Het maakt niet uit hoe wetenschappelijk een bewering wordt beschermd, en het maakt ook niet uit hoe diep een bewering in onze conventionele wijsheid is gecultiveerd, nog steeds kunnen we op basis van empirische gronden vraagtekens bij alle beweringen plaatsen. Empirisch gezien ‘hebben’ we niet eerst een gedachte en dan leren we hiermee te handelen. We ‘hebben’ deze gedachten omdat we ze kunnen uiten. Om voor te stellen dat ons bestaan een functie is van hoe we onszelf uiten en hoe we de wereld begrijpen is moeilijk voor ons. Het is moeilijk omdat ons psychologisme ons doet geloven dat externe ’stimuli’ onafhankelijk van ons zijn, en dat wij reageren op hun kwaliteiten in plaats van de onze. Het is moeilijk omdat de empirisch analytische wetenschappers ons doen geloven dat de fysieke wereld waarover ze theoretiseren door speciale methoden van onderzoek door hen is uitgevonden. Het is moeilijk voor ons omdat we in oorzaak -gevolg denken en de eerste voor de laatste komt.
Ons zender-boodschap-ontvanger model is simpelweg niet juist. We communiceren niet zoals we dat doen omdat we zo zijn. We zijn iemand op een bepaalde manier omdat we zo communiceren. Als we naar het dagelijks leven kijken zien we ook dat het bovenstaande model niet opgaat voor menselijk communicatie. Soms zeggen we dat we iets snappen terwijl we het niet snappen, en soms zeggen we dat het niet snappen terwijl we het wel snappen. Soms zeggen we wat we menen en soms menen we wat we zeggen. Wanneer we verliefd worden kleuren we de toekomst rooskleurig, wanneer we niet mee verliefd zijn verkleuren we het verleden. Als iemand ons vraagt waarom we iets doen kunnen we daar een goede uitleg voor geven, maar snappen we zelf niet waarom we het doen. We misleiden onszelf en anderen. We vertellen wat we denken dat de waarheid is wanneer het ons het beste uitkomt. Wanneer iemands interpretaties onze eigen interpretaties bedreigen hebben we weinig moeite het label “dom” aan de persoon te hangen. Soms praten we over televisieprogramma’s wanneer we eigenlijk willen praten over hoe ong
elukkig we zijn. Soms praten we over hoe ongelukkig we zijn wanneer we eigenlijk blij zijn; maar het houdt het gesprek op gang. Waar we soms over praten hoeft niet te gaan waar we over denken omdat we niet zo heel veel denken. Dus de wereld die we kennen is de wereld waarnaar we kunnen handelen. Liefde lijkt logisch wanneer je je kan verbeelden er iets mee te doen. Het etiket ‘van roken word je onvruchtbaar’ is verstaanbaar voor iemand die niet rookt.
Een zaak lijkt duidelijk. Als een theorie van menselijke communicatie ons niet betere geliefden, vrienden of collega’s kan maken is het een levenloze theorie.