Veel mensen veronderstellen dat wanneer ze schrijven of met iemand praten, ze ook aan het communiceren zijn. En wanneer ze zich niet inlaten met dit soort activiteiten, ze niet aan het communiceren zijn. Deze mensen zitten ernaast.
Deze redenering vergt wat nadenken: Je kan niet niet communiceren (Watzlawick). Dit betekent dat mensen naar je kijken en constant over je aan het praten zijn (ja, ook je vrienden). Als ze verwachten dat je iets tegen ze zal zeggen, en je doet het niet, dan ‘communiceer’ je erg hard. Dit komt omdat het de ontvanger is die de boodschap interpreteert. En de ontvanger kan een boodschap creeren uit het niets – zelfs uit stilte.
Mensen moeten raden wat dingen betekenen. Zelfs wanneer je zegt ” en wat ik met dit bedoel is dit…,” dan moeten ze nog steeds raden wat je echt bedoelde met wat je zei – of wat je niet zei. Alle betekenis komt van de geest van de ontvanger. Alle ontvangers zijn allemaal geconfigureerd om op een bepaalde manier te interpreteren – door hun geloven, angsten, of door de dubbelzinnigheid van wat er aan de hand is – of wat er niet aan de hand is.
Wat mensen van jou vinden en hoe ze het een en ander interpreteren van wat nu aan de hand is, is de realiteit waarin je moet intunen. Feiten brengen mensen niet in beweging, interpretaties brengen mensen in beweging. Je kan niet hun interpretaties controleren (maakt niet uit hoe slim je idee, of tool mag zijn). Maar je kan intunen in hun belevingswereld. Het is de enige manier hoe je kan weten wat er echt aan de hand is.
Mensen “lezen” jou en checken hun eigen interpretaties met andere zelf gestemde mensen. Wat je intentie is, is niet de hoofdzaak. Wat zij eruit gehaald hebben (zelfs verzonnen) is het punt (vandaar het onderscheid in de communicatiewetenschap van bedoelde effecten en ongewenste gevolgen van het (gemanipuleerde) boodschappenverkeer (Nillesen,2000)
Effectieve leiders blijven bij dat punt.
