door hierover na te denken, te lezen en te praten met andere (vak) broeders.

Bedenk dat als jij en ik aan het ‘communiceren’ zijn, wij beide die breuk die ons gescheiden houdt moeten overbruggen om te bedenken hoe je omgaat met je interpretaties over wat ik schrijf. Mischien lees je mijn tekst niet, maar lees je je eigen ideeen over deze reeks van samengestelde symbolen, die op zichzelf geen betekenis hebben. We leven dus in een gemedieerde wereld, en staan niet in echt contact met de ander. We interpreteren en onthouden selectief als gevolg van onze gewoontepatronen.

Ten tweede, communicatie is ook het proces dat onze ’geestcreeert, onderhoudt en verandert (Carey, 1975). En onze ‘geest’ is de bron van al onze manieren over hoe we deze wereld beleven, hoe we deze wereld zien en ermee mee omgaan. Maar ook al onze manieren van hoe we beinvloedt raken door dit gegeven en door anderen. Dit proces corrigeert zichzelf niet maar is een constante dynamische evolutie, altijd veranderlijk.

marketing

Dus helaas (of niet), gaan we waar onze ‘geest’ ons brengt, en wat deze mogelijk en noodzakelijk maakt. Het is onze ‘mind’ dat wat we zien en voelen controleert, niet wijzelf.

En om de cyclus te sluiten, alles waar we bewust van zijn komt in communicatie met anderen en onszelf.

Waarom wordt er door de banken ook alweer in communicatie geschrapt? Omdat iedereen met marketing bezig is, wat weer een product is van onze consumptiemaatschappij, waarin mensen alleen bezig zijn met informatie en producten te verteren in plaats van op te nemen. Deze crisis kan er niets voor niets zijn, onze houding moet anders worden.

maart 5, 2009

Nieuws, timing, zwakke bindingen en nieuwe media

Het is natuurlijk al een tijdje populair, nieuwe media als bijvoorbeeld twitter. Er wordt wat af ‘getwitterd’, fijn dat je kan weten dat iemand in de trein naar Lutjebroek zit, who cares? Of dat Maxime Verhagen vastzit op een vliegveld in Thailand, wat is de relevantie daarvan voor mij. Want de mensen die het moeten weten worden gewoon even gebeld. Dit zorgt er natuurlijk voor dat de nieuwe media duidelijke voor en -tegenstanders heeft. De voorstanders gooien de hele tijd met woorden als ‘kennisdeling’, zonder het woord kennis te definiëren (kennis ontstaat op een relatief niveau in communicatie), niet alles is kennis, en alle communicatie/kennis heeft bedoelde effecten en onbedoelde gevolgen en consequenties.

Het komt denk ik door de slecht onderbouwde instrumentele denkwijze en onzinnig gebruik van de voorstanders dat er tegenstanders zijn ontstaan. Het lijkt alsof de voorstanders van nieuwe media teveel tijd hebben, altijd maar je laatste ontwikkelingen openbaar maken en proberen een beeld te creëren van hoe belangrijk of populair je bent. Graag probeer ik in een aantal ‘posts’ positieve functies van nieuwe media te promoten. Want  nieuwe media zijn er en mopperen op de negativiteit heeft weinig zin, maar laten we dan kijken hoe we het echt voor ons kunnen laten werken. Niet domweg als een instrument inzetten, want als de beeldvorming van onzinnigheid over nieuwe media in het hoofd van de beoogde gebruiker leeft, zal zo’n tool weinig gebruikt worden.

Granovetter (1983) heeft al aangetoond dat boodschappen een groter aantal individuen (zelfs over grotere geografische of sociaal-psychologische afstanden) bereiken wanneer de communicatie via ‘zwakke’ bindingen plaatsvindt. Bij ‘zwakke’ bindingen moet je denken aan de spreekwoordelijke “kruiwagen” die een werkzoekende nodig heeft om een baantje te bemachtigen. De “kruiwagen” is meestal iemand waarmee weinig contact wordt onderhouden maar waarvan je denkt dat hij wel (zelfs via meerdere tussenschakels) toegang zal hebben tot bepaaltwitter-addictsde sleutelfiguren in het bedrijfsleven (Vogels, 1999, p.9). Nieuwe ideeën worden buiten verhouding gestimuleerd door zwakke bindingen. Daarnaast kan de manier waarop een boodschap wordt ‘geframed’ ook bijdragen aan het verspreidingspotentieel van het berichtenverkeer. Denk aan het gezegde “bad news travels fast”, wanneer beide factoren in een bepaalde situatie optimaal gemanipuleerd worden, ontstaat een enorm verspreidingspotentieel van je boodschap.

‘Timing en deadlines’ zijn in de nieuwsbranche enorm van belang, journalisten willen quotes in enkele minuten omdat ze hun deadlines moeten halen. In tijden van “crisis”, politieke campagnes of productlanceringen, kan je door middel van nieuwe media (geïntegreerd in je middelenmix) enorm veel mensen bereiken, maar ze ook als eerste up to date houden van veranderingen.  Wil je je concurrent verslaan, moet je de eerste zijn. Als je je twitter netwerkje zo inricht, dat je journalisten en andere kruiwagens in je contactenlijst hebt, ben je altijd de eerste die nieuws naar buiten brengt (in een bepaald frame). Jij stroomlijnt de nieuwsvoorziening, bent pro-actief en kan snel bijsturen. Het nieuws gaat dan niet over wat de concurrent zegt, maar wat jij over de concurrent zegt.

