The mind of man searches outwardly all day,
The further it reaches,
The more it opposes itself,
Taoïstisch gedicht
Ons menselijk bereik is technologisch in alle uithoeken gemaximaliseerd, wat hierdoor gebeurd is, is dat we ons bereik verwarren met wat we begrijpen. Met de modernisatie van ons bewustzijn denken we dat informatie een vervanging van kennis is, en dat kennis, rationeel verkregen, een redelijke vervanging is voor wijsheid (Steiner, 1985). En als gevolg van ons grote bereik in elke richting, we al helemaal geen ‘hemel’ meer nodig hebben, want die brengen we gewoon naar beneden door middel van de tv of de telefoon. Wat eigenlijk is gebeurd is dat ons communicatieve bereik veel verder gaat dan ons communicatief begrijpen. Een populaire beschrijving is: We weten meer en meer over minder en minder. We weten al meer dan dat we weten wat we ermee moeten. Dit “moderne” grijpen en reiken komt erg overeen met de cirkel van de hel van Dante in II Timothey 3:7: “Ever learning, and never able to come to the knowledge of the truth”. Als we niet weten wat of wie we zouden moeten zijn, hoe kunnen we dan ooit besluiten wat we moeten weten om daar te komen? Steeds meer routes maar geen bestemming.
Zonder een ‘transcendentale waarheid’ leven we in een “doe het zelf” universum, vandaar ook al de ‘voor dummy’ boeken. Overal in het moderne leven is betekenis vervangen voor functie en Weber noemde dit de “disenchantment of the world” de ont-toverende realiteit. We rationaliseren onze levens zoals we industriële procedures rationaliseren. We rationaliseren onze communicatie; en door dit te doen, verminken we het proces waarin we onszelf uitvinden. Er zijn dus teveel manieren om over de wereld te praten en deze zelfde wereld te begrijpen, een van deze “communicatie technologieën” is taal zelf. Zoals Nietzsche al vroeg: Is taal de adequate expressie van alle realiteiten? Onze veronderstelling is niet alleen dat taal adequaat is om alle realiteiten te beschrijven, maar dat iemands eigen taal adequaat is om alle realiteiten te beschrijven. Om Heisenberg (1958) te quoten: “What we grasp of the world is not the world, but the world exposed to our way of minding it”. Ons grote bereik betekent niet dat we ons begrip vergroten. Volgens Eddington is er een existentiële relatie tussen wie we zijn en wat we weten. Komt dat omdat ze allebei van woorden zijn gemaakt? Ons begrip is niet mee gegroeid met ons bereik, het is eerder dunner, en rusteloos geworden. We lijken een beetje op verwende kinderen; we hebben al meer dan dat we ervoor kunnen zorgen. Om überhaupt nieuwsgierig te zijn naar hoe het in Thailand is, is een vorm van verveling. Elke plaats is toch hetzelfde, want alles is bereikbaar, en toch heeft het geen echte betekenis meer. Ons falen is die van verbeelding, het falen om de relatie tussen onze idealen en ons leven te zien. Er is teveel van alles, teveel ‘communicatie’, teveel geld en allemaal om onszelf te verdoven omdat we geen idee hebben wat we met onszelf aanmoeten. Om weer af te sluiten met de Tao Te Ching:
…when one is full of words,
And entangeld with one’s affairs,
One is never able to save one’s self.