Denk eens terug aan de mercatorpleinrellen in Amsterdam in juli 1999. Ter gelegenheid van een eenjarig bestaan van het vernieuwde Mercatorplein, traden diverse bands op. Het feest werd afgesloten met een optreden van de rapgroep Spookrijders (ken je ze nog?) Toen een agent bij een schermutseling in het publiek wilde optreden, riep de band vanaf het podium “fuck the police”. Voor het grotendeels allochtone jongeren publiek was dat de aanleiding tot grootscheeps relschoppen. Zo luidde althans de officiële lezing van de politie, die door de media ook als ‘voorkeursbetekenis’ gepresenteerd werd. Die betekenis sloot ook aan bij een veel gehoorde opvatting dat rapmuziek geweld in de hand werkt (een kleiner thema is ingebed in een grotere context). Een onderhandelingslezing van deze berichtgeving legt de nadruk op de onderliggende spanningen in de wijk, op armoede, hoge werkloosheid, en de uitzichtloze toekomst van de jongeren (thema’s zijn onderling vervlochten in iemands waarneming, zogenaamde ‘Gestalt’). Deze onvrede kan door een kleine aanleiding zijn beslag krijgen in rellen, die in een onderhandelingslezing eerder als politiek protest dan als kwalijk tijdverdrijf van opgeschoten jongeren wordt gezien. Een compleet tegenovergestelde, oppositionele lezing kwam in dit geval van de Spookrijders zelf die een videoclip produceerden waarin de politie als voornaamste aanstichter van de rellen werd aangewezen. In de clip, tuigen de Spookrijders verkleed als dronken en stonede politie-agenten, willekeurige feestvierders af en plegen andere misdrijven. Die scènes werden afgewisseld met amateur beelden van de rellen. De politie wordt hier als racistische en onderdrukkende macht voorgesteld en in zo’n opvatting is de kreet “Fuck the Police” op zijn plaats (Van Casteren, 1999)
De Boer&Brennecke 2003