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat nieuwe media geisoleerd worden ingezet. Het moet opgenomen worden in je totale middelenmix, waarin consistentie van je boodschap in elk kanaal erg belangrijk is. Gebruik de nieuwe media in je voordeel, en loop niet de gekte achterna. Er zijn steeds meer zelfhulpboeken, en goeroes die vertellen hoe je het moet doen, maar niemand wordt ermee geholpen anders verdienen zij geen geld meer. De wereld is nu eenmaal pervers…….heerlijk.

april 1, 2009

Mensbeeld en gewoontepatronen

Achter en onder elke perceptie, elk gevoel, elk besluit en actie zijn gewoontepatronen aan het werk. Gewoontepatronen van perceptie en voelen, van actie en reactie. We worden geleidt door onze gewoontepatronen van voelen, denken, interpreteren en begrijpen. Krijg deze goed (in relatie tot je doel) en al het andere wordt mogelijk. Als je deze niet goed krijgt, zal je uitkomsten krijgen die je niet zelf hebt gekozen.

Een veranderaar weet dat mensen hun trajecten in het leven niet gekozen hebben. Het zijn onze gewoontepatronen die onze manieren van denken, voelen, doen en zeggen aansturen. We kunnen niet onze manieren van zijn en doen kiezen. Maar…we kunnen wel de gewoontepatronen kiezen die onze percepties, gedachten en gevoelens informeren. Wat maakt een veranderaar anders, is dat hij of zij steunt op gekozen en ontwikkelde gewoontepatronen om de uitkomsten van het leven een richting te geven. Je kan niet krijgen wat je “wilt”, je kan alleen krijgen wat je gewoontepatronen je kunnen leveren.

Wat een veranderaar karakteriseert zijn zijn of haar mentale modellen, de strategieën om de wereld te onderzoeken en om bij te dragen aan gekozen doelen in het leven. Het zijn de unieke, onconventionele gewoontepatronen van denken, voelen en handelen die het succes van een veranderaar onderstrepen in zijn of haar onderneming. Als we mentale modellen koppelen aan mensbeelden krijgt het een wat concreter vorm. Onze academische psychologische mensbeelden zijn derdepersoons, de mens als object van onderzoek en het bijbehorende mensbeeld is een wetenschappelijke versie van het beeld van de ander. Mensen zijn dus objecten van onze verwachtingen, wensen, gedachten, emoties, hoop en vrees, kortom als object van onze gedachtewereld en gevoelsleven. Het probleem met mensbeelden is, dat de juistheid ervan niet te bewijzen valt. Alleen het effect ervan is zichtbaar in ons doen en laten. Deze beelden zijn dan wel uit ervaring met mensen voortgekomen, maar ze zijn daar als het ware aan ontstegen, van losgeraakt en hebben zo het karakter van algemene ideeën gekregen, die vervolgens in onze gedachtewereld een grote rol spelen, samen met hun verwanten, zoals zelfbeelden en wereldbeelden. Ze leiden ons handelen (gewoontepatronen voortkomend uit ons mensbeeld) en onze manier waarop we gedrag en situaties interpreteren.egoist_caf_logo

De wetenschappelijke psychologie hanteert bepaalde mensbeelden als uitgangspunt, mensbeelden die in het verlengde liggen van haar derdepersoonvorm van onderzoek. De meest bekende zijn het utilitaire en hedonistische mensbeeld. Kortom alle denken, spreken en doen draait om winst of genot zoeken en pijn moet worden vermeden. Dat streven moet onderkend worden maar om nu te claimen dat alle menselijk handelen door dit streven kan worden verklaard is een andere zaak. Een bekend psycholoog R.A. Bauer (1964) heeft een grote rol in de communicatiewetenschap gespeeld (nog steeds), hij kwam met de conclusie dat mensen met elkaar communiceren vanuit de motivatie: “Each gives in order to get”, ook wel communicatie als transactie . Dit mensbeeld zegt dat de mens in essentie egoïstisch is, wat aansluit op de filosofie van Hobbes. Je begrijpt dat wanneer je je volledig laat leiden door deze theorie je je eigen interpretatie behoorlijk kleurt, en de mogelijkheid tot een ‘self fullfilling prophecy’ ontstaat. Het beperkte is dat je je laat leiden door een derdepersoons conclusie in plaats van een eerste persoons conclusie. Het zijn dus materialistische mensbeelden die zaken als welzijn, wijsheid, liefde, haat, lijden, gezondheid benadert alsof het materie is. Materie kunnen we vastpakken, afwerpen of vernietigen. We zijn dus bezig in deze maatschappij om strategieën toe te passen op een vlak waar zij niet werkzaam is en dat is uiteraard een bron van lijden. Wat opnieuw ons beperkte zelfbeeld bevestigd en de kringloop van deze illusie in stand houdt.

Om dit te doorbreken moeten we echter inzien dat het relatieve mensbeelden zijn, het bestaat omdat we denken dat onze overtuigingen en ideeën zo vast en solide zijn als materie. Omdat we denken dat wij in die zin solide zijn denken we ook dat die ander zo onveranderlijk is. En dit draagt niet bij aan het leerpotentieel van een individu of organisatie.